Vrijdag 10 september 2010 Ons verlof in de Vercors loopt naar zijn einde. Morgen dient er vroeg uit de veren om alles in te pakken en de meer dan 900 km die ons van huis scheiden te overbruggen. Deze namiddag zakken we af naar de” lac de Monteynard”.
Veerle heeft zin om het deze voormiddag wat kalmer aan te doen. Ik heb echter mijn zinnen gezet op het overwinnen van de Col de l’Allimas. Telkens wij naar het dal rijden komen we dapperen tegen die zich verwoed naar boven trappen. De tocht van gisteren in Trièves met de Col-de-Mens op het menu heeft alleen mijn honger aangescherpt.
Omstreeks half tien laat ik Veerle achter bij haar poezen om als éénzame fietser naar het dal af te dalen.
Ere aan de plaatselijke oorlogshelden. Tijdens de tweede wereldoorlog was er hier een verzetsbeweging actief.
Prachtige kerk, ze lijken er hier in de streek een patent op te hebben.
Ik daal verder af en fiets langs deze houtzagerij.
De Vercors blijft nog even mijn metgezel.
In Maninaire krijg ik een mooi zicht op A51 die hoog boven de streek uittorent.
Deze mooie boerderij kruis ik in Grisail.
In Saint-Paul-lès-Monestiers fiets ik tot aan de dorpskerk en vandaar gaat het terug.
Ik gun mij nog één keer een stop om de boerderij van daarjuist nog eens te kieken, nu vanuit een andere hoek. Daarna gaat het zonder stoppen terug naar omhoog.
Gedurende 14km wordt het zwoegen en zweten. Er dient een hoogte verschil van +/- 547 hoogtemeters bedwongen. Honderd keer heb ik een andere houding gezocht. Geregeld heb ik van versnelling moeten veranderen, er zitten echt een paar super venijnige stukken in het traject. Maar na een klein uurtje is het zover. Ik heb de Col de l’Allimas er onder gekregen.
Ik blaas even uit en neem ruim de tijd om van het mooie landschap te genieten.
Er is aan vermoeide klimmers gedacht. Mooi!
Nog een mooie beloning voor de geleverde inspanning. Mont Aiguille laat zich van hier goed bewonderen.
Nu dient er opnieuw rechtsomkeer gemaakt.
Gresse-en-Vercors ligt zo’n 3km terug. L’Auberge Buissonnière, leuke herberg waar je éénvoudig maar zeer lekker kan eten.
Na een fractie van tijd kom ik nu in onze gîte aan.
Aan de “Lac-de-Monteynard” geniet ik van een verdiende rust. Stilletjes aan beseffen we dat dit de laatste mooie momenten zijn van een super geslaagd verlof. In de Vercors mogen ze zeker zijn, ze zien ons nog terug.
Op zoek naar informatie kwam ik eergisteren in het toerismebureau van Gresse-en-Vercors terecht. Na wat keuvelen en een beetje uitleg hoe Veerle en ik een leuke fietstocht zien, tekende de vriendelijke bediende mij uit de losse pols volgende fietstocht op papier.
Een mooie fietstocht in Trièves een streek vlak bij de Vercors. Woensdag trekken we naar Grenoble maar…
Donderdag iets voor middag parkeren we ons A-ken op het plein…
…voor het gemeentehuis van Clelles. Deze “Mairie” doet meteen ook dienst als meisjes- en jongensschool(gescheiden) .
Mooi gerenoveerde waterpomp met drinkbak.
Het is even zoeken naar de juiste weg, zo maken we kennis met dit mooie dorp.
We moeten even langs de D 1075 dat toch een vrij drukke verkeersweg is. Wij rijden de afrit naar Longefonds voorbij. Achteraf blijkt dit een vergissing. Nu dienen we nog verschillende kilometers langs deze drukke baan.
De Trièves is een bergachtige streek waar er veel aan landbouw wordt gedaan.
Hebben we de afslag naar Longefonds en Le Percy gemist deze spoorwegbrug imponeert ons het vergoelijkt een beetje de verkeersdrukte.
Uiteindelijk verlaten we de D1075 en fietsen naar Le Percy dat ons al van ver van op een heuvel toelacht.
Om de kerk en het dorpsplein te bereiken dient er efkens fel geklommen.
Op enkele details na voert deze omgeving ons terug naar lang vervlogen tijden.
Het is hier zeer rustig, de mairie doet nu dienst als woonhuis.
Het daalt en klimt de hele tijd door. Na een tijdje komt Saint-Maurice-en-Trièves te voorschijn vanachter een heuvel.
Opnieuw een aandoenlijk dorpje waar deze “fonderie de lingots d’or” (gieterij van edelmetalen) weliswaar buiten dienst nog steeds de aandacht trekt.
Er zijn hier nog een paar zaken die buiten gebruik zijn of een andere bestemming hebben gekregen.
