Na een rit van zo’n 860 km zijn we gisteren rond 17u aangekomen in Coat-Méal. Dit Bretoens dorpje, op zo’n 20km van Brest, zal gedurende een week onze uitvalsbasis zijn om Bretagne en meer bepaald de Finistère-nord te verkennen. Hopelijk krijgen we nog een mooi nazomertje de voorspellingen zijn alvast veelbelovend..
Om 16u30 starten we onze eerste tocht in de streek. Op onze Garmin heb ik Ploudalmézeau en Treglonou als waypoints ingesteld. De Bedoeling is om eerst naar de kust (la Manche, Atlantische oceaan) te rijden. Deze even te volgen om dan langs de oevers van l’Aber Benoît via Tréglonou naar Coat Méal terug te keren. Mooi zo…
In Bretagne is het zelden windstil, je komt er dan veel van deze immense propellers zonder vliegtuig tegen.
Langs de D26 (départementale) komen we na een fikse klim in Plouguin.
Ook hier een kerktoren met een porche(ken de term ook maar van horen zeggen) die typisch is voor de streek hier.
Na Plouguin zijn we de D26 met zijn druk verkeer, ook al is het zondag, beu en slagen af richting Saint Pabu. We rijden door velden vrij vlak en na zo’n 20 minuten, wind in de rug, bereiken we al de kust.
Mooie witte stranden doen ons besluiten links de kustlijn te volgen.
De kusten zijn bezaaid met rotsblokken. Dit maakt het allemaal wat meer “sauvage”.
We duiken wat het binnenland in om langs authentieke Bretoense huisjes naar Lampaul-Ploudalmezeau naar te fietsen.
Daar wacht ons de “Eglise Saint-Paul Aurélien” Prachtige kerk.
Opnieuw zoeken we de kust op. Lekker ruw in Porsguen.
Toch te bedwingen.
Hier en daar een strook geschikt voor de ganse familie.
Daarna fietsen we het ganse stuk terug en steken door naar Saint-Pabu. De monding van l’Aber Benoît is meteen ook een haven voor kleine plezierjachten en vissersbootjes.
Een kleurrijke bedoening.
Jong geleerd…
Kerk van Saint-Pabu, is het door mijn breedhoek-instelling of staat de toren echt scheef?
Aan de prijs dat nu de melk staat!!!
In Bretagne, zoals in de rest van Frankrijk en in tegenstelling met ons Vlaanderen, kom je minder Maria-kapelletjes tegen maar kruisbeelden tieren er welig. Inmiddels hebben we onze route opnieuw aangepast. De loop van de l’Aber Benoît is zodanig moeilijk te volgen dat we het opgeven en Garmin vragen ons terug naar huis te brengen.
De eerste nevel duikt over de velden, een boerderij opgetrokken in natuursteen.
Stilaan verdringen de prachtige herfstkleuren het zomerse groen.
Over kleine baantjes, langs gehuchtekens…
…onder een langzaam dalende zon…
…fietsen wij vroom…
…terug naar onze Gîte.
Een eerste kennismaking met deze streek zit erop. De dorpjes zijn zeer authentiek, de mensen vriendelijk en gastvrij. Fietsen is soms niet van de poes. Geregeld zit er een pittige klim verscholen in het parcours. Maar vooral er is altijd wind. In de rug geeft ie vleugels tegen is het een lastige klant. Last but not least de kust!! Eigenzinnig, grillig, soms vredig meestal woest… maar o zo mooi!!!
De laatste verlofdag en mooi weer voorspeld, dient er geen vervolg gebreid aan onze beaufort03-saga? Begin augustus stopten we in Blankenberge. Vandaag nemen we de draad op in Zeebrugge. We starten aan het strand en kijken mee met…
de man…
die boot zag, in de lucht.(beaufort02 Jean Bilquin (B))
Vandaar is het maar enkele fikse trappen door de strandwijk naar de Stella Mariskerk. Deze deelt nu het kerkplein met “24/7tm Kiosk” een kunstwerk van Liam Gillick (UK)
Naar het volgend kunstwerk is het efkens zoeken, een tijdje fietsen we door de containerhaven.
We keren op onze stappen? terug en wat later merken we dit eigenaardig bouwsel.
Elektrische verdeelkast, anno 2009 (nee maakt geen deel uit van beaufort03 alleszins toch niet in deze editie)
Maar eerst moeten we langs het tijdok,
en deze duikboot die als toeristische attractie zijn oude dag slijt.
Eventjes blijven we bij een ander kunstproject “Sit on Art” hangen.
Maar nu aan de uiterste kant van de vissershaven zijn we bij het indrukwekkend kunstwerk…
Opnieuw moet er teruggekeerd. We trachten al de hele tijd de aanwijzingen naar knooppunt 36 te volgen maar geregeld dient, om de kunstwerken te vinden, er van afgeweken worden.
Dit kunstwerk siert de boorden van de plezierhaven, naam en maker zijn me onbekend. Maar in de context van deze rit past het wel.
Opnieuw in het spoor van de knooppunten komen we bij dit oud-gemeentehuis. Het staat leeg en stilletjes aan is er wat verval te bespeuren. Achter dit gebouw is er een koer waar nogal wat vuil ligt. Na wat zoekwerk stuiten we op het werk van Giuseppe Gabellone (It). Liever gezegd foto’s van zijn werk. Blijkbaar niet gespeend van enig temperament (italiaan?) slaat deze kunstenaar telkens zijn werk kapot.
Doch niet zonder er eerst een foto van te nemen.
Langs het Admiraal Keynesplein fietsen we Zeebrugge buiten. We volgen de kustfietsroute en de knooppunten 36 en 37 naar Heist en Duinbergen.
In het sjieke Duinbergen staat er op het Sint-Michielspleintje dit wat eigenaardig werk.
We vervolgen onze rit, zoomen even in op deze gekortwiekte dame, en zetten koers naar knooppunt 42
Aan de Elizabethlaan in Knokke kan je niet naast dit werk kijken. Na knooppunt 42, bij het naderen van het modaine Zoute, dienen we noodgedwongen het knooppunten-netwerk te verlaten. We gaan naar het Ijzerpark.
Hier verpozen we wat in het kunstwerk “Labyrinth and Pleasure garden” van Jan Vercruysse (Be). Ronduit zalig…
Nu zakken we af naar de kust alwaar op het strand deze strandcabines niet aleen wat groter zijn dan de courante strandhuisjes aan onze kust. Zij zijn allen onderdeel van “Discrepanties with villa Teirlinck” dit werk is van de hand van Leonor Antunes (Pt).
Dit is ons laatste werk van deze beaufort-editie.
Zoals in de 3 eerdere tochten, zetten we nu ook onze rit verder met de bedoeling langs het binnenland terug te keren.
Eerst even naar het Zwin.
Waar ik eerst dacht door te steken naar Retranchement (Nederland) en zo terug te keren door het achterland, kies ik ervoor om terug te keren door het Zoute en Knokke naar knooppunt 42. Mooi gemeentehuis.
Hierna duiken we de polders in. Knooppunt 40 en 39 zijn onze bakens. Daarna richten we ons op punt 37.
Als we Heist binnenrijden laten we knooppunt 37 los en steken Heist door om bij knooppunt 36 opnieuw met het netwerk aan te knopen. Tussen Heist en Zeebrugge deze mooie, ietwat barokke vuurtoren genietend van het late zonnetje.
De Sint-Donatiuskerk smukt zich op met de mooie avondgloed.
