Lissabon, vergane glorie of mooie trekpleister

Vrijdag 30 december 2011

Naar aanleiding van enkele city-trips schreef ik reisverslagen die ik via mijn blog “stefsoncitytrip” wereldkundig maakte. Ik haal ze tijdens deze eindejaarsperiode vanonder het digitale stof en breng ze onder bij de tweezame fietser. Veel gepeddel zal je er niet aantreffen maar wat nostalgie in deze kerstperiode kan geen kwaad. Vandaag ons wedervaren in Lissabon.

Een gelukkig 2012 aan ieder van jullie.

Zondag, 1 juli 2007
Om 5u30 stonden we al aan te schuiven voor de incheckbalie van Brussels Airline.
Mooi op tijd en 2 uur later hangen we al in de lucht richting Lissabon waar we omstreeks 9u30 plaatselijke tijd, Portugal heeft blijkbaar geen zomeruur, aankomen. Met de Aerobus gaat het dan naar het centrum van Lissabon. Op de praça Marques de Pombal waren we even de weg kwijt, maar na wat zoeken kwamen we aan in ons hotel “P.Residencial Princesa”. Daar gauw onze bagage in de kamer gelegd en dan op verkenning naar Lisboa. Tijdens deze wandeling vielen er al direct enkele zaken op:

Sommige gevels zijn bezet met azulejos (typische Andalusische tegeltjes) andere zijn nogal verwaarloosd en nog anderen zijn een mix van beide.Verder is het steeds dalen of stijgen, vlak is het zelden, vraag het maar aan ons kuiten. Proper is het er ook niet, steeds moet je opletten om niet in een stro.. te stappen en nogal eens heb je het gevoel aan de grond te blijven kleven, zeer speciaal!!

Eens door de volkswijken komen we in het centrum waar grote pleinen, mooie oude gebouwen en standbeelden getuigen van een glorierijk verleden.
Na vlug onze honger gestild te hebben bij een Chinees kuieren we verder door de steegjes en straatjes en genieten van mooie vergezichten op de Taag.

Oude pittoreske trammetjes fleuren het straatbeeld op en maken dat we ons voelen, alsof we in de tijd na de 2de wereldoorlog teruggekeerd zijn, misschien is dit wel een beetje waar!!
Stilletjes kruipt de vermoeidheid in onze leden en beginnen we naar een bed te verlangen dus klimmen (letterlijk) naar ons hotel om daar van een goede rust te genieten.

Maandag, 02 juli 2007,
Na een stevige nachtrust gaan we vandaag voluit. Eerst naar beneden en daarna terug omhoog naar de Castelo de São Jorge. Een fikse klim brengt ons naar het kasteel dat boven de stad uit torend, dit geeft dan ook prachtige vergezichten.We vertoeven er eventjes volgen enkele voorstellingen over Lissabon. Daarna dalen we terug af en gaan lekker eten in een zeer speciaal restaurantje “senhora mãe“.Het heeft iets heel apart en het eten wordt er creatief opgediend en is heel lekker. Dan besluiten we naar Belém met zijn verschillende kunstwerken te gaan. Daar we eerst de kust, waar er volop gebouwd wordt, vermijden komen we langs de Basilica de Estrella en het prachtige park ervoor.
Even voor de immense hangbrug “Ponte de 25 abril“bereiken we de kustlijn.Deze brug is verbazingwekkend, daarna gaan we verder richting Belém (Portugees voor Bethlehem). Langs de haven(bitter weinig activiteit) komen we aan het wereldbekende monument Padrão dos Descobrimentos (monument der ontdekkingen), hier blijven we even om er foto’s van te nemen.
Ietwat verder komen we dan bij het Torre de Belém een burcht juist aan de oever, toen het gebouwd werd was de Taag nog veel breder en lag het haast in het midden.
Intussen is het al haast 19u en langs het maritiem museum, dat een prachtig gebouw is, gaan we naar een bus stopplaats.
De eerste bus die we nemen is echter een verkeerde. Daardoor komen we langs de aquaduct, dat toch ook een bouwwerk is, dat de moeite waard is om te bekijken.
De volgende bus brengt ons terug naar de rand van het centrum, dus hebben we nog een flinke tocht voor de boeg. Na een slaatje in een snackbar komen we aan in ons hotel waar we algauw liggen te slapen.

Dinsdag, 3 juli 07,
Vandaag gaan we sightseeën, in onze city-trip zaten er ook 2 tickets voor Lisboa city line. Met een gescalpeerde dubbeldeksbus rijden we rond. Laten we nu juist de meeste bezienswaardigheden gisteren al gezien hebben. Ook het weer is wat minder, bewolkt en fris. Kortom deze rondrit was direct geen hoogvlieger. We zagen wel de nieuwe arena waar er in de toekomst stierengevechten doorgaan. Een heel mooi gebouw, spijtig van de stierengevechten (ook al wordt de stier alleen verwondt en niet gedood).
Aan het grote warenhuis El Corte Inglés stappen we af en gaan even shoppen. De honger slaat toe en we gaan op zoek naar ons restaurantje, doch dit blijkt gesloten en dan gaan we maar naar een klein eethuisje vlakbij de Castello, dit was echter een grote misser, slecht eten in een lelijk kader. Na een bezoekje aan de opgravingen van een oud romeinse vestiging en enkele verboden foto’s, keren we terug naar het centrum.Daar kuieren we wat rond en stuiten er op een buurmeisje uit Veerles jeugd Greetje. Deze bezoekt, samen met haar echtgenoot Pauwel en kinderen Marie, Rueben en Lucas, Lissabon. We trekken wat op met hen drinken samen een lekkere witte landwijn en vervolgen onze weg. Door het gezellig keuvelen zijn we wat de tijd uit het oog verloren en is het inmiddels weer de moment om te gaan eten. We vinden een ietwat deftig (versta stijf) restaurant “A Arte da Comida” maar waar de bediening gemoedelijk is en het eten heel lekker. Daarna weer de (calvarie)berg op om in ons hotel tot rust te komen en snel in te slapen.
Woensdag, 4 juli 2007,
Dit is dus de laatste dag. Na het eten maken we onze pakken en dragen die naar beneden. We nemen nog een foto van de ontbijtzaal en gaan er nog eens op uit. Via het centrum komen we Alfama, in deze volkse wijk valt de uitbundige versiering op. We kuieren nog wat door deze wijk en gaan daarna nog eens lekker eten in ons vertrouwd restaurantje. Door een babbel met de serveerster loopt het wat uit en wordt het haasten naar het hotel en daarna naar de luchthaven. Twee uur op voorhand (B-Light) komen we daar aan en stijgen op rond 20 uur, een half uur vertraging. Omstreeks middernacht landen we in Zaventem en door de diensten van Aalst airport co. zijn we snel thuis.