Ook hier nemen we ruim de tijd…
…om van de pittoreske plekjes te genieten.
Nu gaat het verder naar Lalley.
Alwaar ons hetzelfde scenario wacht. Rustiek kerkje.
De obligate dorpsfontein.
En last but not least de “Mairie” hier in de streek steevast ook de dorpsschool meisjes en jongens strikt gescheiden(als we de opschriften mogen geloven).
Gelaten wacht deze zonnebloem op de onvermijdelijke oogst en een toekomstige carrière als margarine of mayonaise.
Het gehucht Chateau-bas is snel doorgefietst.
De zomerbedding van de L”Ebron.
Stilaan betrekt het en geraken de bergtoppen verborgen achter dreigende wolken.
“Alpana” door Jeff Saint-Pierre onderdeel van “7 filles et une mère” 7 sculpturen zijn geplaatst in 7 gemeentes over 2 departementen.
Eén van de weinige vlakke stukken in deze tocht.
Van korte duur echter, Treminis bereiken vraagt al wat klimwerk.
maar nu beginnen we aan het echte werk.
Alvorens we voorbij dit bord fietsen zweten we wat af.
Tja dat ons Veerle fier is valt te begrijpen. Ikzelf voel ook mijn colleken spannen.
Nu dalen we als speren naar beneden, we zijn niet alleen. Enkele parapenters komen aangevlogen, door de opkomende wind en dreigende wolken worden zij gedwongen te landen wegens te gevaarlijk.
In het gehuchtje “Les Marceaux”
…zien we deze bijenkasten staan. De imker is niet thuis maar zijn gebuur is zo vriendelijk ons een potje honing te verkopen uit zijn eigen voorraad.
Het blijft verder dalen en snel zijn we in Saint-Baudille-et-Pipet.
Het dorpje met de leukste naam. Het lijkt wel de titel van een franse stripreeks.
Na wat rondkijken en enkele foto’s gaat het verder weg van deze donkere dreiging.
In Mens wisselen we het landelijke even in…
…voor de charme van een provinciaal stadje.
Steegjes…
…die langs een mozaïek van geveltjes…
…naar een pittig pleintje of…
andere markthal leiden.
Na wat rondslenteren nemen we de tijd voor een terrasje in het Café-Restaurant des Arts.
Na de dreiging van de onweerswolken is het nu de tijdnood die ons verder drijft.
De optie om de tocht nog wat uit te breiden langs Lavars wordt dan ook voor een volgende keer opgeborgen.
Eerst gaat het snel naar beneden maar iets voorbij deze diepe kloof gaat het weer stevig omhoog.
Het schemert al als we opnieuw Clelles binnenrijden. Wat een tocht!!! Voor de wat meer geoefende fietser is het hier een paradijs. Zelden zo veel pittoreske dorpjes achter elkaar in één tocht gezien. Denk dat ik het toerismebureau van Gresse-en-Vercors mail. Zo moeten hier iets mee doen.
en een” table d’orientation” met een “vue panoramique”. Hier heb je bij goed weer zicht op Grenoble en op de Alpen met onder meer de Mont-Blanc. Voor deze twee laatsten is het iets te mistig maar Grenoble is goed te zien.
We genieten van het vergezicht en keren op onze fietstrappen terug naar Lans-en-Vercors.
We rijden een paar keer door Lans-en-Vercors alvorens we de”ancienne route de Lans” ontdekken.
Het zware klimwerk lijkt nu wel achter de rug.
Maar mede door een stevige bries blijft het toch wel zeer pittig.
Doe daar nog wat stof bij.
Maar in wat mooi kader mogen we hier rijden.
Het zal dit kalfje in zijn nauwe behuizing worst wezen. Wat voor een methodes zijn dit toch?
Bijbehorende boerderij… van disproporties gesproken!!!
La “Mairie” in de zeer typische stijl van de streek. Mooi stadje vrij toeristisch.
We verlaten Villard-de-Lans langs de verkeerde baan. Maar na enig zoekwerk en gepruts aan onzen Garmin zitten we weer op route.
De route de Méaudre is bochtig en soms rijden de auto’s vrij dicht langs ons, maar het uitzicht blijft prachtig.
Méaudre is zo’n pittoresk dorpje, waar men hierin de Vercors een patent lijkt op te hebben.
In het gehucht “les Dollys” dit tafereel in de tuin…
…van dit statig huis.
Inmiddels zit de wind in onzen rug en met een train à grande vitesse-vaart stormen we naar Autrans terug. Zo ronden we een prachtige, karaktervolle fietstocht af.
Deze tocht heeft ons veel inspanningen gekost, buiten de voldoening over de inspanningen hebben we vooral genoten van een prachtig landschap en pittoreske dorpjes. Dit is van het beste dat een fietser zich kan wensen.