Genietend van een verdiende rust.
Na de haven zijn we snel terug aan het beginpunt. Nog even een foto maken…
…en deze tocht zit erop. Meteen ook dit vierluik rond beaufort03-outside. Nu ik dit verslag afrond heb ik wat heimwee. Veerle en ik hebben intens genoten van deze fietstochten. In 4 maal hebben we zowat de ganse belgische kust langsgefietst. Soms stoorde ik me aan de slechte aanwijzingen. Over het niveau van de werken hadden we soms vragen. Maar door deze tochten zullen we ons de mooie zomer 2009 steeds aangenaam blijven herinneren.
Nog steeds in verlof. Om ons niet teveel te moeten haasten kiezen we voor een tocht niet te ver weg. De Breugelroute rond en door Dilbeek. Veel vind ik over deze route niet terug. De 3 klassieke fietsbloggers Dj!no, De Leuke fietser en Tour de Frans geven voor deze route verstek. Ook een track kan ik niet vinden. Nu dan wagen we het er maar zo op. Het is wat avontuurlijker.
Via de E’40 zijn we snel in Dilbeek waarvan het nog een zucht tot Sint-Anna-Pede is.
We parkeren ons tegenover het estaminet de Ster. Deze doening zet meteen de toon het kan zo uit een schilderij van Breugel komen.
Ook dorpskerkje te midden van het zomerse groen voldoet aan de Breugelnormen.
We klimmen al meteen flink omhoog om op de hoogte van de Luizenmolen in Neerpede (Neerpede????) te komen. We hebben er een ver zicht op de omgeving. Een omgeving met de ring en de opdoemende flatgebouwen uit de Brusselse rand. Nee dan maar gauw verder.
Laverend door woonwijken, meteen niet om wild van te worden komen we op de Sint-Pieterskerk uit. Op een terrasje kaarten enkele plaatselijke wielertoeristen na. Veerle krijgt van hen het aanbod mee te rijden in hun B-ploeg. Met de opmerking dat dit de B-ploeg wel eens veel zweet zou kunnen kosten nemen we afscheid van die leuke bende.
We verlaten het centrum van Itterbeek en kruisen de Ninoofse steenweg. Vandaag zondag is deze vrij kalm, op andere (week)dagen is dit een drukke verkeersader richting Brussel. Bij dit klein boerderijtje is er een poelproject van de gemeente Dilbeek.
Deze villa kruist onze lens ter hoogte van de Bodegemstraat.
Juist als ik tegen een toevallige fietser opper dat deze route veel woonwijken aandoet duikt de rit de velden in.
Even langs de bruine Lieve heer. Deze plastische geloofsuitdrukking is op en top Breugel. Ne mens houdt het niet voor mogelijk, puur erfgoed moet zeker beschermd worden.
Nu we het toch over erfgoed hebben, wat gedacht van dit hoppeveld één van de weinige die onze streek sieren. Vroeger stond het hier vol.
De tocht voert ons verder door de velden maar voert ons langzaam maar zeker een lange, stevige klim voor de pedalen. Deze krachtinspanning eindigt op het kerkplein voor de Sint Rumoldiskerk in Schepdaal.
Nu gaat het via mooie veldwegen, over stevige heuvels naar Sint-Gertrudis-Pede met zijn zo typische kerkje.
Wat het Breugeliaanse van deze tocht betreft naderen we nu het toppunt. De watermolen van Sint-Gertrudis-Pede. Een prachtlocatie. Terwijl ik aan één van de tafeltjes bijschuif en van een lekker kriek van Girardin geniet, gaat Veerle met haar fototoestel aan de slag.
Zowel aan het molengedeelte als het interieur van het woonhuis-drankgelegenheid heeft ze een flinke klus.
De werking van de molen wordt uitgelegd door vrijwilligers van het Dilbeeks erfgoed.
Even later zijn we terug op weg. Ook aan deze huifkar kan Veerle niet weerstaan, die dient vereeuwigd.
De Breugelroute voert ons verder door velden en over vrij pittige heuvels. Alzo bereiken we het mooie Gaasbeek.
Vanop zo’n pittige heuvel verschijnt het kasteel van Gaasbeek. Ook deze keer komen we er niet toe dit prachtig kasteel te bezoeken.
Een veld vol Brabantse trekpaarden.
Ook mooi samen deze koeien.
Dan weer een prachtige witte hoeve(Hof ter Rammeken een paardepension). We zijn weer in de tijd van Breugel aangeland.
We scheren langs Sint-Laureins en deze koppige ezels.
Om aan te komen in Oudenaken met haar mooie hoge Sint-pieterkerk.
Tot zelfs de wegwijzers zo verloren in de velden ademen de tijdsgeest van Breugel.
Terug in 2009.
Het kerkje van Sint-Pieters-leeuw. Denk de verkeersborden weg en je bent terug in de 16de eeuw.
Moderne kunst aan de zuunbeek. Deze tocht schuwt de contrasten niet.
Aan de overkant het vredige en mooie Volsembroek.
Nu nemen we richting Vlezenbeek, dit langs een leuke veldweg.
We passeren de witte hoeve en besluiten te stoppen om er iets te eten. Daar hebben we achteraf wel wat spijt van. De versnaperingen zijn er vrij duur en stellen niet veel voor. We hadden dan ook gans het terras voor ons alleen. Nochtans een prachtige locatie.
Dan maar verder.
Indrukwekkend, vooral zo in deze rustige streek, een spoorwegviaduct die volop hersteld wordt.
Het viaduct luidt meteen het einde van deze 45km lange tocht in.
Deze tocht roept tegenstrijdige gevoelens bij ons op. Vanuit Sint-Anna-Pede begint het allemaal wat saai. Woonwijken, drukke verkeerswegen brengen ons niet direct in vervoering. Maar de lange klim naar Schepdaal brengt verandering. Het landschap wordt landelijker. De verschillende klimmetjes geven prachtige vergezichten. Ga ook eens langs op de site van het Dilbeeks erfgoed. http://www.dilbeekserfgoed.be/ plan een fietstocht tijdens één van de maaldagen. Steeds zondag en dus rustige wegen. Het is even dubben, maar de goede bewegwijzering en berijdbare wegen brengen de score voor deze tocht op 8/10.
De zomervakantie is halfweg. Na een drukke juli-maand hebben we nu wat verlof ingelast. Vandaag wordt er een gooi gedaan naar de hoogste temperatuur. Aan de kust zou het allemaal wat minder moeten zijn. Dus lijkt de moment aangekomen om de draad met onze “Beaufort03-saga” opnieuw op te nemen.
Om de rush naar de kust voor te zijn , we zullen niet alleen zijn om er wat koelte te zoeken, vertrekken we omstreeks 8u30. De rit gaat vrij vlot en iets voor 10u zoeken we een plaatsje in de omgeving van de Spuikom van Oostende.
Tussen de Sint-Antoniuskerk en…
de watertoren vinden we in de vuurtorenwijk een plaatsje voor ons A-ken.
Veerle kiekt dit beeld van een wachtende vissersvrouw. She knows the feeling.
Bleu je veux.
We starten waar we vorige keer halt hielden. In de vissershaven van Oostende. Dit is niet voor niets. De vissershaven was een echte ontdekking voor ons. Tip voor wie de drukte in Oostende even beu is, kom hier eens die aparte sfeer opsnuiven.
