Van Floriac naar Talmont-sur-Gironde (Verlof Bourdenne 7)

Woensdag 9 juli 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

Vandaag belooft het weer een mooie zonnige dag te worden. Geen wolkje aan de hemel. We starten langzaam. Ontbijt in de tuin en daarna wat lanterfanten, lezen en ander tijdverdrijf. Om 15u besluiten we dan toch een fietstocht langs de oevers van de Gironde te maken. De fietsen staan nog op ’t dak we zijn dan ook snel in Floriac vanwaar onze fietstocht start.


Al meteen is het flink klimmen geblazen.

Dit lijkt wel de valleitjesroute aan de Gironde te zijn (ook hier staan er windmolens langs het parcours).

Het blijft stijgen en dalen naar Montagne-sur-Gironde.

Buiten dit dorpje steken we via een veldweg, onverhard en wellicht de boosdoener die voor een lekke band zorgt, een heuvel over.

Hier krijgen we een eerste uitkijk op de Gironde, die hier nog enorm breed is.

Maar wat een mooi zicht. We naderen nu de boord van de Gironde en fietsen zo via Chenac-Saint-Seurin-d’Uzet (ge zult daar maar wonen en in ’t eerste studiejaar zitten!!!) waar buiten een klein aanlegsteiger er weinig te zien is.

Over een golvend parcours gaat het verder naar Talmont-sur-Gironde. Nog kruist een windmolen op ons pad. Zien wij er zo Don Quichotte uit?

Juist voor het binnenrijden slaat het noodlot toe. Veerle’s achterband is gans leeggelopen. Lek dus, erger nog, blijkt de reserveband even lek. We hebben geen keus en herstellen beide binnenbanden.

Door dit onvoorziene oponthoud is het 20u voorbij als we Talmont-sur-Gironde binnenrijden.

Het afficheert zichzelf als één van de mooiste dorpjes in Frankrijk. Nu dit zou kunnen kloppen, kijk zelf maar op de verschillende foto’s die we er namen.

Zo kondigt Talmont-sur-Gironde zich aan, moet er nog sfeer zijn?

Doorgangetje

Buiten grafzerken, ook massa’s stokrozen.

Hier ligt het kerkhof vlakbij de kerk, dit is in de streek eerder uitzonderlijk.

Dit fotograferen vraagt ook de nodige tijd. Daardoor besluit ik om terug te rijden via Arces-sur-Gironde naar Cozes. Dit gedeelte tussen de weidse velden is nog vrij aangenaam,

vooral door de ondergaande zon die met haar speciaal coloriet deze velden een aparte tint geeft.

Maar eens in Cozes draaien we de D 730 op. Dit is een vrij smalle departementale, op dit uur is het er niet zo druk. Vooral de zware voorbij denderende vrachtwagens worden ons bespaard. Maar het overblijvend verkeer rijdt, zeer snel en soms zeer dicht, voorbij. De zon is inmiddels achter de kim verdwenen en onder een roze-purperen gloed vervolgen wij onze weg zo’n 15km ver. Voor alle zekerheid zetten we onze led-lampjes aan, om knipperend aan te geven dat wij ons ook op deze weg bevinden. Het is met een flinke zucht van verlichting dat we deze gevaarlijke weg verlaten.

Zelfde molen als in het begin, zo’n 5u30 later.

Er dient nog een fikse kuitenbijter bedwongen te worden alvorens we in Floriac ons A-ken terugvinden. Ondanks de lekke band en het vrij zwaar parcours was dit weer een prachtige tocht (47km lang). Talmont heeft ons zeer aangenaam verrast. Dit mooi dorpje dient zeker bezocht als men in de streek vertoeft. Voor fotografen is het hier een paradijs. Fietsers dienen tegen een stevige klim te kunnen maar blijf weg van de D 730. Er is zoveel meer te beleven langs de kleinere deparmentalletjes.