We zijn al de vijfde dag in Finistère – Bretagne. Een hardnekkige mist voerde ons gisteren naar Mont-Saint-Michel…
‘S avonds keerden we huiswaarts echter niet zonder Saint-Malo met een bezoek te vereren.
Vandaag zou het wolkendek moeten openscheuren en ons zo laten genieten van mooie opklaringen. ‘tja dan begint het te kriebelen. Thuis had ik op volgende site “à vélo en Bretagne – Iroise” enkele routebeschrijvingen gevonden in de streek waar we verblijven. Nu als ik eerlijk ben is onze locatie wat gekozen in functie van de routes. Ik kon me de haren uit het hoofd trekken (gelukkig waren deze juist voor ons vertrek gemillimeterd) toen het bleek dat de uitprint van deze routes in Erembodegem waren achtergebleven. Al mijn hoop ligt nu bij het toerismebureau van Saint-Renan.
Saint-Renan is een mooi Bretoens dorpje met een ongelooflijk mooi stadsplein.
We brengen een bezoek aan het toerismebureau waar we voor zo’n 2€ de route Les Menhirs kopen. Daarvoor krijgen we de route op geplastificeerd papier in een handig formaat.
l’église Notre Dame de Liesse.
Nog een foto op het kerkplein en dan…
glippen we binnen.
Mooie kerk, heeft nog iets authentieks naïef. Alles ademt hier de middeleeuwen.
Nu rijden we snel naar Porspoder van waaruit onze tocht start.
Deze immense rotsblok is geen menhir dus verder fietsen maar.
Dit is de eerste Menhir de Kérhouezel, niet direct te zien maar dit exemplaar is 7 meter hoog en bestaat uit graniet van de l’aber Ildut. Niet een steentje dat men ever over de schouder gooit en wat verplaatst.
Wat hedendaagser en modester van afmetingen. Dit Keltisch kruis dat steeds weer opduikt.
Dit kruis is meteen de aankondiging van het typisch Bretoense dorpje Larret. Ondanks dat deze boerderij in natuursteen is opgetrokken heeft ze iets elegant.
Onder de bescherming van de franse lelie.
Dichtbij deze o zo Bretoens kapel is er een fontein waarvan het water het zicht bevordert. We kunnen dit water zeker gebruiken want deze fontein is aan ons zicht compleet ontsnapt.
Wij ontsnappen echter niet aan deze dorpeling. Hij doet ons stoppen en fier als een gieter toont hij ons zijn woonhuis. Deel van een grotere boerderij. Het is er wat rommelig, hij woont er meerdere jaren alleen en orde en netheid blijken niet meteen zijn grootste zorgen. Toch had het iets weemoedig. Een reusachtige tafel, waar men ooit met velen tegelijk de maaltijd genoot na gedane arbeid op het land.
Dient nu voor zowat alles. Links is het meer gastronomische gedeelte waar de rechterkant vooral dient om onze Bretoen te ontspannen. De zitbank is duidelijk multifunctioneel. Kleer- en droogkast tegelijkertijd. Een beetje een vreemde ontmoeting.
We fietsen verder richting Kergadiou waar er niet één maar twee menhirs te bewonderen zijn. De legende gaat dat de rechtopstaande menhir gestolen zou zijn van een Schotse heks. Deze razendkwaad wou de menhir vernietigen door vanuit een Schotland een ander menhir te lanceren. Toch deze mistte zijn soortgenoot met zo’n 75 meter. Moet er nog water van de fontein van Larret zijn?
De Menhir-tocht voert ons nu naar een hoger gelegen plateau. Het is er na een fikse klim vrij vlak maar het waait er tegen honderd per uur of toch zo iets. Langs de D68, een vrij drukke departementale, kruisen we dit lief kapelletje opgedragen aan Saint-Roch. Vrij populair hier deze heilige.
Onder het goedkeurend oog van deze hoefachtigen fietsen, we tegen de wind in, richting Plourin.
Ook Plourin bezit al de ingredienten van een Bretoens dorp.
Een mairie gans in stijl.
Ook vanachter mooi om zien.
Overdekte waterput.
Na Plourin laat de bewegwijzering wat te wensen over of is het de voorzienigheid die ons naar dit donkere bos leidt
De bomen lijken ons te willen grijpen met hun dolgedraaide takken.
Toch geraken we aan deze diep in het bos verborgen burcht.
Opnieuw moeten we onder de kronkelende takken door om het kasteeldomein te verlaten.
Nu dalen we in steile vaart af naar Brélès.
Stilaan nestelt de mist zich op de heuvels.
La demoiselle de Brélès geniet van de late herfstzon. Mooi beeld gehouwen uit graniet van het nabijgelegen l’Aber Lidut.
Buiten het overdekken van de waterput (lijkt hier in zwang te zijn) is hij ook mooi versierd met bloemen.
De volgende halte op deze mooie tocht.Eglise Saint Ildut te Lanildut gelegen langs l’Aber Ildut. Ildut, de laatste zinnen staan er bol van, is of was een Gallische heilige.