Op weg naar knooppunt 3, inderdaad ook voor deze beaufort03-episode zijn de knooppunten een prima leidraad . Juist na de vissershaven loopt er een breed pad over de dijk. Wie van wat kalmte houdt, zal het hier wel appreciëren. Weliswaar onbewaakt, maar o zo rustige stranden.
Veel minder rustig is het op de stranden van Bredene. Het mooie weer trekt massa’s toeristen naar het strand. In deze drukte stuiten we op “Unhabitat-1” van Ruby Sterling (USA). Ik vind het leuk dat de toeristen zich rond het kunstwerk nestelen en er zich verder niet veel van aantrekken. Om dit werk te vinden moet men even voor Bredene van het knooppuntennetwerk afwijken. Er dient zo dicht mogelijk langs de kust gereden te worden.
Voor “Metatron” van Louis De Cordier (BE) moeten we even terug. Zo wat in het midden tussen strandtoegang 2 en strandtoegang 3, geniet dit werk toch van enige rust.
Ook dit vredig tafereel laat geen volkstoeloop vermoeden..
Dit mooie beeld vond een plaatsje op het ruime duinenplein.
Even gluren.
Verscholen in de duinen voor strandtoegang 6, “Albedo” door Niek Kemps (NL). (de strandtoegangen zijn de sleutels naar de kunstwerken in Bredene) Niek heeft er duidelijk wat meer werk van gemaakt. Het is allemaal wat groter, gedurfder en vooral dit werk heeft…
…inhoud. Als we deze wat later mogen delen met een buslading (letterlijk) kunstliefhebbers (minder letterlijk) houden we het voor bekeken.
Het leven zoals het is…strandtoegang 6.
We laten Bredene achter ons en volgen opnieuw het knooppuntenspoor naar punt 6. Daar verlaten we opnieuw het knooppuntentraject en kiezen opnieuw richting strand. De tunnel die het zeepreventorium verbindt met het strand is prachtig beschildert. Knap werk van Brigada Ramona Parra (CL)
Ik hoop met dit filmpje een indruk te geven van dit werk.
Het ontbreken van hoge appartementsgebouwen maakt van De Haan één van de mooiste badsteden aan onze kust.
“le vent souffle où il veut”, nu veel vent of wind is er vandaag niet. En zeggen dat we de 2 eerste beaufort03-tochten met krachtige wind af te rekenen hadden. Mooi werk van Daniël Buren (FR).
Kaboutermutsen volgens Veerle.
Kabouter-auto. Vitamientje voor de liefhebbers van Suske en Wiske.
We zoeken weer de kustfietsroute op, deze loopt gelijk met knooppuntennetwerk . We fietsen voorbij het knooppunt 9 en richten de steven naar punt 31. Voor “Une chambre à la mer” van Mathilde Rosier (FR) dient er opnieuw afgeweken worden. We fietsen langs de achterkant van de strandcabines naar Chalet Westhinder. Daar wat verdoken op een strandduin bemerken we het houten kunstwerk. Het meest interessant gedeelte “de chambre” is afgesloten.
Het wordt dus spleetgluren.
Door mijn lens door de spleet te murwen kan ik deze foto maken. Een magere vangst in tegenstelling met de afbeelding.
Meer stelling dan kapel. De witte hoeve op de baan naar Blankenberge.
Vaart van Blankenberge.
De jachthaven van Blankenberge. Hier wijken we weer even af.
“Untitled (red man)” een sculptuur van Thomas Houseago (UK).
Rondom de jachthaven staan er verschillende kunstwerken, ik heb er een collage van gemaakt.
De “Paravang” waar men uit de wind ofwel kan genieten van het zicht op de jachthaven of de mini-golfspelers volgen aan de andere kant.
Een overblijfsel van beaufort02 de editie die in 2006 plaats vond. “Baby’s” van David Cerny (CZ).
We wurmen ons verder door de massa toeristen, met de fietsen is het een haast onbegonnen taak. In het kader van deze beaufort-reeks had een collage van tattoo’s tot de mogelijkheden behoort. Toch het fotograferen ervan wordt door mijn levensverzekering niet toegelaten. Dus moet ik jullie de kettingen en andere prikkeldraad op boomdikke armen besparen, waarvoor geen dank.
Onze moeite wordt beloond met deze “Icarus” van Lothar Hempel (DE). Onze mond valt niet direct open van verbazing.
Inmiddels zijn knooppunten 31 en 32 door ons al voorbij gefietst. Aan knooppunt 33 kiezen we resoluut al de vakantiedrukte achter ons te laten en verkiezen naar knooppunt 27 te fietsen.
De haveninstallaties van Zeebrugge. Mogelijk een startpunt voor onze volgende beaufort-rit.
Onze-Lieve-Vrouw-Bezoekingskerk van Lissewege. De maïs is al flink opgeschoten. Na knooppunt 27 gaat het naar 28 en vervolgens punt 29.
3 prachtige boerenpaarden in bij het oversteken van de Brugse steenweg in Uitkerke.
Een schuurtje, het is hier zeer rustig.
Even voor knooppunt 30 dit bruggetje wat verscholen in het gras. Het leidt ons naar…
…nee niet naar “une chambre à la mer” maar naar de vogelkijkhut “de grutto”
De Blankenbergse vaart. Knooppunt 10 en 15 volgen elkaar snel op.
’t is uit te houden.
Bijna half zes, schaftijd dus.
Sint-Bartholomeuskerk in Nieuwmunster. Inmiddels zijn we op weg naar punt 20
Op het land zijn de graangewassen rijp…
Christo was here!!!
Rondom Houtave (juist voorbij knooppunt 20) hebben ze iets met heksen en vogelverschrikkers.
Houtave een dorpje verloren tussen de poldervelden.
Prachtig uithangbord.
De dorpskern van Houtave is zeer pittoresk.
Met een ruim aanbod van cafeetjes, restaurants en ander estaminetten. Op zo’n bloedhete dag als vandaag kunnen we dit zeer appreciëren.
Zijn er oogstfeesten op komst. Wij peddelen verder naar knooppunt 22.
In haast alle velden wordt er graan geoogst.
Een bezigheid voor gans de familie.
Potloden, ter hoogte van knooppunt 22 op naar 13 nu.
Sint-Blasiuskerk in Vlissegem duikt op achter de bomen.
Klemskerke-centrum, tussen knooppunt 13 en 12.
Padje langs kerkhof en Sint Clemenskerk.
Ingangspoort met bijbehorende toegangsdreef naar Sint-Clemenskerk.
Jonge Konik-veulens.
Strobalen voorbij knooppunt 12.
en hoe ze gemaakt worden. Nee geen buitenaardse wezens.
Bijna ter hoogte van knooppunt 26 deze villa op retour.
Na knooppunt 26 is het enkele flinke trappen en we zijn aan de spuikom van Oostende. Zicht op watertoren (potlood) van Bredene.
Inmiddels al 20u voorbij, dat geeft dit beeld van de ondergaande zon op de spuikom.
Tussen de watertoren en de …
…Sint-Antoniuskerk staat ons A-ken trouw op ons te wachten. 78km op de fietscomputerteller het kan tellen. Ik begin van het procedé, de kust volgen aan de hand van de beaufort-kunstwerken en terugkeren langs de polders, te houden. Het is een leuke mix ik heb al zin in de volgende etappe.