Parijs, stad van het licht (Begin juli 2005)

Donderdag 29 december 2011.

Naar aanleiding van enkele city-trips schreef ik reisverslagen die ik via mijn blog “stefsoncitytrip” wereldkundig maakte. Ik haal ze tijdens deze eindejaarsperiode vanonder het digitale stof en breng ze onder bij de tweezame fietser. Veel gepeddel zal je er niet aantreffen maar wat nostalgie in deze kerstperiode kan geen kwaad. Bij de start van de zomervakantie 2005 trokken we naar Parijs…

Een gelukkig 2012 aan ieder van jullie.

Veerle en Stef

Om naar Parijs te gaan is de Thalys een prima vervoer.
Op korte tijd ben je in het hartje van Parijs. Zo deden we dus begin juli 2005.
Vrijdag 1 juli 2005,
Omstreeks 11u30 vertrokken waren we ruim op tijd om nog s’namiddags Centre Pompidou te bezoeken. Daar vonden we prachtige kunst in al zijn vormen; schilder- beeldhouw- geluidkunst, design en nog veel meer. Heel boeiend. Snel nog iets eten en dan terug naar ons hotel. Dit hotel met de veelbelovende naam“Hotel de Paris” in de rue de Maubeuge was echter een teleurstelling. Vooral het ontbijt s’morgens trok op niets. De centrale ligging was het enig voordeel.
Zaterdag 2 juli 2005
s’Morgens gingen we richting Le Louvre. Dit gebouw is indrukwekkend. Maar wat we binnen zagen grenst aan het ongelooflijke. Werken van de oudheid Egypte Griekenland enz… over de middeleeuwen en vroeger tot de eerste helft van 19de eeuw met prachtige werken zoals Mona Lisa en de Venus van Milo er slechts enkele zijn. Dit museum is samen met De Sint-Pietersbasiliek in Rome een van de meest verrassende monumenten die ik ooit heb bezocht.. Eens buiten zetten we onze tocht verder en langs de Seine kwamen we op het Ille de la Cité met zijn mooie Notre Dame. Toen slenterden we terug om uiteindelijk via de Champs Elisée de Arc De Triomphe te zien. Deze beklommen we en hadden een prachtig uitzicht daar. Toen nog even eten en dan opnieuw naar ons hotel terug.
Zondag 3 juli 2005
Vandaag staat Musée d’Orsay op het programma.
Dit museum maakt deel uit van de voordeel-tickets die bij onze trip hoorden. Toch de eerste zondag van de maand is het bezoek gratis en ons ticket van genen tel. Dus aanschuiven maar. Toch dit aanschuiven wordt beloond met een collectie van prachtige kunstwerken van grote kunstenaars zoals Van Gogh, Monet, Cézanne, Degas en vele andere…
Verbluffend, na wat we gezien hebben in het Le Louvre is het haast ongelooflijk dat men hier nog zo’n keur van kunstwerken bij elkaar heeft gekregen, wat een weelde. Hierna stappen we richting Mont Martre en de basiliek Sacre Coeur. Het is stevig klimmen en eens voorbij de Moulin Rouge zijn we er snel. De wijk is heel pittoresk met veel boetiekjes en restaurantjes. Na dit bezoek dalen we weer af naar de Seine om ze te volgen tot aan de Notre Dame. Daar is er vanalles te doen roller-scaters doen er hoogspring-wedstrijden. Wat later beklimmen we de toren van de Notre Dame en genieten er van het prachtige uitzicht. Na dit alles krijgen we honger en zoeken een gezellige brasserie om er eens lekker te eten. Brasserie Julien beantwoordt 100% aan onze verwachtingen.
Na een lekkere maaltijd gaan we terug naar ons hotel om er onze laatste nacht door te brengen.
Maandag 4 juli 2005
Deze dag, die er in feite maar een halve is, is volledig geweid aan de koopjes. Galleries La Fayette here we come.
Daarna brengt de Thalys ons opnieuw naar België. Dit kort bezoek aan Parijs was fantastisch en het is niet voor niets dat we er in 2006 opnieuw neerstrijken!!

Stadswandeling Venetië (verlof Emilia-Romagna mei 2011)

Maandag 16 mei 2001

Comacchio ligt op zo’n 110 km van Venetië, dit is zowat de afstand die wij thuis afleggen om de Belgische kust te bereiken. Het zou dan ook zonde zijn mochten we deze legendarische stad niet bezoeken. Zo komt het dat we rond 13u30 op de kade van Fusina wachten op de overzetboot die ons naar Venetië moet brengen.

Het is echter even wachten op de overzetboot
We verdoen de tijd met enkele foto’s te nemen van het havengebied.

Zware industrie.

Maar dan komt de Vaporetto eraan. En weg zijn wij!!!

We meren aan in Zattere. Van de aanlegplaats gaat het linea recta naar een restaurant om het gebrul in mijn buik te stoppen.

Op de kade heerst er een gezellige drukte.

Van Zattere gaat het langs de kade naar Puonto delle Duomo. Meteen hebben we zicht op een smal kanaaltje lijkt beloftevol.
Aan de overkant van het “Canale della Guidica” zien we dan weer dit mooie “Le Zitelle“.

Ja en het komt stilletjesaan op gang. Il Redentore is nog zo’n blikvanger.

En dan weer een kanaaltje, het kan hier niet op. Ons kodakskes krijgen geen rust. Die gaan een zware dag tegemoet.

En alle vervoer gebeurt per boot, goed geprobeerd van deze vrachtwagenchauffeurs maar buiten de waard gerekend.