Deze kerk is zowat de toegang tot de “quartier Rumorvan”
In dit uitzonderlijk mooie dorpje deze bloedmooie kapel “Chapelle Saint Gildas”.
Wat later fietsen we langs de ‘l Aber Ildut.
Schuilhaven voor bootjes en plezierjachten.
We snijden even een landtong af om, op weg naar Melon, de kust te bereiken.
Nu slingert de route tussen kust en land. We zijn juist Melon voorbij als we dit Christusbeeld in de omwalling tegenkomen.
Enthousiast komen deze paarden aangestormd, op de achtergrond “le phare du Four”.
En Veerle… zij peddelde voort.
Een “lavoir” of te wasserette anno 1400
Nog eens paarden, ze hebben hier een mooi stevig ras. Nu vredig grazend in de vallende duisternis. Juist voor het donker zijn we terug in Porspoder. Een route vraagt om een quotering. Stevige tocht in een prachtig mystiek kader. Een bewegwijzering die soms een steek laat vallen. Steeds goed berijdbare wegen. Een gedetailleerde wegbeschrijving is te downloaden of verkrijgbaar tegen een luttele vergoeding in de plaatselijke toerismebureaus. De afstand 25 km is zeker niet te lang. Deze tocht geeft een goed idee over de streek en kaapt een 7,5/10 weg. Een aanrader.
Al 3 dagen in Bretagne. Gisteren hebben we Lesneven bezocht. Aldaar vertelde ons een oudere dame dat wie in Bretagne verblijft zeker Ploumanach moet bezoeken. Nu dat is niet in dovemansoren gevallen. Fietsen op het dak en weg zijn wij.
Na een vrij lange tocht rijden we Perros-Guirec binnen. We parkeren onze auto achter het mooie kerkje”Eglise Saint-Jacques”.
Ernaast het obligate oorlogsmonument.
Telkens we de kust naderen zien we de mist die het land tracht in te trekken. We fietsen wat rond tot we ietwat verdoken het plaatselijk toerismebureau vinden. Daar wordt het ons duidelijk dat onze fietstocht vooral uit wandelen zal bestaan.
Even buiten Perros-Guirec laten we onze fietsen goed vastgemaakt achter en zakken af naar de “Sentier des Douaniers” Dit pad dat ons over de duinen heuvels langs de kust naar Ploumanach leidt. De mist heerst over de kustlijn en geeft de omgeving een onwezenlijke indruk.
Geeft misschien wat minder op foto, maar de rotsen versluierd achter de kille nevel beroerden ons.
Als het sentier ons opnieuw landinwaarts leidt keert meteen de zon terug.
En dan ineens, het parc des sculptures. Uit immense granietblokken zijn er kolossale beelden gehouwen. In volgend filmpje tracht ik een overzicht te geven. Er zijn echt mooie beelden bij.
We naderen Ploumanach en het kusttourisme.
L’ilot de Costaérès met op de top het kasteel (toch wel blij dat we in het Nederlands wat zuiniger zijn met accenten allerhande) ook hier heb ik de indruk in een decor van een film over de middeleeuwen te wandelen.
We keren terug naar de “sentier des douaniers”. Maison du Littoral.
Wat verder op de heuvel dit mooi huis.
Even later wandelen we voorbij het “Canot de sauvetage”
Dit alles in een prachtige natuur.
Nu in dit mistig kader het plaatselijk icoon de “Phare de Ploumanach” . Haast even ruw als de omliggende rotsblokken klaar om de hevigste stormen te trotseren, en de zeelui de weg naar de haven te tonen.
De sentier voert ons van de ene verbazing naar de andere.
Ook hier wordt de vis belaagd.
Waar zijn de kobolten, hobbits en ander Merlijnen gebleven?
Ground control to Major Tom.
Wat aardser….
en met beide voeten terug op grond, allée tot we een paar tellen later terug op onze tweewielers zitten.
Vanuit Trestaou zicht op enkele pleziervaartboten en één van de “sept îles” die voor de kust van Perros-Guirec liggen. Het late uur en de lage zon maken het allemaal wat idyllischer.
Terug in Perros-Guirec,blijven we wat op de mooie dijk hangen en nemen enkele foto’s…
van de baai…
…strandpret.
Zo’n tien minuten na acht uur, na een fikse klim zijn we terug op ons startpunt. We hebben er een speciale dag opzitten. Wat een stevige fietstocht moest worden mondde uit in mooie wandeling. Het was wat minder gemakkelijk met onze fietshelmen op en de fietstassen zo goed als mogelijk in de hand. Soms was het kil en een moment later vrij warm. We vielen van de ene verbazing in de andere, ik kan het dametje uit Lesneven alleen maar gelijk geven. Als je in Bretagne bent moet je Ploumanach aandoen en voor de stappers onder ons is het “Sentier des douaniers” verplichte kost.
