
Voorbij Opwijk kennen wij vooral de Ros Beiaardroute. Dit is een klassieker die we elk jaar een paar keer rijden. Maar verder kennen we er niet zoveel. We zijn al enkele keren tot het Leireken in Steenhuffel gereden. Vorig jaar hebben we er wat rondgereden van de ene route naar de andere springend. Keureroute, Houtekietroute en Molenbeekroute hebben we toen aangedaan. Genoeg om ons nieuwsgierig te maken om de streek beter te leren kennen. We vingen toen een glimp van de Steendonkroute op. Dit is ons bijgebleven en als er eind februari er een 15° voorspeld wordt dan kriebelt het en trekken we erop uit. Onze fietscomputer geeft al een 20km aan als we in Steenhuffel aankomen. Voor de Steendonkroute te starten, eten we op een bankje onze koeken op.

Met den innerlijken gesterkt verlaten we via een veldwegeltje Steenhuffel en komen aan een kapelletje. De route leidt ons nu langs braak liggende velden, ze zijn nog te vochtig om te bewerken. Tussen de velden komen we in Breendonk. De route leidt ons tot vlak voor de brouwerij van Moortgat met als bekend bier den Duvel.

Na Breendonk loopt onze fietstocht langs vrij grote banen.

Dit duurt eventjes maar uiteindelijk draaien we weer de velden in.

Nu fietsen we langs boerderijtjes en gehuchtjes. Na een poosje komen we aan een mooie vijver die we langs rijden. Snel daarna naderen we het Fort van Liezele.

Dit fort ligt achter een grote gracht en samen met het vele groen is het een mooi zicht. Nu volgen de pittoreske plekjes elkaar snel op.

Het Lippelopbos met het mooie “Hof te Melis”is prachtig om door te fietsen.


Later over de spoorweg trekt een mooie windmolen onze aandacht. Het is de Heidemolen met het bijhorend molenhuis.

Hier kan afgestapt worden om iets te eten of te drinken. Wij doen dit niet ,het wordt al wat donkerder, dus vervolgen we onze weg en rijden door de velden verder naar Steenhuffel. Ook daar stoppen we niet maar rijden aan een flink tempo de Leirekesroute terug naar huis. In het geheel reden we een flinke 80km. Deze tocht heeft ons blij verast. Na een wat gewone start werden we vooral na Breendonk verwend met mooie monumenten, Fort van Liezele, Hof te Melis in een prachtig kader.

We zijn het er beide over eens deze tocht gaan we nog fietsen. 8.5/10

Molenbeekroute
Na een stormachtige week, valt de wind en klaart het langzaam uit. Al een tijdje, na de Steendonkroute (die nog op een beschrijving wacht), heb ik mijn zinnen gezet op het rijden van de Molenbeekroute.

Vorig jaar, in augustus, kruisten we toevallig deze route. Toen konden we door werken aan de straten en het ontbreken van wegwijzers deze route niet tot het einde volgen. Nu gesteund door onze garmin-gps proberen we het opnieuw.

Maar de werken blijken afgelopen en de bewegwijzering is nagenoeg perfect. Komende van Erembodegem over de Leirekensroute draaien we in Peizegem rechts op de route in. Door de velden, langszij Merchtem, komen we in Rossem een deelgemeente van Meise. Bij het binnenrijden trekt een mooie, grote herenboerderij (Een Brabantse vierkantshoeve rond 1970 gebouwd door de familie Jos De Pauw. Met dank aan Luc Tutenel voor de correctie en uitleg) onze aandacht.

We stoppen om ze te fotograferen. Wat later rijden we ze nog eens voorbij vanuit een andere richting. Even verder komen we in de dorpskern van Rossem, het enige dorpje dat we echt doorkruisen. Voor de kerk rusten we even uit en eten een paar koekjes. Nu zigzaggen we door de weilanden en andere akkers.

De streek is hier verzadigd van mooie villa’s en gerestaureerde fermettes, aan alles zie je dat Brussel niet veraf is. Zo fietsend, zijn we ineens opnieuw op de leirekesroute. We peddelen verder en eens voorbij het stationneke van Steenhuffel wordt de route leuker.

Op weg naar Malderen komen er meer bomen en struiken in het landschap, dit rijdt meteen prettiger.

Als er dan ook nog een paar mooie gebouwen, kastelen opduiken is het helemaal goed en vergeten we de gevaarlijke baan, die we even moesten volgen.

Een zakkende zon herinnert er ons, samen met een grommende maag, aan dat het stilletjesaan avond wordt. We zijn dan ook tevreden dat we opnieuw de Leirekesroute opdraaien en zo deze tocht beëindigen. We draaien de pedalen nog eens flink rond en met sneltreinvaart, geholpen door een fikse rugwind, fietsen we naar huis. Alleen een wit konijn, (paashaas?)op stap met enkele kippen, kan ons nog doen stoppen voor een kiekje.

Thuisgekomen bespreken we nog eens de route. Het eerste gedeelte, of lus als je wilt, kon ons maar weinig bekoren. Op een mooi gerestaureerde hoeve en molenhuis(Malsaersmolen) zonder molen na, viel er niet veel te zien.