Van Saintes naar Sablonceaux (Verlof Bourdenne 6)

Dinsdag 8 juli 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

Na veel bewolking en geregeld wat regen gisteren, zou het vandaag moeten beteren. We plannen opnieuw een fietstocht. Deze keer is het de streek rond Saintes die we willen onveilig maken. We vertrekken hier om 10u en iets voor 11u zijn we dan ook in Saintes. Ik ben mijn kaart vergeten dus slenteren we wat door Saintes, dat echt een heel charmant stadje is. We nemen wat foto’s waarvan hier een kleine selectie:

Cathedrale Saint-Pierre

Hôtel de ville

le musée de l’Echivinage…

…met op de binnenkoer een leuk tuintje.lijkt mij een waterput

Plaatselijk museum van schone kunsten.

Kleine steegjes met pittoreske huisjes.

justitiepaleis

Geregeld dienen we nog te schuilen voor een bui. Het duurt even voor we het toerismebureau,

wat afgelegen op een grote invalsweg, vinden. Daar is men heel vriendelijk en buiten de kaart krijg ik ook een brochure waar, in het Nederlands, de geschiedenis van Saintes wordt beschreven. Na nog één fikse bui, het is inmiddels 14 uur, fietsen we erop uit. En ja de hemel scheurt open en onder de eerste zonnestralen verlaten we Saintes. Nog even terugkijken op de ‘l église Saintes-Eutrope.

Algauw peddelen we op een kalme departementale tussen de velden.

Varzay is het eerste dorpje dat we aandoen buiten het obligate kerkje zijn er kleine, wat verkommerende, huisjes.

Bij het verlaten van Varsay moet ons garminneken even bijspringen want door werken zijn we even het noorden kwijt. Hij zet ons op koers naar Pisany, waar een oude markthal te bewonderen is.

Daarna is het een hele tijd trappen door de velden tot Nancras.

Het is hier volop oogst. Ik maak er een filmpje van.

Geregeld kruisen we op onze tochten grote graansilo’s.

Zoals zowat overal in Frankrijk worden de velden hier ook besproeid.

Eén zonnebloem maakt nog geen graanveld (of toch?).

In Nancras verlaten we een drukke D 728 om  onze weg, richting Sablonceaux, voort te zetten. In Sablonceaux treffen we een imposante abdij “l’Abbaye de Sablonceaux”.

Dit is het einddoel van onze tocht.


Nu keren we terug naar Saintes. Om zowel een andere weg te kiezen als de overdrukke D 728 te vermijden wijken we uit naar Saint-Sulpice-d’Arnoult. Vandaar rijgen we over kleine zeer kalme banen de mooie dorpjes aan elkaar. Juist voorbij Soulignon doorkruisen we een amôken (klein,soms piepklein gehuchtje) die volgend mooi beeld geeft.

Liefhebbers van oude romaanse kerken komen hier aan hun trekken getuige Nieul-les-Saintes

en St-Georges-des-Coteaux. 


Ook wie een mooie dorpsnaam apprecieert zal zich hier in zijn sas voelen. Op deze wijze zijn we inmiddels Saintes genaderd, even stoppen bij een vriendelijke kruidenier die ons, even voor 20 uur, nog een bus fruitsap en een verkwikkend biertje wil verkopen. Nu zijn we in een mum van tijd terug bij ons A-ken en wat later op weg naar huis, zoals we onze gîte stilletjesaan beschouwen. We hebben er opnieuw een mooie fietstocht, van zo’n 70km, opzitten. Op deze wijze leren we een streek kennen. We zwerven door velden, dorpjes en al eens een echt stadje. Soms voelen we ons in een andere, verleden tijd.

We zwaaien naar boeren, volop bezig op het veld, krijgen een ferme bonjour van toevallige voorbijgangers. We bewonderen de natuur, zien roofvogels boven de pikdorsers vleugelen. Zwaluwen als gek over de velden scheren. Kortom fietsen is, voor ons, zowat de beste manier om op verlof te gaan. Morgen wordt er weer goed weer voorspelt dan trekken we er weer op uit, de boorden van de Gironde dienen dringend verkend.

Rondleiding per fiets door Bordeaux (Verlof Bourdenne 5)

Zondag 7 juli 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

De eerste zondag van elke maand wordt in Bordeaux een groot deel van het centrum afgesloten voor het autoverkeer. Voetgangers, fietsers, skaters of andere zwakke weggebruikers (een term die veel zegt over de verhoudingen in het huidige verkeer) krijgen de kans zich vrij over de grote lanen of door de kleine steegjes te bewegen. Toen ik dit zo’n 2-tal jaar geleden vernam groeide het verlangen om Bordeaux te bezoeken. Ergens is het de aanleiding tot dit verlof in de Charente-Maritime.
Kwart voor drie staan we met onze geleende fietsen voor het toerismebureau.