Na een rit van zo’n 860 km zijn we gisteren rond 17u aangekomen in Coat-Méal. Dit Bretoens dorpje, op zo’n 20km van Brest, zal gedurende een week onze uitvalsbasis zijn om Bretagne en meer bepaald de Finistère-nord te verkennen. Hopelijk krijgen we nog een mooi nazomertje de voorspellingen zijn alvast veelbelovend..
Om 16u30 starten we onze eerste tocht in de streek. Op onze Garmin heb ik Ploudalmézeau en Treglonou als waypoints ingesteld. De Bedoeling is om eerst naar de kust (la Manche, Atlantische oceaan) te rijden. Deze even te volgen om dan langs de oevers van l’Aber Benoît via Tréglonou naar Coat Méal terug te keren. Mooi zo…
In Bretagne is het zelden windstil, je komt er dan veel van deze immense propellers zonder vliegtuig tegen.
Langs de D26 (départementale) komen we na een fikse klim in Plouguin.
Ook hier een kerktoren met een porche(ken de term ook maar van horen zeggen) die typisch is voor de streek hier.
Na Plouguin zijn we de D26 met zijn druk verkeer, ook al is het zondag, beu en slagen af richting Saint Pabu. We rijden door velden vrij vlak en na zo’n 20 minuten, wind in de rug, bereiken we al de kust.
Mooie witte stranden doen ons besluiten links de kustlijn te volgen.
De kusten zijn bezaaid met rotsblokken. Dit maakt het allemaal wat meer “sauvage”.
We duiken wat het binnenland in om langs authentieke Bretoense huisjes naar Lampaul-Ploudalmezeau naar te fietsen.
Daar wacht ons de “Eglise Saint-Paul Aurélien” Prachtige kerk.
Opnieuw zoeken we de kust op. Lekker ruw in Porsguen.
Toch te bedwingen.
Hier en daar een strook geschikt voor de ganse familie.
Daarna fietsen we het ganse stuk terug en steken door naar Saint-Pabu. De monding van l’Aber Benoît is meteen ook een haven voor kleine plezierjachten en vissersbootjes.
Een kleurrijke bedoening.
Jong geleerd…
Kerk van Saint-Pabu, is het door mijn breedhoek-instelling of staat de toren echt scheef?
Aan de prijs dat nu de melk staat!!!
In Bretagne, zoals in de rest van Frankrijk en in tegenstelling met ons Vlaanderen, kom je minder Maria-kapelletjes tegen maar kruisbeelden tieren er welig. Inmiddels hebben we onze route opnieuw aangepast. De loop van de l’Aber Benoît is zodanig moeilijk te volgen dat we het opgeven en Garmin vragen ons terug naar huis te brengen.
De eerste nevel duikt over de velden, een boerderij opgetrokken in natuursteen.
Stilaan verdringen de prachtige herfstkleuren het zomerse groen.
Over kleine baantjes, langs gehuchtekens…
…onder een langzaam dalende zon…
…fietsen wij vroom…
…terug naar onze Gîte.
Een eerste kennismaking met deze streek zit erop. De dorpjes zijn zeer authentiek, de mensen vriendelijk en gastvrij. Fietsen is soms niet van de poes. Geregeld zit er een pittige klim verscholen in het parcours. Maar vooral er is altijd wind. In de rug geeft ie vleugels tegen is het een lastige klant. Last but not least de kust!! Eigenzinnig, grillig, soms vredig meestal woest… maar o zo mooi!!!
Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd. Vanhier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.
Vlaamse feestdag, hier niets van te merken integendeel onze laatste volledige vakantiedag in Charente-Maritime en dat is direct niet om te feesten. Onder een bewolkte hemel rijden we naar Royan.
Van de 11de tot 13de juli is Royan de haven waar de “tour de France à la voile” aanmeert.
Elk jaar is er een wedstrijd voor zeilers dat naar analogie met de tour de France voor fietsers Frankrijk rondgaat. In dit geval de kusten van Frankrijk. Voor ons is het een beetje een afknapper. De boten, waar het ons om te doen is, varen slechts omstreeks 20u binnen. Het meereizend publicitietscircus houdt niet veel in. Na de stad verkend te hebben en enkele aankopen verricht keren we terug naar Bourdenne.
Daar besluiten we dat een fietstocht de beste manier is om dit geslaagd verlof af te sluiten. We nemen het baantje achter onze gîte en fietsen op het goedvallen uit voort. Een grintbaantje brengt ons naar een statig herehoeve annex kapel.
Langs veld- en boswegels komen we bij Luzac.
Daar willen we het kasteel bezichtigen en er foto’s van nemen. Maar door het late uur, we kennen blijkbaar geen andere uren meer, is het domein afgesloten en van het kasteel geen glimp te bespeuren. Dan maar weer het bos in. De weg is hier heel ruw en Veerle vreest opnieuw lek te rijden. Terug op verhard volgen we garmin die ons, over verhard wegdek,
naar Clion-sur-Seugne brengt. De Seugne staken we in het bos al over.