Hoogzomer en dit weekend vrij. Zaterdag hebben we wat in de tuin gewerkt maar zondag wordt een fietsdag. Mede om de files ’s avonds te vermijden besluiten we om nog eens naar Vlaams brabant af te zakken. Na ons licht bij “Tour de Frans” en “Dj!no” te hebben opgestoken kiezen we om de kanaalroute te fietsen. Diezelfde files zijn ook de reden dat we om 11u Grimbergen binnenrijden en een parkeerplaats zoeken. Enerzijds is 11u vrij vroeg en is de kans groot dat we voor de terugtocht van de toeristen klaar zijn. Anderzijds is, terugkeren naar Erembodegem, via binnenbanen goed mogelijk vanuit Grimbergen.
In Grimbergen heerst er, door de markt die er zondagmorgen plaats heeft, een gezellige drukte.
Het mooie centrum kan ons onmiddellijk bekoren.
Moeder met kind. Zou vader in de lucht hangen?
We worstelen ons tussen de kramen en kooplustigen en verlaten langs de abdijmuren het dorpscentrum.
Aangespoord door de majestueuze toegangspoort nemen we toch een kijkje op de binnenkoer van deze bekende Norbertijnenabdij.
We volgen de Maalbeek die ons naar de Liermolen brengt.
Meteen zijn we ook in het Mot. Dit museum voor oudere technieken vindt onder meer in deze molengebouwen zijn stek. Ook is er een leuk terrasje waar er iets kan genuttigd worden. Spijtig we zijn nog maar pas gestart en het is wat snel om de riem er al af te leggen.
Wat verder, 10 minuten fietsen misschien, komen we weer een watermolen tegen. Ook hier heeft het mot zich genesteld. Ook hier een terrasje, waaraan we opnieuw weerstaan. Ze gaan dat toch niet teveel meer moeten doen of we steken onze benen onder tafel. Boven zou nog eens een zicht zijn.
Er zouden in deze streek meerdere kastelen zijn, deze poort lijkt het te bevestigen. Maar het bijbehorend kasteel heb ik tot nu toe nog niet kunnen vinden.
Een ietse pietsje later hebben we de ruggegraat van deze tocht bereikt. Juist voorbij de “Verbrande Brug” draaien we het jaagpad op dat over de oever van Willebroekse vaart loopt.
Hier en daar dient de oever al eens ondersteunt.
Voorbij Humbeek wordt er van oever gewisseld en bij het naderen van Kapelle-op-den-Bos krijgt dit kanaal Brussel-Ruppel grootse allures. Met die grote propellers lijkt het klaar om op te stijgen.
Deze visser blijft met beide voeten op grond. Het is toch geen polsstokspringer zeker?
We bereiken Kapelle-op-den-bos niet, even voordien verlaten we het kanaal en zoeken de velden op.
In de Hombeekseweg maken we kennis met deze vreemde vogel die er blijkbaar dagelijks langs komt.
Deze kunstige wat bizarre pop maakt in “Hoeve Ten Bossche” reclame voor het hoeve-ijs dat ter plaatse te koop is. Wij laten ons verleiden en likken al snel aan een lekker “corneeke” roomijs.
Leuk stel.
Is ’t jullie ook al opgevallen dat de runderen voorzien worden van labels aan hun oren? Dit al van jongsaf aan.
Op de hoek van de Larestraat met … juist ja de Kapellestraat. Daar hebt ge ook geen GPS voor nodig.
Werkelijk verbazend zoveel groen, zo landelijk en dit zo dicht bij onze hoofdstad.
Op de hoek van de Singelweg met de…Singelweg, geef terug die GPS!!!
Zo zien er de hagen uit in de Kluisweg.
In Eppegem zijn we, ondanks onze Garmin, even het spoor bijster. Daardoor passeren we dit mooie dorpskerkje.
Garmin, leidt ons terug naar de route die ons langs de Zenne voert. Ik als geboren Hallenaar herken ze onmiddellijk. Inderdaad bij warm weer trotseerden we in Halle hetzelfde geurtje.
Voor we het centrum van Vilvoorde bereiken, doorkruisen we wat troostelozere wijken zoals de “far-west”. Het centrum heeft dan weer iets, de Troostbasiliek en klooster.
Refereren deze machine-onderdelen naar het industriële verleden van Vilvoorde.
Christo was here!!!
Stadhuis, Christo was not here.
Onze-Lieve-Vrouw van Goede hoop. Ook van Christo gespaard gebleven.
We verlaten Vilvoorde-city langs of liever over de “verbrande brug”. Inderdaad geen Chr….
Wie reed er al niet eens over deze mastodont?
Wie roeide er al eens onder?
Een orgelpunt in deze tocht is de passage door het park “de drie fonteinen” Aan de vijver stoppen we even om iets te bikken.
Prachtige ietwat stijve tuin, zoals een oranjerie betaamt.
Al wat minder deftig, maar toch nog wat reserves.
Nog even door het Tangebeekbos.
Het venijn zit in de staart, juist voor het einde wordt er ons nog een kuitenbijter voorgeschoteld. Deze brengt ons op een hogergelegen plateau. Met mooie vergezichten als beloning.
De Chinese toren.
De VRT-Toren
En een prachtig kijk vanuit de velden op de mooie abdijkerk.
Nu gaat het razendsnel naar beneden, alleen dit kapelletje dat iets bourgeois heeft, kan ons afremmen.
Terug “from where we started” stappen we af en volgen het voorbeeld van Frans , we genieten van een koele Grimbergen. Mooie afwisselende tocht achter de rug. De teller staat op zo’n 42.6 km, op één fikse klim na vrijwel vlak en dus haast door iedereen te fietsen. De combinatie van het landelijke met het voorstedelijke schept een leuke cocktail die een stevige 8/10 van ons krijgt.
Dinsdag 21 juli 2009 (nationale feestdag) Al een paar weken liggen we stil, druk op het werk en de laatste week hadden we een logé. Jack de franse buldog van ons Charlie en haar vriend Kevin verbleef zo’n 10 dagen bij ons. Vandaag zijn we allebei vrij. De kust lonkt, maar het gezond verstand doet ons uitkijken naar een tocht wat dichterbij. Via Dj!no en deleukefietser vinden we de gulden Eiroute. Deze ontplooit zich voorbij Deinze rondom Kruishoutem.
Wat voor 12u rijden we onder een openbrekende hemel het marktplein van Kruishoutem op. In de schaduw van de Sint-Eligiuskerk laden we onze fietsen af.
Al snel ligt de dorpskom achter ons en bevinden we ons in de velden. Daar delen we het pad met nog anderen…
Wat verder staan deze jonge bende grasvreters.
Aan de overkant, wat verzonken achter de groene velden, lonkt het dorpje Wannegem.
Door een licht glooiend landschap fietsen we naar Nokere.
Eventjes duiken we een veldweggeltje in om de mooie Sint Ursmaruskerk te kieken. Ietwat vreemde naam voor een heilige. Tja met zo’n naam is het beter wat deemoedig te zijn.
Eerder wat over- dan deemoedig vervolgen we onze tocht naar Nokere-dorp. Prachtig centrum, met zijn witte huizen doet het wat aan Thorn denken.
Deze tocht boeit ons met…
…achter groen verscholen landhuisjes,
prachtige landschappen.
keuterboerderijtjes,
ietwat belegen schuurtjes.
devote kapelletjes, heeft dit exemplaar ezelsoren?
Dan verrast ie ons met een statig, alles behalve deemoedig, kasteel.
Met park, vijver kortom met alles erop en eraan. Kasteel Casier.
Prachtige omgeving.
Ook wat verder is het aantrekkelijk.
We genieten met volle teugen.
Inmiddels hebben we Nokere verlaten.