Laveren tussen de velden met de vele alleenstaande woningen, meestal goed onderhouden, maken ons niet direct wild. Rossem zal niet direct de titel van mooiste dorp binnenhalen. Na het Leire-stationneke van Steenhuffel, waar je echt een moet afstappen al was het om een goeie palm of steendonk te drinken, wordt het allemaal iets aantrekkelijker. Samen met de heen- en terugrit hadden we zo’n 70 km onder de wielen. Aan een gemiddelde van 19,5 km/uur, gaf dit ons zo’n 3u45 fietsplezier. Qua quotering scoort de molenbeekroute 6.5 op 10. pluspunten goede bereidbaarheid, prima bewegwijzering. Minpunten: 32 km lengte is wat kort voor ons en we missen wat afwisseling (vlakke routes ontberen dit nogal eens). Binnenkort hopen we eens een route met een kuitenbijters erin te fietsen, boerenkrijg-,Land van Asse- of Valleitjestroute zijn de kandidaten.
Als afsluiting nog deze foto met het rare monument (piramide???)

De Schiptrekkersroute
Sinds een paar jaar (2003) is er vlakbij een leuke route, de schiptrekkersroute. Door zijn 30km ideaal als we weinig tijd hebben om er eens op uit te fietsen. Dan trekken we gauw een schipperken. Met slechts een paar hellingen (’t mag bijna geen naam hebben) goede opwarmkost voor in het begin van het seizoen. Wij starten in Erembodegem en pikken op de route in waar zij de Dender aansnijdt. Hier haalt de route haar naam. Tot begin deze eeuw werden de schepen nog door mensen of paarden getrokken, daartoe liepen zij op het jaagpad.

Dit jaagpad is nu verhard en dient ons om te fietsen of te lopen.(het maakt deel uit van ons trainingsparcours we zijn buiten verfente fietsers ook lange afstandlopers). Al snel passeren we de Wellemeersen. Dit is een natuurreservaat die door de omsluiting van spoorweg, autostrade en dender een specifiek biotoop heeft. Aan de volgend sluis slagen we rechtsaf naar Teralfene. Normaal slagen wij deze plaatselijke ronde van hoogstens enkele kilometers over en peddelen voort langs de Dender. Toch voor deze ene keer maken we een uitzondering. Nu buiten een rit door een parkje met speeltuin een zicht op een mooi gerestaureerd herenhuis is hier niet veel te beleven.

We zigzaggen terug naar de Dender en zetten daar door richting Okegem. Eventjes moeten we de neus dichtknijpen voor de geur van het vilbeluik van Denderleeuw maar algauw is het weer rustig en aangenaam fietsen langs de Dender.

We rijden Liedekerke door en langs de brede bochten van de Dender bereiken we Okegem. Daar verlaten we het jaagpad. Nu is het even op een smal padje langs de spoorweg (hier in deze streek kruisen er verschillende lijnen elkaar) om dan door de velden langs en door de verschillende dorpjes, die langs de Dender liggen, te fietsen. Iddergem, Denderhoutem en Welle liggen op onze weg en zijn mooie dorpjes waar het nog vrij kalm is. De wegen zijn prima fietsbaar en het parcours is licht glooiend. Daardoor zijn er mooie vergezichten te bewonderen.

In Welle kan er in de Klimop, een leuke taverne, iets gedronken worden. Na Welle komen we terug aan de Wellemeersen (na eerst nog eens een spoorweg gekruisd te hebben). Nog even door Erembodegem, ons geliefd dorp, en daar zijn we terug aan de Dender. Hier verlaten we de route en peddelen naar huis. Deze route is ideaal om te fietsen als je maar weinig tijd hebt. Het jaagpad naast de Dender wordt het ganse jaar door druk bereden maar op de rest van de route was het beduidend minder druk. Het is niet meteen de meest boeiende fietstocht, in dezelfde streek zijn zowel de Boerekrijgroute als de Groene koepel van een ander kaliber.6.5/10
Cadzand-Breskens-Vlissingen Valkenisseroute en terug
De zomervakantie zit er weer op, voor de scholieren dan toch. Wij hebben nog 14 dagen verlof en hopen toch op wat beter weer. De brede opklaringen doen ons naar zee trekken met bestemming Nieuwpoort (onze favoriete badstad). Doch het bericht over een ongeval en de daarbij horende file doet ons uitwijken naar Cadzand.Na een lekkere appelbol (in het Noordzee hotel) nemen we het fietspad op de duinentoppen dat ons naar Breskens brengt.
Om 13u50 nemen we daar de overzetboot naar Vlissingen.

Langs de kust komen we op de Valkenisse route. Deze route gaat veelal over fietspaden die door de polders lopen, enkele mooie Zeeuwse dorpjes doorkruisen en ons terug naar Vlissingen brengen door de bosjes onderaan de duinen.
Afwisselend en afgezien van de wind niet zwaar. Aangekomen in Vlissingen nemen we om 18u50 de boot terug. De laatste 15 km naar Cadzand gaan ietwat langzamer daar we toen toch al 65 km achter de rug hadden.