Clion-sur-Seugne is een klein dorpje van een kerk, Mairie (gemeentehuis) en enkel huisjes.
Twee pedaalslagen en je bent er door. Dit dorpje heeft echter ook een museum waar meer dan 1000 werktuigen te bewonderen zijn. Toch ook dit is, wegens het late …, gesloten.
Dan maar verder naar Guilinières. Hetzelfde soort dorp, zonder museum, maar met grote boerderij rechtover de kerk. Alvorens de foto’s te bekijken eerst een filmpje dat voor ons een raadsel ontsluiert…
Nog 2km, de D2 kruisen en we zijn opnieuw in onze gîte.
Dit klein fietstochtje (19km) bezorgde ons opnieuw verschillende verassingen. Mooie hereboerderijen tussen uitgestrekte velden.
Kleine riviertjes die door bossen stromen.
Deze landelijke streek heeft ons een prachtig verlof bezorgd.
Het is met wee gevoel dat we onze koffers beginnen te pakken. Nog nooit was een verlof zo snel voorbij.
Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd. Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.
Vandaag belooft het weer een mooie zonnige dag te worden. Geen wolkje aan de hemel. We starten langzaam. Ontbijt in de tuin en daarna wat lanterfanten, lezen en ander tijdverdrijf. Om 15u besluiten we dan toch een fietstocht langs de oevers van de Gironde te maken. De fietsen staan nog op ’t dak we zijn dan ook snel in Floriac vanwaar onze fietstocht start.
Al meteen is het flink klimmen geblazen.
Dit lijkt wel de valleitjesroute aan de Gironde te zijn (ook hier staan er windmolens langs het parcours).
Het blijft stijgen en dalen naar Montagne-sur-Gironde.
Buiten dit dorpje steken we via een veldweg, onverhard en wellicht de boosdoener die voor een lekke band zorgt, een heuvel over.
Hier krijgen we een eerste uitkijk op de Gironde, die hier nog enorm breed is.
Maar wat een mooi zicht. We naderen nu de boord van de Gironde en fietsen zo via Chenac-Saint-Seurin-d’Uzet (ge zult daar maar wonen en in ’t eerste studiejaar zitten!!!) waar buiten een klein aanlegsteiger er weinig te zien is.
Over een golvend parcours gaat het verder naar Talmont-sur-Gironde. Nog kruist een windmolen op ons pad. Zien wij er zo Don Quichotte uit?
Juist voor het binnenrijden slaat het noodlot toe. Veerle’s achterband is gans leeggelopen. Lek dus, erger nog, blijkt de reserveband even lek. We hebben geen keus en herstellen beide binnenbanden.
Door dit onvoorziene oponthoud is het 20u voorbij als we Talmont-sur-Gironde binnenrijden.
Het afficheert zichzelf als één van de mooiste dorpjes in Frankrijk. Nu dit zou kunnen kloppen, kijk zelf maar op de verschillende foto’s die we er namen.
Zo kondigt Talmont-sur-Gironde zich aan, moet er nog sfeer zijn?
Doorgangetje
Buiten grafzerken, ook massa’s stokrozen.
Hier ligt het kerkhof vlakbij de kerk, dit is in de streek eerder uitzonderlijk.
Dit fotograferen vraagt ook de nodige tijd. Daardoor besluit ik om terug te rijden via Arces-sur-Gironde naar Cozes. Dit gedeelte tussen de weidse velden is nog vrij aangenaam,
vooral door de ondergaande zon die met haar speciaal coloriet deze velden een aparte tint geeft.
Maar eens in Cozes draaien we de D 730 op. Dit is een vrij smalle departementale, op dit uur is het er niet zo druk. Vooral de zware voorbij denderende vrachtwagens worden ons bespaard. Maar het overblijvend verkeer rijdt, zeer snel en soms zeer dicht, voorbij. De zon is inmiddels achter de kim verdwenen en onder een roze-purperen gloed vervolgen wij onze weg zo’n 15km ver. Voor alle zekerheid zetten we onze led-lampjes aan, om knipperend aan te geven dat wij ons ook op deze weg bevinden. Het is met een flinke zucht van verlichting dat we deze gevaarlijke weg verlaten.
Zelfde molen als in het begin, zo’n 5u30 later.
Er dient nog een fikse kuitenbijter bedwongen te worden alvorens we in Floriac ons A-ken terugvinden. Ondanks de lekke band en het vrij zwaar parcours was dit weer een prachtige tocht (47km lang). Talmont heeft ons zeer aangenaam verrast. Dit mooi dorpje dient zeker bezocht als men in de streek vertoeft. Voor fotografen is het hier een paradijs. Fietsers dienen tegen een stevige klim te kunnen maar blijf weg van de D 730. Er is zoveel meer te beleven langs de kleinere deparmentalletjes.
Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd. Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.
Na veel bewolking en geregeld wat regen gisteren, zou het vandaag moeten beteren. We plannen opnieuw een fietstocht. Deze keer is het de streek rond Saintes die we willen onveilig maken. We vertrekken hier om 10u en iets voor 11u zijn we dan ook in Saintes. Ik ben mijn kaart vergeten dus slenteren we wat door Saintes, dat echt een heel charmant stadje is. We nemen wat foto’s waarvan hier een kleine selectie:
Cathedrale Saint-Pierre
Hôtel de ville
le musée de l’Echivinage…
…met op de binnenkoer een leuk tuintje.lijkt mij een waterput
Plaatselijk museum van schone kunsten.
Kleine steegjes met pittoreske huisjes.
justitiepaleis
Geregeld dienen we nog te schuilen voor een bui. Het duurt even voor we het toerismebureau,
wat afgelegen op een grote invalsweg, vinden. Daar is men heel vriendelijk en buiten de kaart krijg ik ook een brochure waar, in het Nederlands, de geschiedenis van Saintes wordt beschreven. Na nog één fikse bui, het is inmiddels 14 uur, fietsen we erop uit. En ja de hemel scheurt open en onder de eerste zonnestralen verlaten we Saintes. Nog even terugkijken op de ‘l église Saintes-Eutrope.
Algauw peddelen we op een kalme departementale tussen de velden.
Varzay is het eerste dorpje dat we aandoen buiten het obligate kerkje zijn er kleine, wat verkommerende, huisjes.
Bij het verlaten van Varsay moet ons garminneken even bijspringen want door werken zijn we even het noorden kwijt. Hij zet ons op koers naar Pisany, waar een oude markthal te bewonderen is.
Daarna is het een hele tijd trappen door de velden tot Nancras.
Het is hier volop oogst. Ik maak er een filmpje van.
Geregeld kruisen we op onze tochten grote graansilo’s.
Zoals zowat overal in Frankrijk worden de velden hier ook besproeid.
Eén zonnebloem maakt nog geen graanveld (of toch?).
In Nancras verlaten we een drukke D 728 om onze weg, richting Sablonceaux, voort te zetten. In Sablonceaux treffen we een imposante abdij “l’Abbaye de Sablonceaux”.
Dit is het einddoel van onze tocht.
Nu keren we terug naar Saintes. Om zowel een andere weg te kiezen als de overdrukke D 728 te vermijden wijken we uit naar Saint-Sulpice-d’Arnoult. Vandaar rijgen we over kleine zeer kalme banen de mooie dorpjes aan elkaar. Juist voorbij Soulignon doorkruisen we een amôken (klein,soms piepklein gehuchtje) die volgend mooi beeld geeft.
Liefhebbers van oude romaanse kerken komen hier aan hun trekken getuige Nieul-les-Saintes
en St-Georges-des-Coteaux.
Ook wie een mooie dorpsnaam apprecieert zal zich hier in zijn sas voelen. Op deze wijze zijn we inmiddels Saintes genaderd, even stoppen bij een vriendelijke kruidenier die ons, even voor 20 uur, nog een bus fruitsap en een verkwikkend biertje wil verkopen. Nu zijn we in een mum van tijd terug bij ons A-ken en wat later op weg naar huis, zoals we onze gîte stilletjesaan beschouwen. We hebben er opnieuw een mooie fietstocht, van zo’n 70km, opzitten. Op deze wijze leren we een streek kennen. We zwerven door velden, dorpjes en al eens een echt stadje. Soms voelen we ons in een andere, verleden tijd.
We zwaaien naar boeren, volop bezig op het veld, krijgen een ferme bonjour van toevallige voorbijgangers. We bewonderen de natuur, zien roofvogels boven de pikdorsers vleugelen. Zwaluwen als gek over de velden scheren. Kortom fietsen is, voor ons, zowat de beste manier om op verlof te gaan. Morgen wordt er weer goed weer voorspelt dan trekken we er weer op uit, de boorden van de Gironde dienen dringend verkend.
Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd. Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.
De eerste zondag van elke maand wordt in Bordeaux een groot deel van het centrum afgesloten voor het autoverkeer. Voetgangers, fietsers, skaters of andere zwakke weggebruikers (een term die veel zegt over de verhoudingen in het huidige verkeer) krijgen de kans zich vrij over de grote lanen of door de kleine steegjes te bewegen. Toen ik dit zo’n 2-tal jaar geleden vernam groeide het verlangen om Bordeaux te bezoeken. Ergens is het de aanleiding tot dit verlof in de Charente-Maritime.
Kwart voor drie staan we met onze geleende fietsen voor het toerismebureau.