Een sober kapelletje.
Dichtbevolkt, rommelig duivenhok. Lijkt me niet zo leuk voor deze gevleugelde koeriers.
Terwijl het flink omhoog gaat richting terug naar Kruishoutem merken we deze koe die zich koestert in de schaduw van deze stevige boom.
Dit vreemd bord doet ons even stoppen. Is dit een exclusief schoenmerk? Wie zal het zeggen?
Onze tocht flirt nu met de E17. Dit dafje, ondanks de hoge ouderdom, nog in goede staat.
Deze hangar kan daarentegen een flinke opknapbeurt gebruiken.
Een eierworp verder in de spondenmakersstraat staat wat verdoken onder het bladerdek dit sober kunstwerk.
Wat minder kunstig, zonder grote K laat ons zeggen. Toch leuk.
We naderen de buitenwijken van Kruishoutem en weer klimt het stevig. Tijdens deze inspanning fietsen we voorbij het Hof van Cleve. Gastronomie met grote G. Gelukkig voor onze portefeuille(met kleine p) is de Nationale feestdag aanleiding voor een sluitingsdag.
Niet dit kapelletje , maar wel de zitbank erbij doet ons in de remmen knijpen. Ons maag laat zich al een tijdje horen en we besluiten hier een gastronomische stop (met piepkleine g) in te lassen.
Tijdens het verorberen van onze koeken valt mijn oog plots op deze constructie. Een uitkijktoren die dient uiteraard beklommen.
Eens boven hebben we een mooi uitzicht. Spijtig zijn er niet zo direct herkenbare punten aan den einder.
Dan maar het maïsveld van bovenaf gekiekt.
Als we dan toch bezig zijn….
We verwijderen ons nu van de E17 om over…
…Marolle…
…met wat vreemde runderen (Galloway’s)
Nog kalf en al vrij frank.
Langs en door de Lozerse bossen…
Mooie kerk “Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand” in Lozer.
Het kasteel Della Faille heeft zich achter de bomen teruggetrokken. Dus neem ik maar deze grote houtschuur op de korrel.
Nu komt het dorpje Huise in ’t vizier.
Huise is een lieflijk dorpje met een mooie dorpskern, maar…
…moet het toch afleggen tegen Mullem met zijn schitterende gele huizen.
Verdient een bloempje.
Sint-Hilariuskerk, uitzonderlijk niet in het geel.
Ineens gaat het snel, er verschijnen dreigende wolken.
We steken een tandje bij en spoeden ons naar Wannegem-Lede.
Kieken snel de Sint-Machutuskerk (weer zo’n vreemde naam mijn spellingchecker bijt er zijn tanden op stuk) in Wannegem.
De Schietsjampettermolen (spellingchecker nog niet bekomen en nu weer deze naam) onder een dreigende lucht.
Inmiddels is het al flink beginnen druppelen. We zijn nog slechts op een flinke eierworp van Kruishoutem. Even een laatste hoeve vastleggen en op “een ik en een gij” zijn we terug aan ons A-ken. Al eindigt deze fietstocht wat in mineur ze bezorgde ons toch veel fietsplezier. Enkele keren waren we echt verrast. De bewegwijzering is volledig en bij droog weer(minder in de winter of bij dagenlang regenen) makkelijk te fietsen. De hellingen zijn een paar keer stevig maar door de gemiddelde fietser toch te overwinnen. Nog eens een 9/10 de Vlaamse Ardennen mogen zich toch bij de mooiste streken om te fietsen van ons landje rekenen.
Beaufort03 de derde uitgave van de drie-jaarlijkse kunstmanifestatie aan onze kust. Op verschillende locaties langs de Belgische kust zijn er kunstwerken neergezet. Ook zijn er verschillende tentoonstellingen. Maar wij houden ons, in het kader van deze fietsblog, aan het buitengedeelte “beaufort03-outside. Omstreeks 12u rijdt er een A-ken een parking in De Panne op.
Even zigzaggen we door de villawijken op zoek naar het plaatselijk toerismebureau. Wat later stappen we het bewuste bureau binnen en kopen er een cataloog en nemen een brochure mee. Ik vraag naar een fietskaart maar moet het doen met aanwijzingen, hoe het eerste werk te bereiken.
Na opnieuw wat zoeken komen we in de loskaai aan het tramdepot. Aldaar toont Matt MULLICAN zijn “Twin Stations” . Dit kunstwerk omvat 15 gietijzeren platen. Lijken sterk op de deksels die in straten gebruikt worden om ondergrondse elektrische leidingen, telefoonlijnen, waterkranen of andere kelders mee af te dekken.
Ziehier een collage.
Via de Leopoldsesplanade (de kust heeft wat met het koningshuis) trekken we naar het volgende werk.
“Wild Shore Trilogy” van Jaso Meadows (USA). Een kiosk, tuinprieeltjes of misschien een carrousel, het doet er niet toe…
Langs de kust tegen een sterke wind in (beaufort verplicht tot iets) stampen we voort.
Zo vlak voor de start van het hoogseizoen is het nog beklemmend kalm.
We dienen op onze stappen (of fietstrappen) terug te keren. Dit frietkot, dat opgaat in de kleurrijke omgeving van terrasjes en ijskreemkarretjes en diens meer, blijkt ook deel uit te maken van de tentoonstelling. Binnenin staat er een groot videoscherm, waar helaas door technische problemen, niets op te zien is. Geen storing of interludium, nee niks. “Onderweg” is van de hand van Marijke Van Warmerdam (NL).
In de Ankerweg is er ook een vrij monumentaal kunstwerk waarvan hier een, naar mijn mening, leuk detail.
Langzaam trekt het verlof zich op gang.
The noble art of selfdefence
In het cultuurhuis “Scharbiellie” loopt er naar aanleiding van beaufort03 een fototentoonstelling van Alberto Piovano.
Spijtig genoeg is buiten het hoogseizoen (dus tot volgende week woensdag) dit cultuurhuis slechts zaterdag en zondag geopend. Dus kan ik slechts deze van buiten genomen foto’s tonen.
We verlaten nu De panne en volgen de kustfietsroute tot even voor Sint Idesbald waar we opnieuw afdraaien richting kust. Voor de knooppunters richting punt 65.
Hier trotseert “Never good enough” van Evan Holloway (USA) dapper de stevige zeebries.
Hierna keren we terug landinwaarts alwaar we op leuke gebouwen stuiten.
Even voor de Zuid-Abdijmolen stoppen we voor het volgend oeuvre.
Nee niet dit windmolen-karkas te zien in het prachtig Abdijmuseum “Ten Duinen” (dit museum is echt de moeite waard en kan de hele familie boeien)
Nog even dit dansend koppel gekiekt en weg zijn wij.
We volgen nog steeds de kustroute, maar ook het knooppuntennetwerk kan een leidraad vormen. Van knooppunt 65 gaat het naar 66. Ondertussen trekken we door het natuurreservaat de doornpanne.
Een omheining, eerder symbolisch?
Eventjes wanen we ons in de provence.
Onder deze poort gaat het naar het visserijmuseum in Oost-Duinkerke.
Tijd voor een terrasje. De Peerdevisser.