De fietsen worden wat verder, gratis uitgeleend door de stad Bordeaux. Druppelsgewijs komen er nog andere deelnemers toe. En ja stipt op tijd volgen we onze gids, een goedlachse fransman, naar de eerder genoemde uitleendienst.

Slechts enkelen hadden hun eigen fiets. Uiteindelijk zijn we met ongeveer 20 geïnteresseerden. Eerste halte is het “monument aux Girordins”, een homage aan de afgevaardigden van het departement Gironde die tijdens de franse revolutie onthoofd werden.


Het is niet direct mijn bedoeling, ik er zou trouwens niet in slagen, een letterlijke beschrijving van deze rondrit te geven. Ik beperk me tot een beknopte samenvatting van meest interessante stopplaatsen en wil eerder aan de hand van enkele foto’s de sfeer weergeven.

2de halte: één van de oudste huizen op place Tourny, heeft 2 verdiepingen en enkele zolderkamers. Al is dit een kleiner huis, hoogbouw zal je hier in het oude centrum niet vinden.

Volgende stop: “Cour Mably” overblijvend deel van een Dominicaans klooster. Gespaard tijdens de franse revolutie van de sloop. De franse marine had dringend een opslagplaats nodig en kreeg deze mooie abdij toegewezen. Nu regionale rekenkamer

en expositieruimte, zie binnenkoer.

“Eglise Notre Dame” deze kerk is in de 17de eeuw gebouwd door de Jacobijnen.

Place de la comédie met links het mooie grand-théatre.

Place de la bourse, voor de franse revolutie place royal. Prachtig plein tegenover de Garonne, haast volledig symmetrisch.

Om de huizen wat op te vrolijken werden deze maskerades aangebracht op de gevels. Meteen het symbool van Bordeaux.

We zijn getuige van een optocht ter ere van 400 jaar Quebec. Quebec heeft sterke banden met de streek hier.

Oude fontein op place Camille Julian

Kerk Saint-Siméon, nu commercieel gebouw een filmzaal

Porte Cailhau, gebouwd (of omgebouwd) ter ere van koning Charles 3

Rue Neuve, met merkwaardig genoeg aan het eind.. het oudste huis van Bordeaux.


Dit huis is wegens afgesloten door een hek moeilijk te fotograferen, maar een kiekje van dit beeldhouwwerk toont dat de tand des tijds al flink heeft toegeslagen.

Grosse Cloche, prachtig poortgebouw.

Langs andere kant.

Zicht op zijvleugel van Basiliek Saint-Michel en…

…bijhorende flèche. Hier staat de toren los van het kerkschip, zeer merkwaardig en bij slecht weer minder leuk voor de koster.

Place Saint-Projet vlakbij rue Sainte Catherine, de plaatselijke Meir of Nieuwstraat. Met zijn 1,2 km de langste winkelstraat van Europa. Ik zie ons Veerle geïnteresseerd luisteren.

Notre Dame d’Aquitaine…

…die je terug vindt op de flêche van…

…kathedraal Saint-André die ook los staat van de toren (lijkt hier wel de gewoonte te zijn).

Palais Rohan = “hôtel de ville”

Omstreeks 18u15 komt er een einde aan de rondrit en dit bij de uitleenpost.

We nemen afscheid van onze gids, die met veel overgave ons het historische Bordeaux heeft willen schetsen.

Onzekere tijden met veranderende regimes en godsdienstoorlogen allen met onthoofdingen en  moordpartijen tot gevolg. Het bange bestaan vol onzekerheid voor de kleine man. Met een aparte ethiek, zo bleken vrome katholieken of gereformeerden geen probleem met slavenhandel te hebben. Het was dan ook naast invoer van kruiden en andere koloniale producten een zeer winstgevende bedrijvigheid verantwoordelijk voor zo’n 15% van de toenmalige handel. Het vervolgen van prostitutie. Het in een hospitaal onderbrengen van zieken, niet alleen om ze te verzorgen, maar zeker ook om ze te verwijderen uit het straatbeeld opdat ze hun ziekte niet overdragen.  Om al deze zware kost te verteren, vlug een staaltje van franse humor.