We bereiken “Puonto della Duomo”en zien er dit vreemd, ietwat onwezenlijk kunstwerk . Venetië heeft tot op hedendaags een grote kunsttraditie.  Zo wordt er om de twee jaar een kunstbiënnale gehouden. Eén van de meest gerenommeerde wereldwijd.

Na de punto volgt de kade het “Canal Grande

Het is er heerlijk slenteren.

Dan staan we ineens oog in oog met deze yeti-achtige verschijning.

Waarna we ons verder spoeden naar de Basiliek van Santa Maria della Salute. Weerom een indrukwekkend bouwwerk.

Wat minder indrukwekkend, maar het is toch altijd leuk anderen aan het werk te zien terwijl men zelf wat lanterfant.

We verlaten de kade en via één van de talloze bruggetjes duiken we de steegjes in.

We blijven zicht op het “Canal Grande” houden.

In deze steegjes maken we een eerste keer kennis met het Venetiaans kunstglas. Meteen krijgen we voorbeeld van Venetiaanse prijsstelling.

We rijgen de pittoreske steegjes en schilderachtige pleintjes aaneen.

Sinds Firenze nooit zoveel cultuurhistorisch moois bijeen gezien.

We kuieren verder en bereiken opnieuw het Canal Grande. We bewonderen er het “L’Istituto Veneto di Scienze, Lettere ed Arti“. Voor de vertaling wend U zich tot google vertaling.

Als we over onze schouder kijken, krijgen we deze terugblik.

We hebben de andere oever bereikt via de Ponte dell’Accademia.

Deze tocht slingert zich opnieuw langs pleinen…

Steegjes met alsmaar meer kunstgalerijen.

Met soms wel heel opmerkelijke kunstwerken.

Waarna we opnieuw van plein naar…

plein wandelen.

We hebben ogen te weinig om alles te bewonderen.

Had ik het over schilderachtige pleintjes?

Ook brugjes zijn dikgezaaid in Venetië. Dit exemplaar leidt ons naar de fiere “Chiesa di San Moisé” deze barokke kerk is echter een voorbode van het…

…imponerende San Marcoplein. Het “Piazza San Marco” moeder van alle Venetiaanse pleinen overdondert ons. Kijk maar mee.

Basiliek “San Marco

Het Dogepaleis (persoonlijk vind ik het iets mooier dan de basiliek van San Marco).

Bezie die gallerijen eens.

Dit alle gekruid met een vleugje romantiek…


Maar deze klokkeluiders roepen ons ter orde.

Omstreeks 20u30 vertrekt de laatste overzetboot die ons terug naar Fusina moet brengen.

We spoeden ons terug naar Zattere waar we juist op tijd zijn om in te schepen en na te genieten van één van de indrukwekkendste stadswandelingen die we ooit mochten maken.


Enkele interessante links:

de officiële site van Venetië: met ondermeer cultuur en toerisme alleen in het Italiaans echter.

Stadswandeling Ferrara (Verlof Emilia-Romagna mei 2011)

Woensdag 11 mei 2011

Sinds zaterdag 7 mei 2011 zijn we in Liddo delle Nazione met verlof. Dit kust- lees badstadje maakt deel uit van Comacchio. Comacchio is een bloedmooi stadje in Noord-Italië aan de Adriatische kust. Comacchio ligt in de provincie Ferrara dat op zijn beurt in de regio Emilia-Romagna ligt. Twee dagen na onze ontdekkingstocht in Ravenna rijden we naar Ferrara om aldaar ook eens de sfeer op te snuiven.
We laten ons A-ken op een parking buiten de stadsmuren achter en via de “Piazzale medaglie d’oro” trekken we Ferrara binnen.
Als we voorbij het “Palazzina di Marfisa” wandelen merkt een dame ons op en zij nodigt ons uit om binnen een paar foto’s van de mooie tuin te nemen. Althans dat hebben wij menen te verstaan.
We kuieren  even verder langs de “Corso Giovecca” waar ondermeer deze franse buldogskes opmerken.
Waarna we via enkele steegjes de prachtige “piazza Trento e Trieste” bereiken.
De “Duomo” (kathedraal) met een machtig mooie “Campanile” (toren).
Tegen de “cattedrale” kleven er  winkeltjes, als ware het vogelkooitjes. Dit fenomeen kan je ook bij ons tegenkomen. Stamt uit de middeleeuwen en zou met het ontlopen van taksen te maken hebben. Kortom zowat Luxemburg onder de kerktoren.
Als we wat verder gaan krijgen we zicht op de fantastisch mooie voorgevel. Mijn zakske met superlatieven komt stillekes open.
Via een doorgang onder huizen komen we op de “Palazzo Municipale“. Op dit stadsplein kiekt Veerle deze mooie trap.
Dit alles onder het goedkeuren oog van ondergetekende met strooien hoedje.
Wat spijtig dat de authentieke deur vervangen is door een stalen exemplaar. Maar het blijft toch mooi.
Toch wel handig zo’n zonnewijzer-kalender. Er moeten geen batterijen in, moet niet opgewonden worden en vooral loopt s’morgens niet af.
Volgend moment van verwondering. “Castello Estense” imposante burcht midden in het centrum.
Dan is dit verweerd kapelletje wat terughoudender maar toch heeft het iets lieflijk.
Stevig kannoneken, misschien wel wat minder mobiel als wat we vandaag op het TV-nieuws zien voorbij flitsen. Maar ja toen was er nog sprake van honderd-jarige oorlogen.
Het “Castello Estense” blijft ons boeien.
Voor het toerismebureau te bereiken dienen we binnen te gaan. Mooie binnenkoer met waterput.
De muren van de Castello zij zeer dik, kanonbestendig.
En dit vaasken zal ook tegen nen stoot kunnen. Spijtig, maar niet bestendig tegen opschriften in bik en stift.
Vanhier gaat het nu naar de “Chiesa del Gesù” Kerk van Jezus.
Het wandelen onder een stralende zon in een historisch centrum van een stad is toch een aparte belevenis.
Welke verhalen verbergen zich achter deze zuiderse gevels. Wat is hier ooit beslist of afgekeurd?