Na een stevige dronk nemen we de draad weer op. Of men volgt de pijlen van de kustroute of de aanwijzingen naar knooppunt 82. Meestal rusten ze op dezelfde paal of muur. Na het Hannecartbos bij het kruisen van de Kinderlaan dient deze laatste gevolgd tot aan het strand van Nieuwpoort. Daar staat “youtheater.net” Van Tim Segers op ons te wachten
Achter een ijzeren plaat is er een camera geplaatst, als men op de knop eronder drukt wordt men gefilmd. Veerle doet dit dan ook. Of er een filmpje gemaakt is kan je achter deze link zien. Ceci n’est pas un lien
Op het strand en vooral in de lucht heerst er een drukte van je welste.
Ook op het water valt er wat te beleven
Zowat ter hoogte van de Henegouwenstraat staat “Holiday in Melsbroek” van Sven ’t Jolle (BE). Het is duidelijk dat hier het centrum voor uitgeprocedeerden in Melsbroek op de korrel wordt genomen. Kunst als drukkingsmiddel.
Nog een overblijfsel van beaufort02 de vorige editie. “Searching for Utopia” van Jan Fabre. Ik heb dit werk al een paar keer gezien, maar het blijft me toch beroeren.
Hopelijk niet vergeten! Anders zal er vanavond ééntje een goede uitleg moeten klaar hebben.
Inmiddels zijn we de monding van de Ijzer genaderd. Door de sterke wind vaart de overzetboot niet uit. We moeten dus inzoomen om het laatste werk, tentoongesteld in Nieuwpoort ,vast te leggen. “Gaalgui” van Philip Aguirre Y Otegui. Hij zou zich laten inspireren hebben door Senegalese vissersboten. Meteen het laatste kunstwerk van beaufort03 voor deze fietstocht. We plannen de beaufort03 in 3 tochten.
We nemen jullie nu mee naar Nieuwpoort-stad en Veurne om zo terug naar De Panne te fietsen. Eerst knooppunt 82 en daarna 67 volgen
Als we onderweg een kunstwerk voorbijfietsen zullen we het zeker fotograferen. Nog steeds langs den Ijzer deze ‘golven’ van Roland Patyn.
Evenals dit werk dat aan een bootromp doet denken.
De laatste jaren heeft Nieuwpoort kosten noch moeite gespaard om zowel de dijk, het centrum als de weg naar de jachthaven te vernieuwen. En als je het mij vraagt met succes. Zo is deze uitkijktoren haast een kunstwerk. Grote klasse.
De autovrije weg wordt druk bereden door fietsers.
Weer worden we vergast op een prachtig kunstwerk. De poolreiziger van Freddy Cappon.
Bij het naderen van de vismijn pronkt deze lichtboei die de zee voor het vasteland ruilde.
Juist voorbij de vismijn krijgen we het gevoel opnieuw in Bordeaux te zijn aanbeland. Daar zagen we aan de kaaien langs de Gironde ook water uit de grond omhoogspuiten en een nevel vormen.
Met zicht op het Belfort en de stadshallen is het zalig genieten van een heerlijke trappist.
Aan de beiaardtoren ontdek ik dit mooi borstbeeld van Karel Romaan Berquin. Een plaatselijke historicus.
Door het volgen van het knooppuntennetwerk punten 9-8-7 komen we aan de oude Veurnevaart, die we richting Veurne volgen. Punten 5-6
Hier kan Veerle haar hartje uitleven
We vervolgen onze weg langs het jaagpad.
en Veerle zij fotografeerde voort….
In Wulpen staat er een fietscafé: “Wielrijdersrust-Het dorstige hart“. Mooie doening en dat zweempje ironie, ’t moet er bij momenten leuk aan toe gaan. Rare jongens die fietsers.
Ondanks de schapen die vrij over het jaagpad lopen schieten we snel op. Aan den einder doemt Veurne al op. Maar eerst wat boerderijen.
Nummer 1 juist aan de overkant.
Wat verder weg, wat sjieker.
Terug aan onze kant.
Omstreeks 18u15 rijden we Veurne binnen. Knooppunt 68. Tijd om eens lekker te eten. Het aspergeseizoen is volop bezig we aarzelen niet lang en doen ons tegoed aan 2 lekkere aspergegerechten.Ikzelf kies à la flamande en Veerle lust haar asperges liefst met zalm, garnaaltjes. Smullen….
Na het eten nemen we opnieuw de draad met de kustroute op. (of knooppunten 2-1)Juist bij het verlaten van Veurne dit kapelletje.
We zoeken opnieuw de vaart op en fietsen verder naar Adinkerke en vandaar naar De Panne
Meer en meer duiken er in het verkeer ronde punten op. En alsmaar meer worden ze versiert. Of deze strandwagen onder de noemer kunst valt laat ik in het midden.
Deze beelden beantwoorden al wat meer aan de noemer.
Wordt hier het verlof met de ganse familie uitgebeeld?
Wie zal het zeggen?
Van het rond punt zijn we op een wip terug in het centrum van de Panne. Daarmee zit ons eerste bezoek aan beaufort03 erop. We hebben er veel van genoten. Kunst in een geweldig kader. De kustroute is reuze om te volgen. Ik kan iedereen die cultuur met een sportieve inspanning wil combineren beaufort03 aanraden. Ik kijk al volop uit naar het volgende gedeelte.
Weer al drie weken thuis. Op het werk is het heel druk, ik kan me weinig vrijmaken. Maar zaterdag wordt er mooi weer voorspeld. Ik speur op internet naar een mooie tocht dichtbij. Bij “Djino” vind ik de Molenbeekroute. Zo’n 10 jaar geleden fietsten we al eens deze tocht. Gelieve deze molenbeekroute niet te verwarren met de route die we begin vorig jaar aflegden rond Steendonk. Ik kom omstreeks 12u thuis. Na het middagmaal ga ik even rusten (ben al op van voor 5u). Het is dan ook rond 14u30 als we de tocht aanvatten.
We fietsen naar Haaltert alwaar we ter hoogte van het warandepark de route aansnijden.
Snel even deze parkbezoekers kieken en weg zijn wij.
We volgen de wegwijzers en onze garmin, die ons over de stationsstraat (een drukke steenweg)brengt. Wat verder dit mooi kapelletje en achterliggend kerkhof. Er liggen hier ook slachtoffers(van het gemene best) tijdens de tweede wereldoorlog.
Zowat halfweg tussen Haaltert en Denderhoutem stuiten we op deze tuin-indiaan. Zijn blik laat niets goed vermoeden. ’t Is eens wat anders altijd die onnozel contente kabouters.
We fietsen niet door tot Denderhoutem maar slagen rechtsaf den “Daai” in. Aldaar dit lieflijk tafereel.
Nog steeds fietsend over den Daai.
Kapelletje bij het verlaten van de velden te Stichelen.
Stichelen lijkt een klein gehucht te zijn. Algauw duiken we weer de velden in.
Nu krijgt de route toch een heel idyllisch tintje. Winkelveld
In de boekentstraat even deze vrolijke noot. Lijkt zo weggelopen uit een verhaal van Suske en Wiske.
Opnieuw dompelen we ons in het landelijke, tussen Heldergem en Kerksken (Haaltert) ligt dit prachtig natuurgebied Den Dotter..
Zicht op Heldergem.
De velden onderbroken met bomenrijen, wat kan een fietsershart meer bekoren.
Bakhuis opgericht door de buurtgemeenschap Gotegem in 1999.
Even binnenloeren.
In Aaigem bevinden we ons ineens op bekend terrein.
De lente loopt op haar laatste benen en de jeugd doet zijn intrede op de velden.
En inderdaad de ons zo vertrouwde Volckaerthoeve duikt op achter één van de vele bochten die deze tocht rijk is. Er wacht ons wat treurig nieuws. De Volckaerthoeve staat over te nemen. In afwachting is ze slechts zaterdag en woensdag open.