De fietsen worden wat verder, gratis uitgeleend door de stad Bordeaux. Druppelsgewijs komen er nog andere deelnemers toe. En ja stipt op tijd volgen we onze gids, een goedlachse fransman, naar de eerder genoemde uitleendienst.
Slechts enkelen hadden hun eigen fiets. Uiteindelijk zijn we met ongeveer 20 geïnteresseerden. Eerste halte is het “monument aux Girordins”, een homage aan de afgevaardigden van het departement Gironde die tijdens de franse revolutie onthoofd werden.
Het is niet direct mijn bedoeling, ik er zou trouwens niet in slagen, een letterlijke beschrijving van deze rondrit te geven. Ik beperk me tot een beknopte samenvatting van meest interessante stopplaatsen en wil eerder aan de hand van enkele foto’s de sfeer weergeven.
2de halte: één van de oudste huizen op place Tourny, heeft 2 verdiepingen en enkele zolderkamers. Al is dit een kleiner huis, hoogbouw zal je hier in het oude centrum niet vinden.
Volgende stop: “Cour Mably” overblijvend deel van een Dominicaans klooster. Gespaard tijdens de franse revolutie van de sloop. De franse marine had dringend een opslagplaats nodig en kreeg deze mooie abdij toegewezen. Nu regionale rekenkamer
en expositieruimte, zie binnenkoer.
“Eglise Notre Dame” deze kerk is in de 17de eeuw gebouwd door de Jacobijnen.
Place de la comédie met links het mooie grand-théatre.
Place de la bourse, voor de franse revolutie place royal. Prachtig plein tegenover de Garonne, haast volledig symmetrisch.
Om de huizen wat op te vrolijken werden deze maskerades aangebracht op de gevels. Meteen het symbool van Bordeaux.
We zijn getuige van een optocht ter ere van 400 jaar Quebec. Quebec heeft sterke banden met de streek hier.
Oude fontein op place Camille Julian
Kerk Saint-Siméon, nu commercieel gebouw een filmzaal
Porte Cailhau, gebouwd (of omgebouwd) ter ere van koning Charles 3
Rue Neuve, met merkwaardig genoeg aan het eind.. het oudste huis van Bordeaux.
Dit huis is wegens afgesloten door een hek moeilijk te fotograferen, maar een kiekje van dit beeldhouwwerk toont dat de tand des tijds al flink heeft toegeslagen.
Grosse Cloche, prachtig poortgebouw.
Langs andere kant.
Zicht op zijvleugel van Basiliek Saint-Michel en…
…bijhorende flèche. Hier staat de toren los van het kerkschip, zeer merkwaardig en bij slecht weer minder leuk voor de koster.
Place Saint-Projet vlakbij rue Sainte Catherine, de plaatselijke Meir of Nieuwstraat. Met zijn 1,2 km de langste winkelstraat van Europa. Ik zie ons Veerle geïnteresseerd luisteren.
Notre Dame d’Aquitaine…
…die je terug vindt op de flêche van…
…kathedraal Saint-André die ook los staat van de toren (lijkt hier wel de gewoonte te zijn).
Palais Rohan = “hôtel de ville”
Omstreeks 18u15 komt er een einde aan de rondrit en dit bij de uitleenpost.
We nemen afscheid van onze gids, die met veel overgave ons het historische Bordeaux heeft willen schetsen.
Onzekere tijden met veranderende regimes en godsdienstoorlogen allen met onthoofdingen en moordpartijen tot gevolg. Het bange bestaan vol onzekerheid voor de kleine man. Met een aparte ethiek, zo bleken vrome katholieken of gereformeerden geen probleem met slavenhandel te hebben. Het was dan ook naast invoer van kruiden en andere koloniale producten een zeer winstgevende bedrijvigheid verantwoordelijk voor zo’n 15% van de toenmalige handel. Het vervolgen van prostitutie. Het in een hospitaal onderbrengen van zieken, niet alleen om ze te verzorgen, maar zeker ook om ze te verwijderen uit het straatbeeld opdat ze hun ziekte niet overdragen. Om al deze zware kost te verteren, vlug een staaltje van franse humor.
De eerste zondag van elke maand is deze rondrit mee te maken tegen de schappelijke prijs van 7€50. Bij voorkeur reserveren in het“office du tourisme”. De rit is ongeveer 8km lang en duurt 3 uur. Dat het centrum afgesloten is voor autoverkeer maakt het allemaal nog leuker. De staat van de leenfietsen laat soms wat te wensen over. Het is aangewezen ze op voorhand af te halen. Dan is het immers minder druk en kunnen de uitleners nog enkele aanpassingen doen. Kijk vooral de druk van de banden en de hoogte van het zadel na. Wij hebben genoten van deze rondrit. Indien fietsen niet kan, Bordeaux is zeker en vast een bezoek waard, wij komen zeker terug. Zoals het volgend filmpje getuigt, hier is altijd iets te beleven.