 

Hoe moet zo’n gebouw er uitgezien hebben als het juist in gebruik werd genomen.
Palazzo dei Diamanti” een icoon van Ferrara. Kent er iemand bij ons een aannemer die zoiets kan, ons Veerle vindt dit het einde. Eens kijken of zo’n gevelrenovatie niet aanmerking komt voor een of andere premie of belastingsvermindering. Anders vragen we 5€ toegang.
Ingang aangepast aan het kader.
Op vraag van Veerle nog eens het geheel.
Het “Castello Estense” passert nog eens de revue.
Onze fototoestellekes (en niet alleen de onze) draaien hier wel overuren. Ik moet dan ook duchtig selecteren anders duurt dit verslag nog enkele dagen. Maar dit hoekje wil ik jullie niet onthouden.
Stilaan wijken we uit naar de stadswallen.
Vandaar hebben we een mooi zicht op Ferrara.
Wat later zijn we terug waar we deze mooie stadswandeling startten.  We gaan terug naar ons A-ken waarna we terugkeren naar Lido delle Nazioni om er nog eens naar Porto Garibaldi te fietsen.

Enkele interessante links:

De website van Comacchio

Dienst Toerisme van Emilia-Romagna: (buiten Italiaans ook in het  Engels)

Visita Ferrara in het Engels, Frans en Italiaans. Zeer interessante site over Ferrara en al zijn bezienswaardigheden.

Panoramic wheels heel interessante site over het fietsen in Emilia-Romagna, veel routes met beschrijvingen en gps-tracks.

Grenoble “sur les pas de Stendhal” (Verlof Vercors september 2010)

Woensdag 8 september 2010

We zijn nu al 4 dagen in Gresse-en-Vercors,

voor gisteren en vandaag is er minder goed weer voorspeld. We twijfelen of we een bezoek brengen aan Lyon waar het mogelijks wat beter weer zou zijn of dat we het nabijgelegen Grenoble verkennen. Uiteindelijk wordt het Grenoble.

Na zo’n 3 kwartier rijden vinden we een Parking nabij het Musée de Grenoble.

Eventjes dwalen we onder een stralende zon door het centrum op zoek naar het bureau de tourisme. Aldaar raad een vriendelijke jongeman ons de stadswandeling “sur les pas de Stendhal” aan.

Stendhal (pseudoniem van Marie-Henry Beyle) is een franse romantische schrijver. Hij werd geboren in Grenoble en bracht er zijn jeugd door. De wandeling gaat van het toerismebureau naar het begin van de Reu Lafayette waar er nog een restant staat van de eerste omwalling.

Vandaar wandelen we naar de Rue Jean-Jacques Rousseau. Daar vinden we het geboortehuis van Stendhal op nr. 14. Een vrij gewoon huis. De poort van huisnummer 16 is mooi met houtsnedes versiert en trekt meer aandacht.

Er recht tegenover een mooi balkon. Deel van het hotel Rabot.

Op place Grenette ( daterend uit 17de eeuw) werden er vroeger beesten- en graanmarkten gehouden.

Deze mooie fontein, pronkstuk van het plein .

We volgen ons plan en komen in de “Rue de Bonne” in deze straat bewonderen we…

…vele oude, soms met zware nagels beslagen, deuren.

De volgende halte “Place Victor Hugo” is meteen onze eerste rustplaats. Op één van de bankjes genieten we van de stralende zon.

Na een half uurtje rust stappen we weer eens op. Als je goed kijkt zie je dat dit beeld een knaapje afbeeldt dat een stevige vis leegknijpt. Manneke vis.

Via de Rue Félix Poulat” keren we naar het centrum terug. ” l’église Saint-Louis”

…met er recht tegenover een statig gebouw met dit olifantenhoofd  als portiek.

Door een gezellige drukte wandelen we verder.

Dit gebouw was vroeger het “Ancienne auberge des 3 dophins”. Napoléon verbleef hier ooit 2 nachten.

Aan de overkant 3 fonteinen ingekapseld in een muur.

Achter de muur begint “Le jardin de Ville”

l’ancien Hôtel de Lesdiguières nu la Maison de l’International. Ook hier blazen we even uit alvorens onze tocht voort te zetten.

We passeren het gebouw alwaar men de kabelbaan naar de Bastille kan nemen.  Wij besluiten de Bastille te voet te bestormen en stappen door naar…

…Place de Gordes

met zicht op de toren van de Collégiale Saint-André.

Zwaar beslagen ingangspoort, op een klinknagelken min of meer werd er niet gekeken indertijd.

l’ancien palais du parlement de Dauphiné maakt van “Place Saint-André” naar mijn bescheiden mening het schitterendste plein van Grenoble.

In “Café de Table ronde“, het 2de oudste etablissement van Frankrijk, heerst een gezellige drukte.

Chevalier Bayard torent boven al deze drukte uit en heeft duidelijk iets anders aan zijn hoofd.

Aan pleintjes geen gebrek in Grenoble en haast op allemaal is het super gezellig.

“Place aux herbes” overdekte markt.

Ook steegjes kleuren het stadsbeeld.

Van kleuren gesproken.

Inmiddels zijn we op de oever van de ‘l Isère aangekomen.

Via de Passerelle Saint-Laurent steken we over naar de andere kant.

Langs deze poort en het bijhorend steegje starten we onze bestorming van de Bastille.

Algauw krijgen we een aantrekkelijk zicht op de omgeving.

Het “Musée Dauphinois” dient zich juist op tijd aan voor een sanitaire stop.

Nu begint het serieuze werk. Opeenvolgende trappen en  omhoogklimmende wandelpaden brengen ons naar de…

Bastille.

We hebben hier een goed zicht op de omgeving van Grenoble.

Ook een scherpe kijk op de langste recht laan van Europa.

Restaurant “Le Téléférique” wellicht het restaurant met het mooiste terras van Europa.

We klimmen verder naar het “Terrasse des Géologues”op oude emaillen  platen worden er vergezichten beschreven. Zoals dit zicht met de “Mont-Blanc”

En inderdaad als we de aanwijzingen volgen zien we in de verte de majestueuze Mont-Blanc.

Het is nu tijd om met  de kabelbaan opnieuw naar Grenoble af te dalen.

Daar hervatten we de tocht in de Rue Chenoise met op huisnummer 10 deze gothische poort.