Ik ga nog eens achteraan kijken.
De hooischuur als zowel de hooiwagen lijken goedgevuld. Even smullen van lekkere zelfgemaakte ijskreem en weer op weg. Hopelijk blijft de Volckaerthoeve en vooral haar activiteiten bestaan. Het zou zonde zijn.
Ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. Ik val op de kleuren, heeft iets zuiderlijks.
Nu fietsen we naar het centrum van Aaigem.
Even binnenloeren… Van Aaigem gaat het met een wijde bocht naar Woubrechtegem.
Gloednieuwe, stevige villa. Crisis, what a crisis?
Koeien moeten naar de stal om gemolken te worden.
Lagergelegen boerderij, de machtige vergezichten rijgen zich hier aaneen.
Woubrechtegem.
We zijn nu op een boogscheut van Herzele. Bij het binnenrijden deze “molen te Rullegem” die flink onder handen wordt genomen.
Het schepenhuis in Herzele.
De ruïne van wat ooit een trots burcht was. Tot hier de rondrit Herzele.
We vervolgen onze weg opnieuw langs een veldbaantje dat ons naar…
…Ressegem brengt.
Burst is de volgende halte op onze rit.
Deze mooie klok, ontdaan van kerktoren, op een paar stevig spoorbils. Bambrugge
De Sint-Martinuskerk nog altijd in Bambrugge.
We naderen de E40 met aan de overkant Vlekkem. Ook hier dat glooiende dat voor mooie beelden zorgt.
De sopeter in Vlekkem
Inmiddels peddelen we richting Erpe-Mere. Wat voor Ottergem zien we een kudde koeien die in het veld gemelkt worden.
Na Erpe-Mere duiken we langs de Oudenaardse baan de E40 onder. In Mere toeven we wat langs de molenbeek . Haar oevers zijn juist opnieuw mooi aangelegd.
Nog even een fikse klim naar de Gotegemstraat. Daarna is het uitbollen terug naar Haaltert. Vandaar keren we terug naar huis. Het is zo’n 20u15 als we daar aankomen. De Molenbeekroute is een leuke herontdekking. 42 km is niet te lang maar levert toch genoeg verassend mooie momenten. Zonde dat we deze aantrekkelijke tocht, die we van huis uit kunnen fietsen, zo lang links laten liggen hebben. 8.5/10 verdient ze zeker. Samen met M-route en de Patersroute is het een aanrader om de prachtige streek , die de Vlaamse ardennen is, te verkennen. Zeker doen!!!
Ons verlof in Toscane is inmiddels weer al 2 weken oud. Onder een stralende zon bij zalige temperaturen genieten we volop. We lezen een boek en brengen een bezoek aan de nabijgelegen dorpjes. Convalle plakt als het ware aan de bergwand achter onze Casa. Een stevige klim bracht ons ter plekke.
Het dorpje is een aaneenschakeling van huisjes trapjes en steegjes.
Een uitstap naar San Gimingani voerde ons naar het meer glooiende Toscane.
Wat een prachtige skyline hier.
Op dinsdagavond trokken we nog eens naar Lucca. In mei wordt Lucca veel minder aangedaan door de toeristen en is het er zeer ontspannen kuieren.
Castel Nuovo di Carfagnana is ook een ongelooflijk mooi dorpje neergepoot op een bergwand.
s’Avonds ziet het er zo uit. We ontspannen ons maar het begint toch te kriebelen. Op de kaart zie ik dat het langs de oevers van de Arno tussen Pontedera en Pisa vlak is. Ik zie er verschillende dorpjes. Dit alles doet ons besluiten met de fietsen op het dak naar Pontedera te rijden.
Het is zowat 12u s’middags als we Pontedera binnenrijden. Pontedera is een wat grotere gemeente met een commercieel centrum.
De hoofdzetel van Piaggio is hier gevestigd ik heb er dan ook meteen een boontje voor.
Na wat rondrijden komen we vrij snel bij de Arno. De Arno is (of was) een gevaarlijke rivier die nogal eens buiten haar oevers trad. Het lijkt erop dat men de rivierbedding aan het verbreden is.
De Via del Tiglio voert ons landinwaarts.
De Via del Tiglio wordt ondanks het middaguur op een zondag vrij druk bereden. We verkiezen dan om een landweggetje in te slaan.
In tegenstelling is de Arno bij het naderen van Calcinaia een wijde impressionant stroom.
In Calcinaia is er feest. Een soort jaarmarkt of braderie.
Met veel kleur zoals het in Italië past.
Bevlagde straten.
We verlaten Calcinaia langs de Via Vicarese. Er rijden ons weinig auto’s voorbij en de lommerd van de hoge kruinen is welgekomen.
We naderen opnieuw de Arno, met enkele verlaten fabrieksgebouwen.
Aan de overkant op de oever lijkt het een leuke bedoening.
De Arno is hier haast onbevaarbaar.
We verkiezen de Arno nog niet over te steken en keren terug naar de Via Vicarese. Toch ook deze weg begint na een tijd te vervelen en dus zoeken we de kleine straatjes op, die door kleine dorpjes lopen.
Mooi verweerde torens zie je hier alom
Overbrugde steegjes in een buitenwijk van Cascina. Laat ons hopen voor het Mariabeeldje dat er hier nooit een mastodont van meer den 2 meter tracht door te rijden.
We fietsen opnieuw langs de Via Vicarese maar even voor het gehucht Noce slagen we af en fietsen door de velden.
Doch we snijden juist op tijd deze provincieweg weer aan om op dit mooi kerkje te stuiten. Dit bij het binnenrijden van Uliveto Terme.
En dan ineens zomaar neergepoot naast de rijbaan (gelukkig maar) deze knots van een rotsblok.
Fiat bestelwagentje, nog met de motor achterin, doet me aan mijn “nonkel Omer” denken die met zo’n Fiatje zijn klanten bediende. Dit zo’n 40 jaar geleden. Dit exemplaar lijkt haast nieuw.
In Uliveto Terme verlaten we definitief de “Via Provinciale” en onze route nestelt zich weer wat dichter bij de Arno. Dat deze laatste soms wild tekeer kan gaan blijkt uit de hoge dijk. Deze dijk leent zich ook als rustplaats waar we een kleine hap binnenspelen, ons nog eens flink insmeren tegen de brandende zon en waar we vooral…
…genieten van dit prachtig zicht.
Het is onze betrachting de Arno in zijn loop te volgen en daarbij drukke verkeerswegen te vermijden, dan laat je deze veldbaan niet liggen.
Tiens, zelfde torentje andere hoek.
Opnieuw fietsen we voorbij een piepklein dorpje ik gok op Gabella, maar het kan ook Galci of Campo zijn.
De Arno-delta leent zich voor land -en tuinbouw, hier de teelt van asperges.
Typisch beeld hier in de streek.
Aspergeteelt is intensief en kan zich in dit seizoen geen zondagsrust veroorloven. Cipressen zijn zowat de eenzaaten onder de bomen. Je moet al goed zoeken om er twee in een straal van 500 meter te vinden.
In Campo rijden we een fiets- wandelpad op dat over de rug van de dijken, die de Arno in haar wilde dagen moet bedwingen, naar Pisa leidt.
Dit pad is aangelegd met subsidies van de Europese unie.
In een schilderachtige omgeving meandert het ons met de Arno mee naar Pisa.