De eerste zondag van elke maand is deze rondrit mee te maken tegen de schappelijke prijs van 7€50. Bij voorkeur reserveren in het “office du tourisme”. De rit is ongeveer 8km lang en duurt 3 uur.   Dat het centrum afgesloten is voor autoverkeer maakt het allemaal nog leuker. De staat van de leenfietsen laat soms wat te wensen over. Het is aangewezen ze op voorhand af te halen. Dan is het immers minder druk en kunnen de uitleners nog enkele aanpassingen doen. Kijk vooral de druk van de banden en de hoogte van het zadel na. Wij hebben genoten van deze rondrit. Indien fietsen niet kan, Bordeaux is zeker en vast een bezoek waard, wij komen zeker terug.  Zoals het volgend filmpje getuigt, hier is altijd iets te beleven.

Côte Sauvage (Verlof Bourdenne 4)

Zaterdag 5 juli 2008
Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

In tegenstelling met het nummer op de boeg, een bescheiden sloep in de jachthaven van la Tremblade

Côte Sauvage, wat moeten we ons daar bij voorstellen. Wilde beesten, nog niet ontdekte stammen? Nee een ongeveer 20km lang bos, woud “Forèt Domaniale de la Coubre” langs de atlantische kust. Het is merkwaardig want ongeveer 20km lang is dit natuurgebied onbewoond. Daarin een goed onderhouden fietspad. Ja een goed verstaander heeft het al begrepen, meer hebben we niet nodig om er naartoe te rijden. We parkeren ons A-ken in Ronce-les-bains vlakbij de start van het pad dat fietsers en wandelaars delen.

De naam van dit dorpje laat het al vermoeden, dit is een badstadje dat het vooral van de toeristen moet hebben.

Het hoogseizoen is hier juist gestart en in grote drommen komen de caravans, mobilhomes en andere volgestouwde voertuigen aangereden. Zonnebrillen lachen ons overal toe, mooi. Deze drukte verdwijnt eens wij het fietspad opdraaien. We delen Kilometers ongerepte natuur met een sporadische wandelaar,

20km heen en nog eens 20km terug, vragen nogal wat doorzetting. Zo’n driemaal wordt de rust verstoord door toeristen die van parkeerhavens naar de “plages” stappen.

Door een aanwijzing naar “Le Phare” laten wij ons ook verleiden om richting plage te fietsen. Van “Le Phare” geen lichtspoor te bespeuren. Dan kieken wij maar de Atlantische oceaan en de duinen die hier haar kust omzomen, alvorens ons fietspad weer op te zoeken.

Zo’n 12-tal kilometer verder, in “Pointe de la Courbe” krijgen we dan toch de statige kustwacht in het vizier.

Hij luidt meteen het naderende einde van de “Côte sauvage” in. In “La Palmyre” verlaten we de kust en rijden, nog steeds door bosrijk gebied naar les Mathes.

We verkiezen, eerder dan op onze stappen terug te keren, via het achterland terug te fietsen. Les Mathes ligt spoedig achter ons.

Langs Alvert, een klein dorpje zonder meer,bereiken we “La Tremblade”. Hier bekoort een klein jachthaventje ons om enkel foto’s te schieten.

Daarna is het snel terug aan het beginpunt. 19 uur, vlug de fietsen op ’t dak. Tegen onze gewoonte in, zijn we voor donker thuis. Wie in de streek van Charent-Maritime verzeild geraakt moet eens het pad dat door de Côte Sauvage loopt afleggen. Met de fiets is het vlot te doen. Wij hadden 40km op de teller, en het parcours is vrijwel steeds vlak. Na de 20km is het aangewezen om langs het binnenland terug te keren, kwestie van de eentonigheid wat te doorbreken.

Ile de Ré (verlof Bourdenne 3)

Donderdag 3 juli 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

Citroën Mehari, kan het franser?

Iets na 11u vertrokken, komen we rond 12u30 toe op de grote parkeerplaats voor het hotel-restaurant  Le Belvedère. We hebben er zicht op “le grand pont du Ré”.