Achter deze op zich al mooie poort bevindt er zich…

…een mooi trappenhuis.

We moeten langs de Cathédrale Notre-Dame.

en de sjieke Place Notre-Dame.

Vandaar zijn we haast onmiddellijk op de Place Saint-Claire waar we de majestueuze Hall Sainte-Claire kieken.

Nu richten we onze schreden naar het “Couvent Sainte-Cécile” met de imposante ingangspoort. Heden is het gebouw eigendom van de “éditions Glénat“.

Iets verder in de Rue Voltaire op nummer 6 de deftige ingangspoort van het ” l’ancien Hôtel de la 1ère Présidence du Parlement (1770)”.

Vandaar is het dan weer slechts enkele stappen om het prestigieuze “Place de Verdun” te bereiken.

Statige gebouwen omringen dit plein.

Maar de “Préfecture de l’Isère”  is toch veruit het voornaamste gebouw op deze “place”.

Het Lycée Stendhal is meteen het eindpunt van deze stadstocht.

Langs het inmiddels gesloten “bureau de tourisme”,

met zijn moderne muurschilderingen drentelen…

we terug naar het musée de Grenoble om er in de naastgelegen parking ons A-ken op te pikken. Tijdens de terugrit geraken we er niet over uitgepraat. Wat een leuke dag in een aantrekkelijke stad. Grenoble heeft alles om je enkele dagen te bekoren. Als je zoals wij in de streek vertoeft moet je zeker een bezoek aan deze hoofdstad van de Alpen brengen.

De Alqueria à Lobras por los GR (Verlof Andalusië juni 2010)

Maandag 20 juni 2010

Onze laatste week is gestart, zelden vloog de tijd zo vooruit. Alleman maar zeggen dat de tijd in de Sierra Nevada is blijven stilstaan!!! Opnieuw hebben we de map met wandelingen van El Paraje erop nageplozen. De Alqueria à Lobras por los GR. “Gran Recorridos”  of te grote tochten.  11,6 km of zo’n 4 uur en een half wandelen. Spek naar onzen bek. Kort na de middag rijden we even voorbij Cadiar naar Alqueria de Morayma een agro-toeristisch complex met een bar-restaurant.

Van dit alles is er bij onze aankomst niet veel te merken…

13 uur 15 iedereen zal aan het siesten zijn.

Wij gaan echter op stap.

Dit lappendeken is te verleidelijk…

…we begeven ons tussen de boomgaarden.

Op en neer via een vlotte brede kiezelbaan.

Mooie haciënda die niet bewoond blijkt. Als ze een bewoner zoeken!

We lopen op de kam van een heuvel wat prachtige vergezichten geeft.

Van dichterbij lijkt het zo. De route loopt dwars door deze boomgaard aan de 9de boom moeten we rechtsaf. Begint daar maar eens aan. Dit is geen trektocht maar een zoektocht.

Voor de afwisseling eens een wijngaard langs de route.

Tegen september plukklaar.

Nu dalen we af naar de “rio Gualdalfeo” .

Wie goed kijkt, wat wij soms vergeten, ziet op de tak van deze stronk een rood-wit teken. Aanwijzing van GR7.

2 weken rugzak eisen hun tol. (fysisch en niet psychisch zoals ik sommigen hoor denken)

Had gehoord dat in Spanje de huizenmarkt in 2009 is ingestort, maar dat het zo erg was…

De bruggenmarkt gaf geen krimp maar deze brug mag in de zomer gerust op verlof.

Door wit-rode aanwijzingen gedwongen steken we de brug toch maar over  en dalen direct in de “Rambla de Ablayar”

De oever van de zowat droge rivierloop is wild begroeid en het is  niet altijd gemakkelijk om er vooruit te geraken. Hoe deze bedkaders hier geraakt zijn, in the middle of nowhere.????

Hier en daar nog een plas of poel met resten van rivierwater zijn broeinesten van muggen en ander ongedierte.

En dan gaat het omhoog, in de tocht is een lus verwerkt om Lobras aan te doen. Met dreigende wolken boven ons twijfelen we even om niet onmiddellijk voor de eindbestemming te kiezen.

We kiezen echter om de volledige tocht te wandelen.

We hebben er geen spijt van, het gaat flink omhoog maar het kader waarin dit gebeurt vergoelijkt veel.

Bijna waren we er voorbij zonder hem op te merken. Deze dorsvloer kwijnt langzaam weg of  integreert zich met de omgeving en haar begroeiing..

Eens in Lobras breekt het wolkendek open.

Lobras opnieuw een bergdorpje met zo dat eigen karakter.

De gemeenschappelijke wasplaats wordt nog gebruikt.

Deze brave loebas houdt zich gedeisd maar ontsnapt toch niet aan ons kodaksken.

We drentelen, wat moe van de laatste helling, verder door het wit dorpje.

Het kerkje,niet helemaal wit , een uitzondering op een regel die haast in gans Andalusië geldt.

Pottekensmarkt, misschien wat naïef maar vooral fris en vrolijk.

Aan herstellingswerken geen gebrek een cementmoleken is hier geen luxe.

Plooien voor de natuur!!

Al snel verlaten we dit klein dorpje langs een gewone geasfalteerde baan.

Hoe ze het voor elkaar  krijgen om met dit klimaat, waar er tijdens de zomer haast geen druppel regen valt, groenten te telen? Irrigatie en nog eens irrigatie. Via kleine beekjes en aangelegde kanaaltjes wordt het water naar de juiste plaatsen gevoerd.

Stokrozen fleuren het wat dorre perk op.

Magnolia in bloei op de vooravond van de zomer, kan je je bij ons niet indenken.

Opnieuw volgen we een single-track terug naar het punt waar we de Rambla de Ablayar verlieten.

Stekelig mooi.

Piaggio, niet zo uitdrukkelijk aanwezig als in Italië, maar ook in de Sierra Nevada is dit vespa-derivaat van groot nut.