Aan de overkant San Lorenzo Alle Corti mmmm….smaak die klinkers.
Alsof we nog een duwtje nodig hebben om ons in de provence te voelen?
Erepodium?
Ze hebben hier toch iets met torens. Al zijn de dorpjes klein…Mezzana.
Het pad brengt ons naar de buitenwijken van Pisa, een taverne met speeltuin laat er geen twijfel over bestaan tourism is back.
Wat verder zijn we getuige van het volgend ridderspel.
Langs de stadswallen fietsen we verder naar het centrum.
Op Piazza San Gibraldi (zowat de locale d’Artagnan) smullen we van een lekkere gelatta alvorens de terugtocht aan te vatten. Ik bespaar jullie nu de eerste kilometers van de terugtocht. Scrol wat terug en ja dat is het, de eerste kilometers leiden ons langs de heenweg terug.
Ik neem, samen met jullie mag ik hopen, de draad weer op aan de overkant van de Arno. Het heeft nogal wat aarde in de voeten gehad om eens buiten Pisa de Arno over te steken. Ik bespaar jullie de op- en afritten van pseudo-autowegen en de vrees voor het vege lijf. Maar heb het liever over dit borstbeeld ingekapseld in een banale gevel in Oratoio.
Wat verder stuiten we op een speciaal gehucht. Grote gebouwen vormen een vierkant rond de dorpskern. We trachten door te dringen naar het centrum maar dit lukt niet al te best. Dus het beste wat ik in petto heb is …
Driewielers worden ze dan nooit volwassen?
Tiens, zelfde kerk andere hoek, San Lorenzo Alle Corti mmmm….smaak die klinkers…
Inmiddels volgen we de “via di mezzo nord” bij het naderen van San Casciano zien we deze rijhuisjes.
Blijken speciale huisjes te zijn. Alleszins blijken er geen burenruzies plaats te hebben.
Er zijn veel steengroeves in de streek
Prachtige hoeve mooie bloemen.
Ook hier worden er asperges geteelt.
We peddelen lustig verder en voorbij San Frediano a Settimo keren we terug naar de dijk om op z’n rug voort te fietsen. Ook hier is met steun van de Europese Unie een fietspad aangelegd. Heerlijk fietsen!!!!
Modern gebouw ter hoogte van Marciana.
Nog steeds op het kiezelwegje inmiddels al voorbij Cascina.
Onder een brug wiens glorietijd al een tijdje voorbij is. Wat ook haast voorbij is, is onze tocht. We verlaten het pad en via drukke verkeerswegen rijden we het laatste stuk naar Pontedera.
Hier eindigt een prachtige fietstocht. Toscane heeft prachtige steden maar ook het landelijke bekoort ons. Het fietspad op de dijkrug is echt de max en wie in de streek is en daarbij beschikking heeft over een fiets moet eens naar hier afzakken.
Na deze tocht rest er ons nog een week in dit prachtige Toscane. De fietsen blijven op stal en dus is dit het laatse verslag van onze fietsavonturen hier. We komen zeker terug……
Gisteren Moederkesdag, dat hebben we ’s avonds gevierd met een lekkere pizza in de pizeria zo’ 300m van onze casa. Inmiddels zijn we al meer dan een week in het mooie Toscane. Onder een stralende zon brachten we een bezoek aan Lucca een lief stadje waar het leuk kuieren is.
Pisa verraste ons met meer aan te bieden dan de wereldberoemde toren.
Vandaag hebben we weer zin in een flinke fietstocht. Viareggio is een kust- of havenstadje aan de Tyrreense zee. Iets voor 10u staan de fietsen op het dak van ons A-ken. De tocht naar Viareggio leidt dwars door de Alpi Apuane. Eerst klimmen we tot zo’n 600 meter hoogte waarna een lange gevaarlijke afdaling richting kust volgt. Het is dan ook middag als we in Viareggio aankomen.
Snel fietsen we naar het strand.
Wat verder kruisen we een kanaaltje dat naar de haven leidt.
De visvangst wordt gekuist op een gemoedelijke wijze.
Een allegaartje van vissersboten en plezierjachten.
In Viareggio zijn er een paar scheepswerven gespecialiseerd in luxejachten. Wat we hier voorgeschoteld krijgen grenst aan het ongelooflijke. Zowat alle rijken op onze aardbol komen hier hun vaartuigen ophalen.
Zie je wat ik bedoel. Het is misschien op deze foto niet direct te zien, maar onder de opstaande klep staat nog een motorboot.
We verlaten de haven en Viareggio en zetten onze weg voort langs grotendeels verlaten stranden. Het hoogseizoen moet er nog aankomen.
Voorbij de stranden trekken we het Parco di Migliarino-San Rossore-Massaciucoli (vraagt mij niet dit uit te spreken maar een italiaan doet dit in een fractie van een seconde).
Dit park of natuurgebied doet me veel aan de côte sauvage in Charente Maritime denken. Als je hier klikt kan je dat verslag nog eens lezen.
De natuur heeft er zijn gang mogen gaan wat voor nogal vreemde kronkels zorgt. Deze bomen staan in een wat moerassig gebied. Er zijn dan ook zeer veel muggen en voortdurend moeten we deze pestkoppen van onze benen en armen slaan.
Bij het kruisen van de “Viale John Fitzergerald Kennedy” verlaten we het bos en peddelen verder door de duinen. Meteen zijn we ook verlost van de bloeddorstige langpoten.
Een eerste kanaaltje kruist onze weg.
In de verte de hoofdleveranciers van het water dat hier naar de Tyrreense Zee loopt.
Het fietspad dat we nu al geruime tijd volgen brengt ons naar de stranden van de Tyrreense zee.
De stranden zijn er vrij wild, het ligt er vol met takken en boomstammen of -stronken. Vanwaar zijn die aangespoeld?
Al dat houtafval weert de klassieke toerist maar voor vissers is dit een paradijs.
Bij zo’n 27° aan een Tyrreens strand met zicht op eeuwige sneeuw.
Inmiddels zijn we aan de monding van de Serchio beland. Ook hier is het aangenaam vissen.
Ode aan een lekkere vissoort?
We volgen nu het grindpad langs de Serchio.
Een berkenbosje.
Brugje over zijbeek van de serchio.
Nog eens van wat verder en wat schoon volk.
Rond de beek vliegen er ook talloze muggen en is het slecht toeven. We zetten onze tocht vlug verder en nemen de Via del Mare en peddelen langs velden vol met van deze palmen.
Langs diezelfde Via del Mare een prachtige hoeve.
Er tegenover deze grote zwam.
Nu een grote leemte. Door een vergetelheid heb ik de kaarten van de streek niet in den garmin geladen. Van navigeren is er dus niet veel sprake. Orienteren is dus wat natte vingerwerk. Zodoende komen we op de SS1 terecht. Een drukke verkeersweg waar de mastodonten van trucks je haast van de weg blazen. Zo missen we het “Lago di Massaciucolli en misschien ook enkele muggenbeten.
Maar tot Torre del lago Puccini volgen we deze troosteloze weg.
Nog even langs de spoorweg…
…en wat later rijden we Viareggio opnieuw binnen.
Veelbelovend begonnen eindigt deze tocht na zo’n 34km wat in mineur. In Viareggio is er niet zo veel meer te bekijken en als snel staan de fietsen op het dak en rijden we terug naar Trebbio. Daar richten we onze schreden naar de plaatselijke pizzeria en het duurt maar één glas bianco of we hebben opnieuw een prima humeur.