Door flink te trappen, er staat een fikse tegenwind, komen we via deze meer dan 3 km lange brug op île de Ré.

Langs een baai komen we in Rivedoux-plage.

In deze baai rusten plezierbootjes en een enkel vissersbootje op de bodem. Deze is vrijgekomen door het terugtrekken van de zee.

Bij vloed kunnen ze zo weer zeewaarts. Ile de Ré wordt doorkruist door fietspaden.

Langs duinachtige velden (we zijn weer omschrijvingen aan het uitvinden) naderen we La Flotte. Op de achtergrond de ruïne van een middeleeuwse abdij. Tot nu toe zijn we nog niet veel met het vrome karakter van de streek geconfronteerd geweest.

In Flotte fietsen we langs het vroegere vissershaventje, thans meer een jachthaven.

Nu keren we landinwaarts richting Saint-Martin-de Ré. Dit is waarschijnlijk het mooiste “village” op dit zoal aantrekkelijk eiland. Onder een oude stadspoort betreden we het dorpje.

Veerle haalt haar hartje op met het maken van vele foto’s van de lieflijke straatjes met de mooie stokrozen.

Toch een mooie kerk gevonden en meteen ook onze serieux !-)

We vervolgen onze tocht en verlaten dit mooie plaatsje door  een stevige stadspoort.

Door het marais gaat het nu naar Ars en Ré. Ineens merken we een witte neef van onze blauwe reiger

Onderweg zien we verschillende oesterboerkes.

Les huitres, die hier gekweekt worden, zijn zeer vers en delicieus. We stoppen eens langs een dijk en verkijken ons op het spel van de grote golven die op de dijk beuken en zeewater doen opspatten.

Dan is het zover na Ars en Ré komt “Le phare des baleines” in zicht het uiterste punt van onze tocht,

met buiten de imponerende vuurtoren ook een prachtig zicht op de Atlantische oceaan. Inmiddels bijna 19u, is het tijd om wat te eten. Onder de schaduw van “le phare” eten we in het “le café du Phare” een lekker vismenu aan een zeer schappelijke prijs. Dit restaurant is een aanrader. Nu gaat het terug. We doorkruisen het marais salé, hier wordt ambachtelijk zout gewonnen. We maken een praatje met een sympathieke zoutboer.


Dit resulteerd in een leuk filmpje,



enkele kiekjes

en van zijn kant een zakje “fleur du sel”. Natuurzout, dikke kristallen met een superieure smaak. Dit alles doet het laat worden. We krommen de rug en peddelen flink door. Toch dit kan niet verhelpen dat het al 22u30 voorbij is en al vrij donker als we opnieuw voor “le pont du Ré staan. Niet geklaagd, dit geeft ons de kans deze pronte brug in het halfduister en onder de schijn van de vele lantarens vast te leggen.

Iets na middernacht staan de fietsen op ons A-ken starten we richting Jonzac en Bourdenne. Wat hebben we genoten, île de Ré is een paradijs voor fietsers. Zowel beginners (steeds vlak) als gevorderden (er kan flink wat afstand afgelegd worden) vinden er hun gading. Tracht misschien het hoogseizoen te vermijden.  Wij fietsten hier op de vooravond van het groot vakantieverlof in Frankrijk en het was al vrij druk.

Je hoeft geen fietsen bij te hebben. In het hotel  le Belvedere zijn er fietsen te huur als ook op verschillende plaatsen op het eiland zelf. Wijzelf komen zeker terug.

Naar Pons (Verlof Bourdenne 2)

Maandag, 30 juni 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

Vandaag staat er de eerst serieuze fietstocht, na de verkenningstocht van gisteren zo’n 13km, op het programma om 15u rijden we even tot Jonzac om in het toeristenbureau wat brochures en landkaarten te nemen. Dan gaat het richting Pons langs een drukke smalle departementale (D142), een draak van een weg. Naast de baan is het genieten van het wijds landschap. Een lappendeken van velden ligt uitgerold over de trage hellingen, als bekroning torent er steevast een kerktoren op deze hellingen.