We maken een grote sprong en zijn terug aan de Guadalfeo. Ik kan jullie geen foto’s tonen van een moeilijke steile klim of het ontwijken van doornen allerhande enz… Waarom niet? Wel voor het wandelen zijn Veerle en ik tot de volgende verdeling van taken gekomen. Het dragen van rugzak en navigatie is mijn zorg, zij zorgt voor foto’s en het stoppen onderweg. Nu heeft zij in Lobras van het boerken, dat we daar bezig zagen, een mooie magnolia gekregen. Dus foto’s… ’t zal voor morgen zijn. Bij gebrek aan vaas ging de magnolia met stengel in de drinkbus. Het is nu begin augustus en ik ben nog aan de imodium!!! Wat de brug betreft, door de hevige regens dit voorjaar is het vorige exemplaar weggespoeld. Gelukkig werd er door middel van 2 boomstammen een noodbrug geïmproviseerd en kunnen wij voort. Bloemen op kop.

Eens aan de overkant zijn we snel terug aan ons beginpunt en komt opnieuw een mooie wandeltocht tot een eind.

Voor ons avondmaal zakken we af naar Cadiar, waar dit zwaluwjong zich opmaakt voor de korste nacht van het jaar. Zwaluwen bij de vleet trouwens in deze streek op sommige moment echt overweldigend. Morgen is het ZOMER!!!!

Camino al Molino Altero – Trevelez (Verlof Andalusië Juni 2010)

Zondag 20 juni 2010

Al 2 weken in deze prachtige streek, wat gaat de tijd snel. Na een deugddoende siest vertrekken we voor een bezoek aan Trevelez.  Dit stadje heeft zich hoog tegen de bergwanden genesteld en ligt aan de rivier met dezelfde naam.

Zicht vanop een tegenoverliggende bergwand (niet vanuit ons A-ken dat heeft geen wentelwieken en staat met zijn 4 wielekes stevig op de grond).

Kiekje vanuit een andere hoek.

Ook hier zijn er grondverzakkingen, ben al niet zo zeker meer of ons A-ken stevig op zijn wielekes staat.

Eerst genieten we van het prachtige zicht rondom. Eind juni en nog sneeuw.

Waarna we door het stadje slenteren.  Plots wordt ons de weg versperd door deze 2 Andalusische volbloeden.

Het klimaat op deze hoogte is uniek en ideaal voor het drogen van hespen. In de streek zie je geen varken. Maar van einder en ver worden hespen naar hier gebracht om ze te laten drogen.

Overal worden ze in Trevelez te koop aangeboden.

We klimmen gestaag hoger, het verschil tussen het laagste gedeelte en het hoogste gedeelte van Trevelez is zo’n 200m.

Ambachtelijk gemaakte deuren, oersterk.

Moet niet makkelijk zijn zich behelpen met een kruk  in een stad waar haast geen meter plat te bespeuren valt.

We wandelen door de smalle straatjes verder naar de bovenstad.

Ook deze paarden gaan naar de grasvelden boven het dorp.

Tijd voor wat rust, jong geleerd oud gedaan.

Eens boven vinden we een plateau met dit Renault 4 eenzaam en verlaten. Ooit had ik zo’n renaultje, heb er veel plezier aan beleefd.

Op dit zelfde plateau een “era” of dorsvloer. Het moet hier toch ooit gestoven hebben.

Tijd voor wat rust II.

Tijd voor wat rust III.

Tijd voor een filmpje , Wat later zien we hoe een kudde vee de bergen ingedreven wordt.

In een plaatselijke taverne drinken we een stevige tas koffie waarna we onze sandalen inruilen voor onze bottinekes.

Dan beginnen we er aan…Sendero local “Camino al Molino Altero. Mijn gebrekkige kennis van het Spaans doet me vermoeden dat we op stap gaan voor een hoger gelegen molen.

Altero? Het gaat toch eerst flink neerwaarts richting ” Rio Trevelez”.

Het is zondagnamiddag en we zijn niet de enigen op pad.

Het bergpad is ruw, wat opletten voor losliggend gesteente maar zeker niet moeilijk.

Deze bergbeek haast zich om…

…de rio Trevelez te vervoegen.

We keren terug en lopen nog even langs de oever van de rio Trevelez.

We genieten van het machtig kader waar in deze tocht zich afspeelt.

Het volgend tafereel is zo mooi, zo uniek voor deze streek dat ik het jullie zeker niet wil onthouden.

Alsook de afloop in…

in 2 delen, last but not het minst plezanste!!!

Het gaat nu omhoog, molenwaarts?

Spelletje… vind de molen, ik ben er nog altijd niet uit.

De plaatselijke volbloeden hebben mijn hart gestolen.

het einde van de camino is in zicht.

Maar enkele steegjes meer te gaan.

Onze keel heeft tijdens deze tocht nogal wat stof verzamelt, gelukkig is er een plaatselijke cafébaas die daar aan wilt verhelpen. Deze Sendero Local is een kleine wat minder spectaculaire wandeling.  Maar samen met het kuieren door Trevelez, het boeiend schouwspel van de kudde die naar de grasvelden werden gedreven en het laden van de muildieren maakte dat we weer een fantastische dag achter de rug hebben.

Sierra de Mecina (verlof Andalusië juni 2010)

Vrijdag 18 juni 2010

Het wandelen in de Sierra Nevada bevalt ons steeds meer. Anita onze sympathieke gastvrouw vertelt ons van een mooie wandeling die zij de vorige dag maakte.  Wij halen in de leeszaal van El Paraje de roadmap op en rijden met ons A-ken naar Cortijo Panjuilo een gehucht (7-tal huisjes) van Ferreirola.


Van hieruit start onze tocht

. Deze route is samengesteld uit een deel Ruta Medieval (geel-wit) en de GR 142 (rood-wit) al meteen volgen we de aanduidingen.Zij zullen ons door de Taha-vallei en de dorpjes Ferreirola en Fondales brengen. Zo’n 12,3 km lang of een goede 4 uur wandelen.

De aanduidingen brengen ons op dit breed karrenspoor en langs een ruïne.

Escarihuela de Ferreirola is een snel dalend zigzaggend ezeldrijverspad.

Dit pad is eeuwenoud en erkend als werelderfgoed.

Aan de overkant van deze vallei gaat de Escariheula opnieuw hogerop. Hebben jullie ook al een draaierig gevoel?

We dalen de vallei dieper in en steken de Rio Trevelez over. Een paar stappen verder de “Fabrica de Luz”, verlaten molen? Het is niet goed uit te maken waarvoor deze bouwval vroeger diende.

De nieuwe bestemming, gastheer voor al deze flora, lijkt me ferm mee te vallen.

De route voert ons nu langzaam stijgend naar Ferreirola. Weerom vinden we een dorsvloer of te “era” op onze weg.

Wat lager opnieuw een bouwval, lijkt op een sloep.

Omhoog zien we dan deze frêle omheining.

We stappen flink door tot deze mooie “Fuentes de Salud” Het water van deze bron is rijk aan ijzer en koolzuurhoudend.

De tegeltjes die deze bron opvrolijken brengen ons het verhaal hoe van druiven wijn gemaakt wordt. Tja, kwestie van water in uwen wijn te doen zeker!!

Na al dit moois komen we in Ferreirola. De openbare wasplaats, mag niet ontbreken in een dorpje van de Alpujarras dat zichzelf respecteert.

Dit exemplaar is nog steeds in bedrijf.

Laat ik jullie even meenemen op een kleine wandeling door dit mooi dorpje. Beginnen we met dit kerkje?

Ook hier zien we veel bloemen in het straatbeeld.

Soms waar men ze niet direct verwacht.

Ambachtelijk en daardoor, ik herhaal mezelf, zo echt zo puur.

We keren terug naar de vallei en richten onze schreden naar Fondales.

Het pad loopt nu vlot en brengt ons langs velden en  bosjes naar…

Fondales…, volgen jullie?

Medieval!!!

Waar hebben we dat nog gezien?

“Jabon artesanel ” wast witter dan wit!!!

Hier zijn we even “t noorden kwijt geraakt.

Kalebassen?

Fuente de Fondales, ook ijzerhoudend en…

…deze keer met liefdesgedichten, mooi toch?

La montagne c”est belle

We verlaten dit lieflijk dorpje langs de obligate wasplaats.

Ons bergpad wordt, op weg naar de oude romeinse brug, wat ruwer.

Na flink wat klimwerk komt de brug in ’t vizier.

Geen reling om direct eens tegen te gaan leunen.

Zeker niet als je ziet hoe diep de Rio Trevelez hier ligt.

Aan ruïnes is er in de streek ook geen tekort.

We volgen nog even de loop van de Trevelez en beginnen dan onze klim uit de Taha-vallei.

Even voor de top een recente boerderij. Er is geen ziel te bespeuren…

…op deze geit na. Deze sukkel met gezwollen en ontstoken uier zoekt in het portaal beschutting tegen de blakende zon.

La montagne c”est dure!!!

Van hier heb je normaal gezien een prachtig zicht op de hoogste toppen van de Sierra Nevada. De mist zorgt dan weer voor sfeer.

Het steile bergpad gaat over in trager klimmend grindweg.

Deze rotsen torenen boven het dennenbos uit.

Deze tocht is een lus, als we het einde naderen zien we de ruines en het pad waar het allemaal begon.

Cortijo Panjuilo lacht ons toe, het einde van een vrij zware tocht is inzicht.

Wat een geluk dat we met ons A-ken terug naar El Paraje kunnen. Deze tocht is tot nu toe veruit de zwaarste maar met lengtes ook de mooiste. De “Escarihuela de Ferreirola” is een mooi pad evenals zijn tegenhanger aan het einde van de Taha-vallei. Ferreirol en vooral Fondales zijn pittoreske dorpjes met een uniek en sterk karakter.  De ruïnes, oude bruggen, steile bergwanden, boomgaarden  zijn ingrediënten voor een onvergetelijke namiddag in het hartje van de Sierra Nevada.

Junta de los Rios (verlof Andalusië juni 2010)

Woensdag 16 juni 2010

Stilaan komen de weergoden tot betere inzichten en krijgen we het klassieke Andalusische weer terug. We zoeken in de wandelmap van El Paraje naar een middellange tocht voor deze namiddag na de siësta. Junta de los Rios lijkt onze een goede keus. 8,5 km lan plus een km heen naar Bérchules en een km terug een 10km moet goed te doen zijn. Daarbij meldt de map ons dat het om een makkelijke tocht gaat met weinig hoogteverschil.

Onze Garmin geeft al zo’n 1,8km aan als we omstreeks 16u Bérchules verlaten langs de Calle del Agua.

De openbare wasplaats. Gezien het onkruid wat in onbruik.

Hier gaat de tocht over naar onverhard. Zo hebben ons botinnekes het graag.

Langzaam maar zeker gaat het hogerop.

Opnieuw vinden we een ronde dorsvloer op ons pad. Typisch voor de streek.

Maar het pad, stilaan wat ruwer, voert ons verder en hoger.

Al vrij hoog en ook hier worden groenten(tomaten en bonen) geteeld.

Op wacht tussen het puin en steengruis, is dit nu een Podenco Ibicenco of een Pharaohond alleszins een mooi beest.

Deze tocht is een “sendero local” deze paaltjes zijn een goede hulp. Lokale wandelingen zijn steeds groen-wit aangeduid. Kleine wandelroutes geel-wit, lange afstandsroutes “GranRecorrido” rood-wit.

Het blijft vlot wandelen, we schieten dan ook goed op en niet alleen met elkaar.

Ook hier klaprozen.

Getuige van een ver verleden.

Het pad dat wij bewandelen is een deel van de “Camino a Lanteira”. Dit is een bergpad ooit gebruikt door ezeldrijvers om groenten en fruit uit te voeren. Vandaar deze bouwvallige gebouwen.

Zelfde ruïne dichterbij maar andere hoek. In feite ligt er materiaal genoeg om de nodige herstellingen uit te voeren.

Kwestie van het hoofd koel en de voeten droog te houden.

Was het tot nu toe nog goed te doen dan verandert het karakter van onze tocht sterk. Door de vele regens dit voorjaar zijn hele stukken pad weggespoeld. Nu wordt heel goed oppassen.

Het pad nestelt zich langs het irrigatiekanaal.

Junta de los Rios, de Rio Grande en de Rio Chicho besluiten hier de bedding te delen.

We gaan nog even verder door…

…tot de Fábrica de los Moros een oude ruïne. Nog niet te veel jonge ruïnes gezien.

We zijn nu ver in het Parque Natural doorgedrongen en genieten volop van de massieve bergen rondom.

Ons oog valt op de zwarte bolletjes. Uitwerpselen!

De dader? De geiten lopen hier los hoe dat moet met melken en zo? Ik vraag het mij af.

Steeds weer die mooie gele bloemen.

Mos, klavers en kleine margrietjes een prachtig boeket.

Van bloemen gesproken.

Op verschillende plaatsen is het bergpad verdwenen en  meermaals moeten over smalle richels of losliggend gesteente. Soms vrij gevaarlijk. Deze boom heeft het bijltje bij neergelegd. Hij vormt zo een minder gevaarlijke hindernis maar vooral een moeilijke barrière. Eerst erover en daarna eronder gehinderd door de takken.

Eerst kunnen we onze ogen niet geloven.

De verse afdruk van een hoef, hoe geraakt men in godsnaam met een paard of muildier tot hier.  We kunnen met moeite geloven dat we hier zelf geraakt zijn. Blijkbaar zijn paarden en muildieren de enigste manier om lasten op deze hoogte te krijgen

Deze exemplaren (Andalusische volbloeden)bevinden zich enkele liters zweet lager.

Volgend ontworteld exemplaar, ligt wel naast het pad wat toch scheelt.

Nog steeds volgen we het irrigatiekanaal, ondanks dat het geregeld onderbroken is samen met ons pad ,staat er soms nog  wat water in van de afgelopen dagen. Tot groot jolijt van deze kwaker.

We naderen opnieuw Bérchules en ontmoeten deze jongeling met een stevig hond bij zich. Als ik het goed heb begrepen, mijn Spaans is niet zo best, is deze viervoeter een kruising tussen een Mastino Espagnol en een Chowchow. Stevige kerel.

We naderen de eerste huizen van Bérchules.

Op een ietwat rare manier eindigt deze sendero local. Wat jullie niet zien dat achter mij en achter de muur met de vensters zonder ramen het irrigatiekanaal loopt. een trouwe metgezel op deze tocht.

Wij zetten onze tocht voort langs de nauwe straatjes terug naar El Paraje. Stilaan komen we tot het besef dat we toch een paar grote risico’s hebben genomen en zijn blij dat we het zonder kleerscheuren hebben afgebracht. Verder hebben we wel volop genoten van een prachtige wandeltocht door wondermooie  natuur met eigenaardige ontmoetingen allerhande.

De tijd staat niet stil en inmiddels is het al 19u30 voorbij. Wij willen naar Cadiar gaan avondeten en zetten er dus flink de pas in.

Al pueblo por la pista (verlof Andalusië juni 2010)

Zondag 13 juni 2010

Na onze inspanningen van gisteren tussen Timar en Juviles besluiten we vandaag het wat kalmer aan te doen. Ik zoek in de wandelmap van El Paraje naar een kortere tocht. De bedoeling is om kort na de middag terug te zijn daar er regen voorspeld wordt. Walter raadt ons tocht 5 aan. Al pueblo por la pista. Naar het dorp langs de onverhard weg. Op de kaart toont hij mij hoe we een moeilijker stuk kunnen vermijden. Na al de regens van het voorjaar en de strenge voorbije winter, weet hij niet zeker of de oversteek van de Barranco de Caïro goed te doen is.

We vertrekken opnieuw vanuit El Paraje. Over een brede pista gaat het vlug omhoog.

In de verte een vrij modern gebouw, eerder raar op deze hoogte.

Bomen komen, bomen gaan…

Ondanks de hoogte heeft het hier veel van een heidelandschap.

Ietwat voor de Barranco de Caïro hebben we enkele ontmoetingen. Een loslopend paard dat we stilletjes voorbijsluipen. Veerle heeft het zo niet voor onze edelste verovering als die losloopt. Vervolgens komen we langs deze woonst. In tegenstelling van de jonge hond…

…die ons nieuwsgierig aanstaart, is de bewoner nors en gunt ons geen blik. Ik kan er inkomen als je je dagen in deze berghut moet slijten je het niet zo hebt voor toeristen.

Ondertussen is het een dikke trui koeler geworden en wordt de lucht(niet de homo wandelarus) alsmaar dreigender.

Toch blijft de omgeving aantrekkelijk.

Plots horen we een gek geluid. Het komt van schaapbellen. Een kudde glijdt als een zwerm over de velden opzoek naar wat gras.

Wat later kruisen we hun pad.

Hun begeleider is gemuilkorfd.

Inmiddels hebben wij de afdaling naar Bérchules ingezet. Ook dit veulen kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en komt naar ons toe. Dit exemplaar zit veilig achter een omheining. Veerle kan dit ten zeerste appreciëren.

Typisch voor de streek deze schouwen met hoedjes. Even verdenk ik de plaatselijke bevolking om er een schepje bovenop te doen en er een paar dummy’s tussen te plaatsen. Niet mooi van mij. Verwend als we zijn beschikken wij thuis over een centrale  verwarming. Maar hier hebben verschillende kamers hun kachel of stoof en zodoende ook hun eigen schouw. Bij deze excuus.

Veerle valt voor de tegels waar mee ze hier hun ingangshal versieren.

Proper en net.

We wandelen verder en stoppen op het dorpsplein om in een café een carraghilio (koffie met anijs) te drinken. We zitten nog maar juist als er een hevig onweer losbreekt. Zie ook hier de tegeltjes rondom.

Na de stortbui keren we terug langs de A 4130 en hopen zo snel terug in El Paraje te zijn alvorens de hel opnieuw losbreekt. Onderweg zien we dat de schapen ook goed en wel in hun schaapstal zijn toegekomen.

Juist buiten het centrum een gerestaureerde dorsvloer die zowel als mirador (uitkijk) dient als landingsplaats voor helikopters. Van hier is het nog maar even tot El Paraje ons veilig nest hier in het hoge Sierra Nevada.

Ondanks het mindere weer hebben we weer volop genoten van deze tocht. Het vrij gemakkelijk parcours maakte dat we gezellig konden keuvelen en genieten van het mooie landschap. We zagen een loslopend paard, een kudde schapen en heel verrassend een vos achtervolgd door een waakhond.  De bergen en zijn bewoners ze zijn zo puur, zo echt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