Saint-Georges-Antignac

Useau

Saint-Blaize

Avy

Ondanks het druk en ronduit gevaarlijk verkeer, laten we ons toch verleiden tot het nemen van enkele foto’s. En zo komen we een uur en half later aan in Pons. Werken doen ons omrijden om het centrum en de befaamde, immense donjon te bereiken.Geholpen door een vriendelijke fransman geraken we op het goede spoor en na een nijdig klimmetje staan we oog in oog met het vervaarlijk monument.

Juist ernaast het “Hôtel de Ville”

Hier wordt de rit aangepast. Onder geen beding rijden we via dezelfde weg terug. Een kaart uit het toeristenbureau brengt soelaas. In onze Garmin brengen we verschillende plaatsen in die als aantrekkelijk aangegeven staan. Eerst bezoeken we het Hôpital des pelerins.

Pons is al eeuwenlang een gekende doorgangsplaats op weg naar Compostella.

Op de rotonde, die we voorbijfietsen bij het verlaten van Pons, staan er verschillende pelgrims afgebeeld.

Daar start onze terugtocht, nog enkele kilometers langs de verfoeide departementale om dan af te slagen richting Chadenac. Het kleind dorpje met een heel mooie kerk duikt in de velden op, juist achter het steevast buiten de dorpskom liggend kerkhof. (gaat het schrijven van dit verslag gepaard met het proeven van “pineau de charentes”?)

Dan gaat het via Marignac, met ook een mooi kerkje.

naar Mosnac. Daar is voor de verandering de kerk ook het bezien waard. Frankrijk stond blijkbaar vooraan als Jezeke met de kerken smeet.

Maar we worden echt gecharmeerd door een prachtig kapelletje verloren in de velden.

Eventjes later stuiten we op deze bergbeklimmers die op een avontuurlijke wijze (maar goed beveiligd) de rotsen afdalen.

Gedreven door het late uur en een hongerige maag stevenen we af op Clion sur Seugne. De zon zakt weg achter de horizon en kleurt alles lichtrood. Zo ook deze mooie hereboerderij.

Dit doet ons nog eens stoppen, maar nu leggen we er de pees op en in een mum van tijd zijn we terug in Bourdenne. Wat als een gevaarlijke tocht begon eindigt in een prachtig toer. De kleine baantjes brachten ons langs velden, bossen, beekjes en andere rivieren. Waar we ook niet naast konden kijken is het devote verleden? van deze landelijke streek.

Een dalende zon kleurde dit alles roodoranje. Onze eerste  fietstocht, die naam waardig (60km), is geslaagd, hij smaakt naar nog.

Naar Jonzac (verlof Bourdenne 1)

Zondag, 29 juni 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

Om 9u brood gaan halen, Jonzac ontdekt. Wat een mooi stadje. Na het eten en het installeren van wat extra tafels in de tuin fietsen we om 11u naar Jonzac. Eerst moeten we Saint-Germain de Lusignan door.

Veerle kan het niet laten om snel een spoorweg te kieken

Daarna gaat het snel naar Jonzac. Dit mooie bankgebouw zet al onmiddellijk de toon.

We rijden door richting centrum. Enkele leuke details trekken onze aandacht.


Zij zijn de voorbode van het volgend idyllisch plekje aan de “Seugne”,

We verliezen alle tijd uit het oog en het duurt dan ook even voor we verder fietsen. Op een lichte heuvel staat het gemeentehuis “Hotel de Ville”. Dit blijkt een echt kasteel te zijn (het bestaan ervan gaat terug tot 1059).

Voor dit prachtig stadhuis heb je een mooie kijk op de omgeving, dit brugje smeekt om gekiekt te worden.

Op het langgerekt marktplein is er juist een tentoonstelling van foto’s over Quebec.

We fietsen naar een volgend plein waar Arianne ons met haar toorts verwelkomt.

Onder een brandende zon, af en toe verborgen achter hoge wolken, fietsen we terug. In Frankrijk houdt men eraan de ronde punten op te fleuren met tafereeltjes of monumenten, zo ook hier.

We moeten opnieuw Saint-Germain de Lusignan door. Nu krijgen we echter een ander zicht op het dorpskerkje en de omliggende huizen. Ook dit is zeer mooi.

Na dit kleine oponthoud zijn we “op een ik en een gij ” terug thuis of beter gezegd in onze gîte. Daar kaarten we nog wat na en maken ons gereed om naar La Rochelle te rijden, met de auto deze keer.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: