Op verplaatsing de Kanaalroute (tussen Vilvoorde en Zemst)

zondag 26 juli 2009


Hoogzomer en dit weekend vrij.  Zaterdag hebben we wat in de tuin gewerkt maar zondag wordt een fietsdag.  Mede om de files ’s avonds te vermijden besluiten we om nog eens naar Vlaams brabant af te zakken. Na ons licht bij “Tour de Frans” en “Dj!no” te hebben opgestoken kiezen we om de kanaalroute te fietsen.  Diezelfde files zijn ook de reden dat we om 11u Grimbergen binnenrijden en een parkeerplaats zoeken. Enerzijds is 11u vrij vroeg en is de kans groot dat we voor de terugtocht van de toeristen klaar zijn. Anderzijds is, terugkeren naar Erembodegem, via binnenbanen goed mogelijk vanuit Grimbergen.

In Grimbergen heerst er, door de markt die er zondagmorgen plaats heeft, een gezellige drukte.

Het mooie centrum kan ons onmiddellijk bekoren.

Moeder met kind. Zou vader in de lucht hangen?

We worstelen ons tussen de kramen en kooplustigen en verlaten langs de abdijmuren het dorpscentrum.

Aangespoord door de majestueuze toegangspoort nemen we toch een kijkje op de binnenkoer van deze bekende Norbertijnenabdij.

We volgen de Maalbeek die ons naar de Liermolen brengt.

Meteen zijn we ook in het Mot. Dit museum voor oudere technieken vindt onder meer in deze molengebouwen  zijn stek. Ook is er een leuk terrasje waar er iets kan genuttigd worden. Spijtig we zijn nog maar pas gestart en het is wat snel om de riem er al af te leggen.

Wat verder, 10 minuten fietsen misschien, komen we weer een watermolen tegen. Ook hier heeft het mot zich genesteld. Ook hier een terrasje, waaraan we opnieuw weerstaan. Ze gaan dat toch niet teveel meer moeten doen of we steken onze benen onder tafel. Boven zou nog eens een zicht zijn.

Er zouden in deze streek meerdere kastelen zijn, deze poort lijkt het te bevestigen.  Maar het bijbehorend kasteel heb ik tot nu toe nog niet kunnen vinden.

Een ietse pietsje later hebben we de ruggegraat van deze tocht bereikt. Juist voorbij de “Verbrande Brug” draaien we het jaagpad op dat over de oever van Willebroekse vaart loopt.

Hier en daar dient de oever al eens ondersteunt.

Voorbij Humbeek wordt er van oever gewisseld en bij het naderen van Kapelle-op-den-Bos krijgt dit kanaal Brussel-Ruppel grootse allures. Met die grote propellers lijkt het klaar om op te stijgen.

Deze visser blijft met beide voeten op grond. Het is toch geen polsstokspringer zeker?

We bereiken Kapelle-op-den-bos niet, even voordien verlaten we het kanaal en zoeken de velden op.

In de Hombeekseweg maken we kennis met deze vreemde vogel die er blijkbaar dagelijks langs komt.

Deze kunstige wat bizarre pop maakt in “Hoeve Ten Bossche” reclame voor het hoeve-ijs dat ter plaatse te koop is. Wij laten ons verleiden en likken al snel aan een lekker “corneeke” roomijs.

Leuk stel.

Is ’t jullie ook al opgevallen dat de runderen voorzien worden van labels aan hun oren? Dit al van jongsaf aan.

Op de hoek van de Larestraat met … juist ja de Kapellestraat. Daar hebt ge ook geen GPS voor nodig.

Werkelijk verbazend zoveel groen, zo landelijk en dit zo dicht bij onze hoofdstad.

Op de hoek van de Singelweg met de…Singelweg, geef terug die GPS!!!

Zo zien er de hagen uit in de Kluisweg.

In Eppegem zijn we, ondanks onze Garmin, even het spoor bijster. Daardoor passeren we dit mooie dorpskerkje.

Garmin, leidt ons terug naar de route die ons langs de Zenne voert. Ik als geboren Hallenaar herken ze onmiddellijk. Inderdaad bij warm weer trotseerden we in Halle hetzelfde geurtje.

Voor we het centrum van Vilvoorde bereiken, doorkruisen we wat troostelozere wijken zoals de “far-west”.  Het centrum heeft dan weer iets, de Troostbasiliek en klooster.

Refereren deze machine-onderdelen naar het industriële verleden van Vilvoorde.

Christo was here!!!

Stadhuis, Christo was not here.

Onze-Lieve-Vrouw van Goede hoop. Ook van Christo gespaard gebleven.

We verlaten Vilvoorde-city langs of liever over de “verbrande brug”. Inderdaad geen Chr….

Wie reed er al niet eens over deze mastodont?

Wie roeide er al eens onder?

Een orgelpunt in deze tocht is de passage door het park “de drie fonteinen” Aan de vijver stoppen we even om iets te bikken.

Prachtige ietwat stijve tuin, zoals een oranjerie betaamt.

Al wat minder deftig, maar toch nog wat reserves.

Nog even door het Tangebeekbos.

Het venijn zit in de staart, juist voor het einde wordt er ons nog een kuitenbijter voorgeschoteld. Deze brengt ons op een hogergelegen plateau. Met mooie vergezichten als beloning.

De Chinese toren.

De VRT-Toren

En een prachtig kijk vanuit de velden op de mooie abdijkerk.

Nu gaat het razendsnel naar beneden, alleen dit kapelletje dat iets bourgeois heeft, kan ons afremmen.

Terug “from where we started” stappen we af en volgen het voorbeeld van Frans , we genieten van een koele Grimbergen. Mooie afwisselende tocht achter de rug.  De teller staat op zo’n 42.6 km, op één fikse klim na vrijwel vlak en dus haast door iedereen te fietsen. De combinatie van het landelijke met het voorstedelijke schept een leuke cocktail die een stevige 8/10 van ons krijgt.

Enkele interessante links:

Tour de Frans

Dj!no

Vlaanderen-Fietsland

Op verplaatsing de Gulden Eiroute (rondom Kruishoutem)

Dinsdag 21 juli 2009 (nationale feestdag)

Al een paar weken liggen we stil, druk op het werk en de laatste week hadden we een logé. Jack de franse buldog van ons Charlie en haar vriend Kevin verbleef zo’n 10 dagen bij ons.  Vandaag zijn we allebei vrij. De kust lonkt, maar het gezond verstand doet ons uitkijken naar een tocht wat dichterbij.  Via Dj!no en deleukefietser vinden we de gulden Eiroute. Deze ontplooit zich voorbij Deinze rondom Kruishoutem.

Wat voor 12u rijden we onder een openbrekende hemel het marktplein van Kruishoutem op. In de schaduw van de Sint-Eligiuskerk laden we onze fietsen af.

Al snel ligt de dorpskom achter ons en bevinden we ons in de velden. Daar delen we het pad met nog anderen…

Wat verder staan deze jonge bende grasvreters.

Aan de overkant, wat verzonken achter de groene velden, lonkt het dorpje Wannegem.

Door een licht glooiend landschap fietsen we naar Nokere.

Eventjes duiken we een veldweggeltje in om de mooie Sint Ursmaruskerk te kieken. Ietwat vreemde naam voor een heilige. Tja met zo’n naam is het beter wat deemoedig te zijn.

Eerder wat over- dan deemoedig vervolgen we onze tocht naar Nokere-dorp. Prachtig centrum, met zijn witte huizen doet het wat aan Thorn denken.

Deze tocht boeit ons met…

…achter groen verscholen landhuisjes,

prachtige landschappen.

keuterboerderijtjes,

ietwat belegen schuurtjes.

devote kapelletjes, heeft dit exemplaar ezelsoren?

Dan verrast ie ons met een statig, alles behalve deemoedig, kasteel.

Met park, vijver kortom met alles erop en eraan. Kasteel Casier.

Prachtige omgeving.

Ook wat verder is het aantrekkelijk.

We genieten met volle teugen.

Inmiddels hebben we Nokere verlaten.

Een sober kapelletje.

Dichtbevolkt, rommelig duivenhok. Lijkt me niet zo leuk voor deze gevleugelde koeriers.

Terwijl het flink omhoog gaat richting terug naar Kruishoutem merken we deze koe die zich koestert in de schaduw van deze stevige boom.

Dit vreemd bord doet ons even stoppen. Is dit een exclusief schoenmerk? Wie zal het zeggen?

Onze tocht flirt nu met de E17. Dit dafje, ondanks de hoge ouderdom, nog in goede staat.

Deze hangar kan  daarentegen een flinke opknapbeurt gebruiken.

Een eierworp verder in de spondenmakersstraat staat wat verdoken onder het bladerdek dit sober kunstwerk.

Wat minder kunstig, zonder grote K laat ons zeggen. Toch leuk.

We naderen de buitenwijken van Kruishoutem en weer klimt het stevig. Tijdens deze inspanning fietsen we voorbij het Hof van Cleve. Gastronomie met grote G. Gelukkig voor onze portefeuille(met kleine p) is de Nationale feestdag aanleiding voor een sluitingsdag.

Niet dit kapelletje , maar wel de zitbank erbij doet ons in de remmen knijpen. Ons maag laat zich al een tijdje horen en we besluiten hier een gastronomische stop (met piepkleine g) in te lassen.

Tijdens het verorberen van onze koeken valt mijn oog plots op deze constructie. Een uitkijktoren die dient uiteraard beklommen.

Eens boven hebben we een mooi uitzicht. Spijtig zijn er niet zo direct herkenbare punten aan den einder.

Dan maar het maïsveld van bovenaf gekiekt.

Als we dan toch bezig zijn….

We verwijderen ons nu van de E17 om over…

…Marolle…

…met wat vreemde runderen (Galloway’s)

Nog kalf en al vrij frank.

Langs en door de Lozerse bossen…

Mooie kerk “Onze-Lieve-Vrouw  van Bijstand” in Lozer.

Het kasteel Della Faille heeft zich achter de bomen teruggetrokken. Dus neem ik maar deze grote houtschuur op de korrel.

Nu komt het dorpje Huise in ’t vizier.

Huise is een lieflijk dorpje met een mooie dorpskern, maar…

…moet het toch afleggen tegen Mullem met zijn schitterende gele huizen.

Verdient een bloempje.

Sint-Hilariuskerk, uitzonderlijk niet in het geel.

Ineens gaat het snel, er verschijnen dreigende wolken.

We steken een tandje bij en spoeden ons naar Wannegem-Lede.

Kieken snel de Sint-Machutuskerk (weer zo’n vreemde naam mijn spellingchecker bijt er zijn tanden op stuk) in Wannegem.

De Schietsjampettermolen (spellingchecker nog niet bekomen en nu weer deze naam) onder een dreigende lucht.

Inmiddels is het al flink beginnen druppelen. We zijn nog slechts op een flinke eierworp van Kruishoutem. Even een laatste hoeve vastleggen en op “een ik en een gij” zijn we terug aan ons A-ken. Al eindigt deze fietstocht wat in mineur ze bezorgde ons toch veel fietsplezier.  Enkele keren waren we echt verrast. De bewegwijzering is volledig en bij droog weer(minder in de winter of bij dagenlang regenen) makkelijk te fietsen. De hellingen zijn een paar keer stevig maar door de gemiddelde fietser toch te overwinnen. Nog eens een 9/10 de Vlaamse Ardennen mogen zich toch bij de mooiste streken om te fietsen van ons landje rekenen.

Enkele interessante links:

De leuke fietser

Dj!no

Van De Panne naar Nieuwpoort. (Beaufort03 deel 1)

Woensdag 24 juni 2009.


Beaufort03 de derde uitgave van de drie-jaarlijkse kunstmanifestatie aan onze kust. Op verschillende locaties langs de Belgische kust zijn er kunstwerken neergezet. Ook zijn er verschillende tentoonstellingen.  Maar wij houden ons, in het kader van deze fietsblog, aan het buitengedeelte “beaufort03-outside. Omstreeks 12u rijdt er een A-ken een parking in De Panne op.

Even zigzaggen we door de villawijken op zoek naar het plaatselijk toerismebureau. Wat later stappen we het bewuste bureau binnen en kopen er een cataloog en nemen een brochure mee. Ik vraag naar een fietskaart maar moet het doen met aanwijzingen, hoe het eerste werk te bereiken.

Na opnieuw wat zoeken komen we in de loskaai aan het tramdepot. Aldaar toont Matt MULLICAN zijn “Twin Stations” . Dit kunstwerk omvat 15 gietijzeren platen. Lijken sterk op de deksels die in straten gebruikt worden om ondergrondse elektrische leidingen, telefoonlijnen, waterkranen of andere kelders mee af te dekken.

Ziehier een collage.

Via de Leopoldsesplanade (de kust heeft wat met het koningshuis) trekken we naar het volgende werk.

“Wild Shore Trilogy” van Jaso Meadows (USA). Een kiosk, tuinprieeltjes of misschien een carrousel, het doet er niet toe…

Langs de kust tegen een sterke wind in (beaufort verplicht tot iets) stampen we voort.

Zo vlak voor de start van het hoogseizoen is het nog beklemmend kalm.

Maar wees gerust men is er klaar voor.

De Tweezame loper“?

We dienen op onze stappen (of fietstrappen) terug te keren. Dit frietkot, dat opgaat in de kleurrijke omgeving van terrasjes en ijskreemkarretjes en diens meer, blijkt ook deel uit te maken van de tentoonstelling. Binnenin staat er een groot videoscherm, waar helaas door technische problemen, niets op te zien is. Geen storing of interludium, nee niks. “Onderweg” is van de hand van Marijke Van Warmerdam (NL).

In de Ankerweg is er ook een vrij monumentaal kunstwerk waarvan hier een, naar mijn mening, leuk detail.

Langzaam trekt het verlof zich op gang.

The noble art of selfdefence

In het cultuurhuis “Scharbiellie” loopt er naar aanleiding van beaufort03 een fototentoonstelling van Alberto Piovano.

Spijtig genoeg is buiten het hoogseizoen (dus tot volgende week woensdag) dit cultuurhuis slechts zaterdag en zondag geopend. Dus kan ik slechts deze van buiten genomen foto’s tonen.

We verlaten nu De panne en volgen de kustfietsroute tot even voor Sint Idesbald waar we opnieuw afdraaien richting kust. Voor de knooppunters richting punt 65.

Hier trotseert “Never good enough” van Evan Holloway (USA) dapper de stevige zeebries.

Hierna keren we terug landinwaarts alwaar we op leuke gebouwen stuiten.

Even voor de Zuid-Abdijmolen stoppen we voor het volgend oeuvre.

Nee niet dit windmolen-karkas te zien in het prachtig Abdijmuseum “Ten Duinen” (dit museum is echt de moeite waard en kan de hele familie boeien)

Maar “het Zwaartekrachtmuseum”

…van Krijn De Koning (NL).

Nog even dit dansend koppel gekiekt en weg zijn wij.

We volgen nog steeds de kustroute, maar ook het knooppuntennetwerk kan  een leidraad vormen. Van knooppunt 65 gaat het naar 66. Ondertussen trekken we  door het natuurreservaat de doornpanne.

Een  omheining, eerder symbolisch?

Eventjes wanen we ons in de provence.

Onder deze poort gaat het naar het visserijmuseum in Oost-Duinkerke.

Tijd voor een terrasje. De Peerdevisser.

Na een stevige dronk nemen we de draad weer op. Of men volgt de pijlen van de kustroute of de aanwijzingen naar knooppunt 82. Meestal rusten ze op dezelfde paal of muur.  Na het Hannecartbos bij het kruisen van de Kinderlaan dient deze laatste gevolgd tot aan het strand van Nieuwpoort. Daar staat “youtheater.net” Van Tim Segers op ons te wachten

Achter een ijzeren plaat is er een camera geplaatst, als men op de knop eronder drukt wordt men gefilmd. Veerle doet dit dan ook. Of er een filmpje gemaakt is kan je achter deze link zien. Ceci n’est pas un lien

Op het strand en vooral in de lucht heerst er  een drukte van je welste.

Ook op het water valt er wat te beleven

Zowat ter hoogte van de Henegouwenstraat staat “Holiday in Melsbroek” van Sven ’t Jolle (BE). Het is duidelijk dat hier het centrum voor uitgeprocedeerden in Melsbroek op de korrel wordt genomen. Kunst als drukkingsmiddel.

Nog een overblijfsel van beaufort02 de vorige editie. “Searching for Utopia” van Jan Fabre. Ik heb dit werk al een paar keer gezien, maar het blijft me toch beroeren.

Hopelijk niet vergeten! Anders zal er vanavond ééntje een goede uitleg moeten klaar hebben.

Inmiddels zijn we de monding van de Ijzer genaderd. Door de sterke wind vaart de overzetboot niet uit. We moeten dus inzoomen om het laatste werk, tentoongesteld in Nieuwpoort ,vast te leggen. “Gaalgui” van Philip Aguirre Y Otegui. Hij zou zich laten inspireren hebben door Senegalese  vissersboten. Meteen het laatste kunstwerk van beaufort03 voor deze fietstocht. We plannen de beaufort03 in 3 tochten.

We nemen jullie nu mee naar Nieuwpoort-stad en Veurne om zo terug naar De Panne te fietsen. Eerst knooppunt 82 en daarna 67 volgen

Als we onderweg een kunstwerk voorbijfietsen zullen we het zeker fotograferen. Nog steeds langs den Ijzer deze ‘golven’ van Roland Patyn.

Evenals dit werk dat aan een bootromp doet denken.

De laatste jaren heeft Nieuwpoort kosten noch moeite gespaard om zowel de dijk, het centrum als de weg naar de jachthaven te vernieuwen. En als je het mij vraagt met succes. Zo is deze uitkijktoren haast een kunstwerk. Grote klasse.

De autovrije weg wordt druk bereden door fietsers.

Weer worden we vergast op een prachtig kunstwerk. De poolreiziger van Freddy Cappon.

Bij het naderen van de vismijn pronkt deze lichtboei die de zee voor het vasteland ruilde.

Juist voorbij de vismijn krijgen we het gevoel opnieuw in Bordeaux te zijn aanbeland. Daar zagen we aan de kaaien langs de Gironde ook water uit de grond omhoogspuiten en een nevel vormen.

Met zicht op het Belfort en de stadshallen is het zalig genieten van een heerlijke trappist.

Aan de beiaardtoren ontdek ik dit mooi borstbeeld van Karel Romaan Berquin. Een plaatselijke historicus.

Door het volgen van het knooppuntennetwerk  punten 9-8-7 komen we aan de oude Veurnevaart, die we richting Veurne volgen. Punten 5-6

Hier kan Veerle haar hartje uitleven

We vervolgen onze weg langs het jaagpad.

en Veerle zij fotografeerde voort….

In Wulpen staat er een fietscafé: “Wielrijdersrust-Het dorstige hart“. Mooie doening en dat zweempje ironie, ’t moet er bij momenten leuk  aan toe gaan. Rare jongens die fietsers.


Ondanks de schapen die vrij over het jaagpad lopen schieten we snel op. Aan den einder doemt Veurne al op. Maar eerst wat boerderijen.

Nummer 1 juist aan de overkant.

Wat verder weg, wat sjieker.

Terug aan onze kant.

Omstreeks 18u15 rijden we Veurne binnen.  Knooppunt 68. Tijd om eens lekker te eten. Het aspergeseizoen is volop bezig we aarzelen niet lang en doen ons tegoed aan 2 lekkere aspergegerechten.Ikzelf kies à la flamande en Veerle lust haar asperges liefst met zalm, garnaaltjes. Smullen….

Na het eten nemen we opnieuw de draad met de kustroute op. (of knooppunten 2-1)Juist bij het verlaten van Veurne dit kapelletje.

We zoeken opnieuw de vaart op  en fietsen verder naar Adinkerke en vandaar naar De Panne

Meer en meer duiken er in het verkeer ronde punten op. En alsmaar meer worden ze versiert. Of deze strandwagen onder de noemer kunst valt laat ik in het midden.

Deze beelden beantwoorden al wat meer aan de noemer.

Wordt hier het verlof met de ganse familie uitgebeeld?

Wie zal het zeggen?

Van het rond punt zijn we op een wip terug in het centrum van de Panne.  Daarmee zit ons eerste bezoek aan beaufort03 erop. We hebben er veel van genoten. Kunst in een geweldig kader. De kustroute is reuze om te volgen. Ik kan iedereen die cultuur met een sportieve inspanning wil combineren beaufort03 aanraden. Ik kijk al volop uit naar het volgende gedeelte.

De Molenbeekroute (Herzele, Erpe-Mere, Haaltert)

Zaterdag 13 juni 2009.

Weer al drie weken thuis. Op het werk is het heel druk, ik kan me weinig vrijmaken. Maar zaterdag wordt er mooi weer voorspeld.  Ik speur op internet naar een mooie tocht dichtbij. Bij “Djino” vind ik de Molenbeekroute. Zo’n 10 jaar geleden fietsten we al eens deze tocht. Gelieve deze  molenbeekroute niet te verwarren met de route die we begin vorig jaar aflegden rond Steendonk. Ik kom omstreeks 12u thuis. Na het middagmaal ga ik even rusten (ben al op van voor 5u). Het is dan ook rond 14u30 als we de tocht aanvatten.

We fietsen naar Haaltert alwaar we ter hoogte van het warandepark de route aansnijden.

Snel even deze parkbezoekers kieken en weg zijn wij.

We volgen de wegwijzers en onze garmin, die ons over de stationsstraat (een drukke steenweg)brengt. Wat verder dit mooi kapelletje en achterliggend kerkhof. Er liggen hier ook slachtoffers(van het gemene best) tijdens de tweede wereldoorlog.

Zowat halfweg tussen Haaltert en Denderhoutem stuiten we op deze tuin-indiaan. Zijn blik laat niets goed vermoeden. ’t Is eens wat anders altijd die onnozel contente kabouters.

We fietsen niet door tot Denderhoutem maar slagen rechtsaf den “Daai” in. Aldaar dit lieflijk tafereel.

Nog steeds fietsend over den Daai.

Kapelletje bij het verlaten van de velden te Stichelen.

Stichelen lijkt een klein gehucht te zijn. Algauw duiken we weer de velden in.

Nu krijgt de route toch een heel idyllisch tintje. Winkelveld

In de boekentstraat even deze vrolijke noot. Lijkt zo weggelopen uit een verhaal van Suske en Wiske.

Opnieuw dompelen we ons in het landelijke, tussen Heldergem en Kerksken (Haaltert) ligt dit prachtig natuurgebied Den Dotter..

Zicht op Heldergem.

De velden onderbroken met bomenrijen, wat kan een fietsershart meer bekoren.

Bakhuis opgericht door de buurtgemeenschap Gotegem in 1999.

Even binnenloeren.

In Aaigem bevinden we ons ineens op bekend terrein.

De lente loopt op haar laatste benen en de jeugd doet zijn intrede op de velden.

En inderdaad de ons zo vertrouwde Volckaerthoeve duikt op achter één van de vele bochten die deze tocht rijk is. Er wacht ons wat treurig nieuws. De Volckaerthoeve staat over te nemen. In afwachting is ze slechts zaterdag en woensdag open.

Ik ga nog eens achteraan kijken.

De hooischuur als zowel de hooiwagen lijken goedgevuld. Even smullen van lekkere zelfgemaakte ijskreem en weer op weg. Hopelijk blijft de Volckaerthoeve en vooral haar activiteiten  bestaan. Het zou zonde zijn.

Ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. Ik val op de kleuren, heeft iets zuiderlijks.

Nu fietsen we naar het centrum van Aaigem.

Even binnenloeren… Van Aaigem gaat het met een wijde bocht naar Woubrechtegem.

Gloednieuwe, stevige villa. Crisis, what a crisis?

Koeien moeten naar de stal om gemolken te worden.

Lagergelegen boerderij, de machtige vergezichten rijgen zich hier aaneen.

Woubrechtegem.

We zijn nu op een boogscheut van Herzele. Bij het binnenrijden deze “molen te Rullegem” die flink onder handen wordt genomen.

Het schepenhuis in Herzele.

De ruïne van wat ooit een trots burcht was. Tot hier de rondrit Herzele.

We vervolgen onze weg opnieuw langs een veldbaantje dat ons naar…

…Ressegem brengt.

Burst is de volgende halte op onze rit.

Deze mooie klok, ontdaan van kerktoren, op een paar stevig spoorbils. Bambrugge

De Sint-Martinuskerk nog altijd in Bambrugge.

We naderen de E40 met aan de overkant Vlekkem. Ook hier dat glooiende dat voor mooie beelden zorgt.

De sopeter in Vlekkem

Inmiddels peddelen we richting Erpe-Mere. Wat voor Ottergem zien we een kudde koeien die in het veld gemelkt worden.

Na Erpe-Mere duiken we langs de Oudenaardse baan de E40 onder. In Mere toeven we wat langs de molenbeek . Haar oevers zijn juist opnieuw mooi aangelegd.

Nog even een fikse klim naar de Gotegemstraat. Daarna is het uitbollen terug naar Haaltert. Vandaar keren we terug naar huis. Het is zo’n 20u15 als we daar aankomen. De Molenbeekroute is een leuke herontdekking. 42 km is niet te lang maar levert toch genoeg verassend mooie momenten. Zonde dat we deze aantrekkelijke tocht, die we van huis uit kunnen fietsen, zo lang links laten liggen hebben.  8.5/10 verdient ze zeker.  Samen met M-route en de Patersroute is het een aanrader om de prachtige streek , die de Vlaamse ardennen is, te verkennen. Zeker doen!!!

Interessante links:

Vlaanderen-fietsland

Dj!no

De leuke fietser

Van Pontedera naar Pisa en terug (Verlof Toscane mei 2009)

Zondag 17 mei 2009

Ons verlof in Toscane is inmiddels weer al 2 weken oud. Onder een stralende zon bij zalige temperaturen genieten we volop. We lezen een boek en brengen een bezoek aan de nabijgelegen dorpjes.  Convalle plakt als het ware aan de bergwand achter onze Casa. Een stevige klim bracht ons ter plekke.

Het dorpje is een aaneenschakeling van huisjes trapjes en steegjes.

Een uitstap naar San Gimingani voerde ons naar het meer glooiende Toscane.

Wat een prachtige skyline hier.

Op dinsdagavond trokken we nog eens naar Lucca. In mei wordt Lucca veel minder aangedaan door de toeristen en is het er  zeer ontspannen kuieren.

Castel Nuovo di Carfagnana is ook een ongelooflijk mooi dorpje neergepoot op een bergwand.

s’Avonds ziet het er zo uit. We ontspannen ons maar het begint toch te kriebelen. Op de kaart zie ik dat het langs de oevers van de Arno tussen Pontedera en Pisa vlak is. Ik zie er verschillende dorpjes. Dit alles doet ons besluiten met de fietsen op het dak naar Pontedera te rijden.

Het is zowat 12u s’middags als we Pontedera binnenrijden. Pontedera is een wat grotere gemeente met een commercieel centrum.

De hoofdzetel van Piaggio is hier gevestigd ik heb er dan ook meteen een boontje voor.

Na wat rondrijden komen we vrij snel bij de Arno. De Arno is (of was)  een gevaarlijke rivier die nogal eens buiten haar oevers trad.  Het lijkt erop dat men de rivierbedding aan het verbreden is.

De Via del Tiglio voert ons landinwaarts.

De Via del Tiglio wordt ondanks het middaguur op een zondag vrij druk bereden. We verkiezen dan om een landweggetje in te slaan.

In tegenstelling is de Arno bij het naderen van Calcinaia een wijde impressionant stroom.

In Calcinaia is er feest. Een soort jaarmarkt of braderie.

Met veel kleur zoals het in Italië past.

Bevlagde straten.

We verlaten Calcinaia langs de Via Vicarese. Er rijden ons weinig auto’s voorbij en de lommerd van de hoge kruinen is welgekomen.

We naderen opnieuw de Arno, met enkele verlaten fabrieksgebouwen.

Aan de overkant op de oever lijkt het een leuke bedoening.

De Arno is hier haast onbevaarbaar.

We verkiezen de Arno nog niet over te steken en keren terug naar de Via Vicarese. Toch ook deze weg begint na een tijd te vervelen en dus zoeken we de kleine straatjes op, die door kleine dorpjes lopen.

Mooi verweerde torens zie je hier alom

Overbrugde steegjes in een buitenwijk van Cascina. Laat ons hopen voor het Mariabeeldje dat er hier nooit een mastodont van meer den 2 meter tracht door te rijden.

We fietsen opnieuw langs de Via Vicarese maar even voor het gehucht Noce slagen we af en fietsen door de velden.

Doch we snijden juist op tijd deze provincieweg weer aan om op dit mooi kerkje te stuiten. Dit bij het binnenrijden van Uliveto Terme.

En dan ineens zomaar neergepoot naast de rijbaan (gelukkig maar) deze knots van een rotsblok.

Fiat bestelwagentje, nog met de motor achterin, doet me aan mijn “nonkel Omer” denken die met zo’n Fiatje zijn klanten bediende. Dit zo’n 40 jaar geleden. Dit exemplaar lijkt haast nieuw.

In Uliveto Terme verlaten we definitief de “Via Provinciale” en onze route nestelt zich weer wat dichter bij de Arno. Dat deze laatste soms wild tekeer kan gaan blijkt uit de hoge dijk. Deze dijk leent zich ook als rustplaats waar we een kleine hap binnenspelen, ons nog eens flink insmeren tegen de brandende zon en waar we vooral…

…genieten van dit prachtig zicht.

Het is onze betrachting de Arno in zijn loop te volgen en daarbij drukke verkeerswegen te vermijden, dan laat je deze veldbaan niet liggen.

Tiens, zelfde torentje andere hoek.

Opnieuw fietsen we voorbij een piepklein dorpje ik gok op Gabella, maar het kan ook Galci of Campo zijn.

De Arno-delta leent zich voor land -en tuinbouw, hier de teelt van asperges.

Typisch beeld hier in de streek.

Aspergeteelt is intensief en kan zich in dit seizoen geen zondagsrust veroorloven. Cipressen zijn zowat de eenzaaten onder de bomen. Je moet al goed zoeken om er twee in een straal van 500 meter te vinden.

In Campo rijden we een fiets- wandelpad op dat over de rug van de dijken, die de Arno in haar wilde dagen moet bedwingen, naar Pisa leidt.

Dit pad is aangelegd met subsidies van de Europese unie.

In een schilderachtige omgeving meandert het ons met de Arno mee naar Pisa.

Aan de overkant San Lorenzo Alle Corti mmmm….smaak die klinkers.

Alsof we nog een duwtje nodig hebben om ons in de provence te voelen?

Erepodium?

Ze hebben hier toch iets met torens. Al zijn de dorpjes klein…Mezzana.

Het pad brengt ons naar de buitenwijken van Pisa, een taverne met speeltuin laat er geen twijfel over bestaan tourism is back.

Wat verder zijn we getuige van het volgend ridderspel.

Langs de stadswallen fietsen we verder naar het centrum.

Reclame voor de komende 54ste “Regatta delle Antiche Repubbliche  Marinare” wie er thuis nog een sloep liggen heeft… Luchtmatrassen zijn van deelname uitgesloten.

Op  Piazza San Gibraldi (zowat de locale d’Artagnan) smullen we van een lekkere gelatta alvorens de terugtocht aan te vatten. Ik  bespaar jullie nu de eerste kilometers van de terugtocht. Scrol wat terug en ja dat is het, de eerste kilometers leiden ons langs de heenweg terug.

Ik neem, samen met jullie mag ik hopen, de draad weer op aan de overkant van de Arno. Het heeft nogal wat aarde in de voeten gehad om eens buiten Pisa de Arno over te steken. Ik bespaar jullie de op- en afritten van pseudo-autowegen en de vrees voor het vege lijf. Maar heb het liever over dit borstbeeld ingekapseld in een banale gevel in Oratoio.

Wat verder stuiten we op een speciaal gehucht. Grote gebouwen vormen een vierkant rond de dorpskern. We trachten door te dringen naar het centrum maar dit lukt niet al te best. Dus het beste wat ik in petto heb is …

Driewielers worden ze dan nooit volwassen?

Tiens, zelfde kerk andere hoek, San Lorenzo Alle Corti mmmm….smaak die klinkers…

Inmiddels volgen we de “via di mezzo nord” bij het naderen van San Casciano zien we deze rijhuisjes.

Blijken speciale huisjes te zijn. Alleszins blijken er geen burenruzies plaats te hebben.

Er zijn veel steengroeves in de streek

Prachtige hoeve mooie bloemen.

Ook hier worden er asperges geteelt.

We peddelen lustig verder en voorbij San Frediano a Settimo keren we terug naar de dijk om op z’n rug voort te fietsen. Ook hier is met steun van de Europese Unie een fietspad aangelegd. Heerlijk fietsen!!!!

Modern gebouw ter hoogte van Marciana.

Nog steeds op het kiezelwegje inmiddels al voorbij Cascina.

Nog eens het pad.

Nog een kerk in een buitenwijk van Cascina.

.

Gezellige drukte in de volkstuintjes

Immer door de velden.

Al eens door of langs bosjes.

Steeds genietend van het prachtig landschap.

Onder een brug wiens glorietijd al een tijdje voorbij is. Wat ook haast voorbij is, is onze tocht. We verlaten het pad en via drukke verkeerswegen rijden we het laatste stuk naar Pontedera.

Hier eindigt een prachtige fietstocht. Toscane heeft prachtige steden maar ook het landelijke bekoort ons. Het fietspad op de dijkrug is echt de max en wie in de streek is en daarbij beschikking heeft over een fiets moet eens naar hier afzakken.

Na deze tocht rest er ons nog een week in dit prachtige Toscane. De fietsen blijven op stal en dus is dit het laatse verslag van onze fietsavonturen hier. We komen zeker terug……

Van Viareggio naar de monding van de Serchio (Verlof Toscane mei 2009)

Maandag 11 mei 2009.

Gisteren Moederkesdag, dat hebben we ’s avonds gevierd met een lekkere pizza in de pizeria zo’ 300m van onze casa. Inmiddels zijn we al meer dan een week in het mooie Toscane. Onder een stralende zon brachten we een bezoek aan Lucca een lief stadje waar het leuk kuieren is.

Pisa verraste ons met meer aan te bieden dan de wereldberoemde toren.

Vandaag hebben we weer zin in een flinke fietstocht. Viareggio is een kust- of havenstadje aan de Tyrreense zee. Iets voor 10u staan de fietsen op het dak van ons A-ken. De tocht naar Viareggio leidt dwars door de Alpi Apuane. Eerst klimmen we tot zo’n 600 meter hoogte waarna een lange gevaarlijke afdaling richting kust volgt.  Het is dan ook middag als we in Viareggio aankomen.

Snel fietsen we naar het strand.

Wat verder kruisen we een kanaaltje dat naar de haven leidt.

De visvangst wordt gekuist op een gemoedelijke wijze.

Een allegaartje van vissersboten en plezierjachten.

In Viareggio zijn er een paar scheepswerven gespecialiseerd in luxejachten. Wat we hier voorgeschoteld krijgen grenst aan het ongelooflijke. Zowat alle rijken op onze aardbol komen hier hun vaartuigen ophalen.

Zie je wat ik bedoel. Het is misschien op deze foto niet direct te zien, maar onder de opstaande klep staat nog een motorboot.

We verlaten de haven en Viareggio en zetten onze weg voort langs grotendeels verlaten stranden. Het hoogseizoen moet er nog aankomen.

Voorbij de stranden trekken we het Parco di Migliarino-San Rossore-Massaciucoli (vraagt mij niet dit uit te spreken maar een italiaan doet dit in een fractie van een seconde).

Dit park of natuurgebied doet me veel aan de côte sauvage in Charente Maritime denken. Als je hier klikt kan je dat verslag nog eens lezen.

De natuur heeft er zijn gang mogen gaan wat voor nogal vreemde kronkels zorgt. Deze bomen staan in een wat moerassig gebied. Er zijn dan ook zeer veel muggen en voortdurend moeten we deze pestkoppen van onze benen en armen slaan.

Bij het kruisen van de “Viale John Fitzergerald Kennedy” verlaten we het bos en peddelen verder door de duinen. Meteen zijn we ook verlost van de bloeddorstige langpoten.

Een eerste kanaaltje kruist onze weg.

In de verte de hoofdleveranciers van het water dat hier naar de Tyrreense Zee loopt.

Het fietspad dat we nu al geruime tijd volgen brengt ons naar de stranden van de Tyrreense zee.

De stranden zijn er vrij wild, het ligt er vol met takken en boomstammen of -stronken. Vanwaar zijn die aangespoeld?

Al dat houtafval weert de klassieke toerist maar voor vissers is dit een paradijs.

Bij zo’n 27° aan een Tyrreens strand met zicht op eeuwige sneeuw.

Inmiddels zijn we aan de monding van de Serchio beland. Ook hier is het aangenaam vissen.

Ode aan een lekkere vissoort?

We volgen nu het grindpad langs de Serchio.

Een berkenbosje.

Brugje over zijbeek van de serchio.

Nog eens van wat verder en wat schoon volk.

Rond de beek vliegen er ook talloze muggen en is het slecht toeven. We zetten onze tocht vlug verder en nemen de Via del Mare en peddelen langs velden vol met van deze palmen.

Langs diezelfde Via del Mare een prachtige hoeve.

Er tegenover deze grote zwam.

Nu een grote leemte. Door een vergetelheid heb ik de kaarten van de streek niet in den garmin geladen. Van navigeren is er dus niet veel sprake. Orienteren is dus wat natte vingerwerk. Zodoende komen we op de SS1 terecht. Een drukke verkeersweg waar de mastodonten van trucks je haast van de weg blazen.  Zo missen we het “Lago di Massaciucolli en misschien ook enkele muggenbeten.

Maar tot Torre del lago Puccini volgen we deze troosteloze weg.

Nog even langs de spoorweg…

…en wat later rijden we Viareggio opnieuw binnen.

Veelbelovend begonnen eindigt deze tocht na zo’n 34km wat in mineur. In Viareggio is er niet zo veel meer te bekijken en als snel staan de fietsen op het dak en rijden we terug naar Trebbio. Daar richten we onze schreden naar de plaatselijke pizzeria en het duurt maar één glas bianco of we hebben opnieuw een prima humeur.

Naar de Ponta della Maddalena of de Duivelsbrug (Verlof Toscane mei 2009)

Woensdag 6 mei 2009.

Sinds zaterdag 2 mei vertoeven we in Trebbio. Trebbio is een deelgemeente van Pescaglia. Dit dorpje ligt dan weer zo’n 20 km van Lucca. De eerste dagen gaan we steden zoals Lucca en Pisa bezoeken. Het weer valt zeer mee zowat altijd temperaturen rond de 25°. Vandaag worden voor de eerste keer de giants van stal gehaald. In Borgo a Mozzano staat er een merkwaardige brug. De Ponta della Maddalena, ook de duivelsbrug genoemd, overbrugt er de Serchio.

Het is zowat 10u30 als we starten maar haast onmiddellijk stoppen we in Piegaio; In dit dorpje staat er een groot oud gebouw.

Het is mooi gerenoveerd. Tijdens deze renovatie onderverdeeld in verschillende appartementen. In een bushokje stuiten we op volgende afbeelding.

Ik gok erop dat dit Giacomo Puccini is. Deze bekende componist is van de streek en geregeld duikt zijn naam op. We duiken verder de vallei in. Links omhoog ontwaren we deze toren. Dit moet “Dezza Alte” zijn

Zo’n torens zijn hier in de streek legio.

Een zalig hoekje in Pedogna om van de mooie gezichten te genieten.

Wat verder op weg naar Dezza deze wijnranken langs de baan.

Hier in de streek wordt er geschoffeld, geplant en gegoten dat het een lieve lust is. De streek laat geen grootschalige landbouw toe. Des te meer vind je er overal kleine moestuinjes.

Ook de kleine Piaggiootjes kom je steeds weer tegen in het straatbeeld.

Op weg naar Diecimo, verscholen achter een paar rijen bomen een mooie villa, zowat een haciënda.

Bij het binnenrijden van Diecimo blijkt al snel het nut van de Piaggio-driewielertjes.

Terrasjes op de bergwanden.

De toren, in de typische vorm van de streek, van de Pievi di Santa Maria.

Eén van de kleurrijke, maar o zo smalle steegjes van Diecimo. Zie je de blauwe Piaggio ?

Bloemenwinkel, nog steeds in Diecimo.

De Fiat 500, al vind ik de onlangs uitgebrachte remake wel best geslaagd, niets gaat boven het originele.

Hebben wij hier een ontmoeting met… of een verschijning van… de Heilige Geest?

Na Diecimo verlaten we ons vertrouwde dal, steken de SP 12 een drukke verkeersweg over. Nu rijden we op een kiezelbaantje langs velden van een natuurgebied op de oever van de Serchio. De Arno is ook een rivier hier in de streek. Het is duidelijk dat men bij het naamgeven zich heeft laten inspireren door de voornamen van Vlaamse popartiesten.

Onder deze tent een bloemenwinkel, hadden het tulpen geweest had ik er een Hollander van verdacht wat bij te klussen tijdens zijn verlof.

Borgo a Mozzano meet zich wat meer allures aan.  Straten wat breder en wat grijzer.

Wat devotie in de streek betreft kan ik iedereen geruststellen. Italië en Noord-Toscane in het bijzonder moeten niet onderdoen voor Frankrijk of ons eigenste Vlaanderen. Kerken bij de vleet, kapelletjes achter elke hoek en in elk dorp of gehucht vind je een ijzeren kruis zoals dit hier.

De oorlog heeft ook hier sporen nagelaten, dus oorlogsmonumenten zijn dik gezaaid. Wie hier getriomfeerd heeft blijft een vraag, zeker niet de oorlogsslachtoffers wiens naam op dit monument prijkt.

Dit monument is duidelijk in strijd met de tand des tijds. Na dit monument in mineur naderen we het doel van onze rit.

De brug van de duivel of officieel Ponte della Maddalena. Deze brug gevormd door verschillende bogen is zowat de trekpleister van de streek Carfagnana. Over deze brug gaat er een legende dat de bouwmeester de brug niet klaar kreeg voor de afgesproken tijd. Hij ging bij den duivel ten rade, die hem hielp de brug op één nacht klaar te krijgen. Als toegift kreeg de duivel de ziel van de eerste die de brug overstak. Later kreeg de bouwmeester spijt en ging bij een bisschop om raad. Deze kwam op het idee er eerst een varken over te laten lopen. Dit maakte de duivel zo razend dat deze zich in Serchio stortte en daarna nooit meer in de streek gezien is.

We klimmen over deze, naar mijn mening, mooie brug en fietsen verder. De Serchio is hier een brede mooie rivier, tot nu was ze amper de naam van beek waardig. Maar al gauw blijkt de oorzaak.

In Borg a Mozzano wordt ze door een stuwdam flink getemperd. In middels zijn we weer de Serchio overgestoken en keren noodgedwongen langs dezelfde weg terug. Het is jullie zeker opgevallen dat de Serchio een diepe vallei heeft uitgesneden. Meteen beperkt dit sterk het aantal wegen om een tocht uit te stippelen. Het wordt dus een ticket-retour vandaag.

Deze reusachtige azalea prijkt langs de kant.

Opnieuw kiezen we om de saaie, soms gevaarlijke SP12 te vermijden en peddelen weer door het natuurgebied.

Deze zee van klaprozen vermengd met een wolk witte bloemen tegen een achtergrond van verschillende tinten groen dwingen mij tot deze foto.

Dan volgende ontmoeting, de afwezigheid van koeien, schapen en ander vee is hier frappant. We zijn dan ook zeer verrast als na een flauwe bocht deze kudde ons pad kruist.

De verassing is echter compleet als we wat later de herderin en haar herdershond ontmoeten. Zelden zag ik zoveel karakter in één persoon.

Opnieuw rijden we Diecimo binnen en ontdekken deze geknotte… (lijkt me geen wilg).

Even voor Dezza wordt aan mijn voorliefde voor de piaggio-driewielers voldaan. Nu gaat het flink omhoog. Al onze energie wordt opgeslorpt om de trappers rond te krijgen.

Dit sober kapelletje, zo’n 200 meter van onze “Casa Paola” het huisje dat we huren, luidt voor ons het einde in van een 8km lang klim.

Casa Paola waar we gedurende 3 weken onze stek hebben.

Het is haast 16u als we opnieuw thuis zijn. Flink in het zweet, dus nemen we eerst een verkwikkende douche alvorens van een stevig bord pasta te genieten. Onze eerste fietstocht in deze streek is een meevaller. Deze bergachtige streek Alpi Apuane, verschillend van het glooiend Toscane zoals aangeboden op vakantiebrochures, leent zich niet direct tot recreatief fietsen. Het is eerder een uitdaging voor goed getrainde wielertouristen op vederlichte koersfietsen, die we hier dan ook veel zien voorbijfietsen. Toch hebben we een leuke tocht achter de rug met verassende ontmoetingen in deze ietwat ruwe maar o zo mooie streek.

Op verplaatsing…de Zuunbeekroute

Zondag 12 april 2009. Pasen!

Pasen kondigt zich zonnig aan, na een mooie zaterdag wordt er ons een prettige paaszondag beloofd. s’Namiddags is er echter de jaarlijkse wielerklassieker Parijs-Roubaix. Na de Ronde van Vlaanderen de meest spannende wielerkoers van het voorjaar. Dus kies ik voor de Zuunbeekroute 25km lang, weliswaar glooiend maar toch een tocht die we op enkele uurtjes moeten klaren. Vroeg uit de veren,eventjes eieren rapen en weg zijn wij.

Iets voor 11u fietsen we voorbij de Onze-Lieve-Vrouwkerk in Beert.

Dit statig herenhuis lijkt wat verloren in dit landelijk dorp.

Al snel peddelen we door de velden waar de nevel hardnekkig blijft hangenOndanks de mist, is deze grote vierkantshoeve onze lens niet ontgaan.

Na het kruisen van de Ninoofse steenweg, klaart het wat uit en worden we vergast op deze bouwvallige schuur.

Mooier dan de aftandse schuur is dit zicht op bloesem en wit landhuis.

Wat verder richting Breedhout worden we een eerste maal op kasseien getrakteerd.

Plots verschijnt uit de nevel de 300 meter hoge VRT-toren.

We laten Breedhout links liggen. Lijkt een mooi dorpje.

We vervolgen onze weg. Het jonge groen schiet volop uit de takken en twijgen.

Hof te Wedem in de wedemstraat

Prachtig dreef die naar het kasteel van Budingen leidt. Een schoon doeningske.

In de Hemelrijkstraat, daar wonen is zoiets als de hemel op aarde.., staat dit eenvoudig kapelletje.

We volgen de Hemelrijkstraat die ons gezapig omhoog brengt, met de nodige vergezichten tot gevolg.

Merk ik hier wat misprijzen, de zondagse brunch verstoord ?

De Hemelrijkstraat gaat over in een weliswaar brede maar ruwe (grove gravel) veldbaan.

Dit fort is de voorbode van het plaatselijk pronkstuk.

Het kasteel van Gaasbeek.  Hier een foto vanuit een ongewone hoek. Ons strak schema laat een bezoek aan dit prachtige kasteel niet toe. Ik ken het kasteel en zijn mooi, groot park goed. Als geboren Hallenaar kwam ik hier geregeld. Vooral aan de keren dat we hier kwamen met de vakantieclub heb ik mooie herinneringen.

Ook hier een Onze-lieve-Vrouwekerk.

We klimmen weg uit de dorpskom van Gaasbeek. Weer die prachtige witte bloesem.

We worden nu vergast op enkele mooie vergezichten, kijk maar mee.

Even terugblikken op Gaasbeek.

Sint-Kwintinuskerk in Lennik

Kerk van Elingen.

De Donkerstraat, de baan die ons door de velden en over een hogergelegen plateau leidt, stopt aan dit veldkapelletje.

We fietsen even langs de rand van Elingen daarna steken we opnieuw de Ninoofse steenweg over. Het glooiend landschap met een licht sausje nevel voert ons van het ene pittoreske beeld naar het andere.

Weer een klim, opnieuw beloond…

…Bellingen.

Deze holle weg brengt ons in een wip terug naar ons beginpunt.

De Zuunbeekroute is een heel mooie route. Op een boogscheut van Brussel is er hier een mooi landelijk gebied. De route is goed bewegwijzerd en is vrijwel steeds goed te rijden. Het onverhard is vooral gravel en dus ook na een regenperiode goed berijdbaar. Het durft wel eens flink omhoog gaan, maar 25 km is dan weer een afstand binnen het bereik van de meeste fietsers. 8.5/10 een mooi quotering voor een korte maar boeiende fietstocht.

Enkele interessante links:

Tour de Frans

Dj!no

voor kaart en gps-track:

vlaanderen-fietsland

Op verplaatsing…de Paterroute

Donderdag 2 april 2009

Al gans de week droog met mooie opklaringen en de laatste dagen een helderblauwe hemel. Ik ben vrij vandaag, ik ga rond 11u Veerle oppikken na haar werk. Ik zoek dan ook een fietstocht niet te ver weg en stuit op de Paterroute. Deze route van zo’n 48km tussen Geraardsbergen, Brakel, Aalst en Ninove lijkt me best te doen. Eén vraagteken op de site van toerisme Oost-Vlaanderen wordt ze gequoteerd voor gevorderden. Nu dat mag geen probleem zijn , eerder een uitdaging.

We starten op het kerkplein van Sint-Maria-Lierde. De hellingsgraad van dit plein verklaart al wat de quota “gevorderden. Het van het dak halen van onze “giants” vraagt wat behendigheid, maar al snel zijn we op weg.

Onmiddellijk wordt het klimmen, deze kapel bovenop een wat een lourdesgrot zou moeten voorstellen, houdt ons even op. Deze vrij grote kapel is volop aan het verkommeren en dient ofwel gerestaureerd of anders afgebroken. Levensgevaarlijk voor spelende kinderen, ik zou maar niet teveel op mirakels rekenen.

Nog even een zijaanzicht moesten er twijfelaars onder de lezers zijn.

Deze pomp mag men gerust verder laten genieten van haar oude dag.

De kerk van Sint-Maria-Lierde gezien vanuit de velden.

Nog eens een lammetje, op dit moment van het jaar kan je er niet naast kijken. Ik heb ergens het gevoel dat ze meer gefokt worden dan vroeger.

Nu maar eens geit op het menu, zich lekker schartend tegen de omheiningsdraad.

Weer worden we in dit prachtig landschap getrakteerd op een kapelletje. Ook dit exemplaar staat in de strijd tegen de tands des tijds alleen.

Dit exemplaar wat verderop lijkt wat meer geluk te hebben. Wat jullie niet zien is dat er tegenover enkele huizen staan. De bewoners ervan zullen zich waarschijnlijk het lot van dit kappelletje aantrekken.

Inmiddels hebben we de Waesberg beklommen waar we deze steen, met de afstanden naar de omliggende gemeenten en steden, aantreffen.

Een zitbank vervolledigt het geheel, een prachtig vergezicht krijg je  er zo bij.

Bij het kruisen van de Gentweg N42 wordt er een vervolg gebreid aan de teloorgang van de kapellekes in deze streek. Ook hier is de kans op een ongeluk niet ver weg.

Dan zijn deze mooie paarse bloemen,in de Kruisweg te Sint-Lievens-Esse leuker om aan te zien.

Dit paard quasi rechtover de bloemenpracht van daarjuist, lijkt me tevreden.

Weer duiken we de velden in en fotograferen dit ietwat vreemd beeld. Wat het kapelletje betreft… schitterende conditie.

Bij het naderen van Herzele moeten we even over onverhard. Toch stilletjesaan kan de eerste lentewarmte de velden drogen en op nog enkele plassen na is het prima rijden.

De fotograaf.

De foto.

In tegenstelling met kapelletjes worden molens meer en meer goed onderhouden of gerestaureerd.

Stilaan maar zeker naderen we Herzele, maar snel even dit beeld. Zo’n beetje een variante op één zwaluw maakt de lente niet.

Herzele dient zich speels aan.

Deze toren, het laatste overblijfsel van wat ooit een fiere burcht was. Staat dit onze kapellekes te wachten?

Dorpskerk in prima staat.

Schepenhuis, houdbaarheidsdatum lijkt OK.

Al snel zijn we Herzele doorgefietst. We rijden nu op een fietspad naar Sint-Lievens-Esse. Dit fietspad rechttoe-rechtaan lijkt op een oude spoorweg zoals de Leirekensroute. Achteromkijkend merk ik de wieken van een molen die achter het bladerdek verdwijnt. Dus over de toestand waarin ie zich bevindt kan ik me niet uitspreken. Maar het wit van de wieken is veelbelovend.

Het moest alle dagen lente zijn.

Nog altijd op weg naar Sint-Lievens-Esse.

Zo verschijnt, vrij snel de benen zijn goed, Sint-Lievens-Esse.

Sint-Lievens-Esse thuishaven van pater Lieven een lekker patersbier.

Kantoortje in de brouwerij Van den Bossche

We snellen nu door naar Steenhuize-Wijnhuize met de Onze-lieve-Vrouwekerk in goede staat in het centrum.

Zo eventjes voor Pasen lijkt dit me wel een passend beeld.

Het kasteel van Steenhuize.

Ernaast gelegen herenboerderij.

Aan het verkommeren. Hebben al die kapelletjes, en ik wil hier niet de pilaarbijter uithangen, niet wat werelderfgoed in hun.

Ook op het land gebeurt er vanalles, houtblokken ophalen is er één, weliswaar een buitenbeentje,van.

Eén van de leuke aspecten, van een fietstocht met hellingen, is het ineens opduiken van een dorpskern met de plaatselijk kerk op kop. Hier Hemelveerdegem.

“Den dikken van Sesjans” van Jan Desmarets. Hemelveerdegem deden we al aan tijdens de M-route. We fietsen dan maar lustig verder richting Deftinge.

Stilletjesaan raken de hooischuren leeg. Hier lijkt het erop dat strobalen de kar niet verlaten hebben.

De Sint-Ursmaruskerk, in Deftinge. Wat een naam!

Zelfde kerk, vraag mij niet om nog eens de naam te geven, andere kant.

Even buiten Deftinge, een schoolvoorbeeld zoals het moet. “Kom bezin en rust wat uit” is de leuze boven de deur. Bezinnen misschien? Maar voor rust hebben we, nu iets na 18u, geen tijd meer.

Snel even dit beekje in het avondlicht vastleggen.

Met Pasen in het verschiet nog eens….

De Sint-Martinuskerk, wel een van de mooiste op onze tocht. Even dacht ik dat we het einde van onze fietstocht nabij waren. Maar niet Sint-Martens-lierde was onze startplaats. Wel Sint-Maria-Lierde.

De overblijfselen van de oude Kartuizerpriorij, in goede staat bewaard, drukken hun stempel op dit lieflijk dorpje.

Nu mijn vergissing blijkt te verwaarlozen, op een boogscheut en na een fikse klim, rijden we weer het kerkplein van Sint-Maria-Lierde op.

Hier eindigt deze bijwijlen stevige fietstocht. Doch bovenal overheerst het gevoel van tevredenheid. Elke klim werd beloont met prachtige vergezichten op het nevelige achterland. Enkele verkeersaders dienden gekruist maar nooit hadden we het gevoel dat we risico liepen. Deze mooie streek een uitloper van de vlaamse ardennen zal volgende zondag deel uitmaken van de “Ronde van Vlaanderen” de veruit mooiste ééndagskoers wereldwijd. Deze tocht is inderdaad voor gevorderden en eist inzet van hij of zij die hem wil fietsen, maar je krijgt er zo veel voor terug. Net als voor de M-route, zowat z’n evenknie, is 9/10 een juiste quotering.

Enkele interessante links:

Voor kaart en gps-track:

vlaanderen-fietsland

fietsroute.org

Op verplaatsing…de Ledebeekroute

Zaterdag 21 maart 2009. Begin lente 2009

Het droog en vrij zonnig weer blijft aanhouden.  Ook de temperaturen klimmen wat omhoog dus breien we tijdens dit vrije weekend een vervolg aan onze fietsavonturen. Op de site van Toerisme Oost-Vlaanderen zoek ik niet te veraf een route van zo’n dikke 40km. Een afstand die in het begin van het seizoen (nog korte dagen) ons het meest aangewezen lijkt. Met zijn 42 km en op een dik half uur rijden naar Lochristi voldoet de Ledebeekroute aan deze eisen.

Het is zo’n kwart voor drie als we de fietsen van ons A-ken halen en optuigen voor deze tocht. De zon is volop aanwezig, de wind waait minder en dat maakt het iets warmer.

Al gauw fietsen we door deze mooie dreef.

De dreef brengt ons langs de ingangspoort een groot landgoed.

Het parcours zigzagt verder door buitenwijken en langs dit mooi kapelletje waarrond het plein en rijbaan opnieuw worden aangelegd. We moeten noodgedwongen even van de fiets. Maar grijpen de gelegenheid aan om het kapelletje en plein te kieken. We fietsen wat later verder…

…langs nog braak liggende velden en even over en langs de spoorweg.

We laten de spoorweg links liggen en draaien af richting Beervelde. We kunnen er niet naast het Kasteelpark kijken.

We besluiten om er binnen te rijden en er, een in de bakkerszaak ernaast aangekochte, koeken op te peuzelen.

Nog snel een foto en weer op weg.

Een terugblik op de Sint Daniëlkerk, en voort naar Zeveneken.

Hier in de streek worden de knotwilgen ook geknot, maar men doet het toch wel zeer grondig.

Inmiddels is het ons duidelijk, er wordt hier serieus aan bloementeelt gedaan.

Nee niet een serreke of twee, vele grote serres en hele velden vol.

We naderen de E17 de autostrade naar de kust en alvorens we ervan wegdraaien fietsen we langs deze rustig voortkabbelende beek. Struiken en knotwilg zijn in de prijs inbegrepen.

Ook hier worden de beekjes met geelblonde rietkragen afgezoomd.

Wars van alle bouwkundige en esthetische regels.

Inmiddels hebben we de spoorweg opnieuw gekruist en naderen Zeveneken.

De Sint Elegiuskerk.

Het is weeral een tijdje geleden dat ik jullie wat pluimvee voorschotelde. Deze kip geëscorteerd door 2 fiere hanen met hun kleurig verendek wil ik jullie niet onthouden.

Ik kan deze kerktoren niet direct duiden, Rooselaar is volgens mijn kaartgegevens een grote kanshebber.

We fietsen niet ver van Lokeren en het Waasland is gekend als een streek vol met ballonvaarders.

Snel nog dit keuterboerderijtje gekiekt…

…alvorens het Puyenbroeck in te duiken.

Met indrukwekkende sportaccommodatie (een duur woord voor een duur complex).

Kunstwerken.

Bomen en riviertje.

De lage zon wekt de illusie dat deze rietkoppen lichtgevend zijn, speciaal!

Na het Puyenbroeck gaan we op weg naar Zaffelare. Eerst dacht ik met een afbeelding uit het Reinaard de vos-epos te maken. Maar bij mijn weten is er daar geen sprake van de ratte.

Eerst onder deze dubbele hoogspanningslijn.

Langs deze hongerige bonkige boerenpaarden.

Ook deze kudde schuift aan voor de avonddis.

De Sint-Petruskerk baadt in de rode avondgloed als we Zaffelare binnenfietsen.

Nu is het raak, dit schouwspel komt duidelijk uit de Reinaartsaga.

Ook Hifte kleurt rood, badend in de late zon.

Achter de horizon doemt het Gents havengebied op.


Hifte ligt op een boogscheut van Lochristi en vrij snel zijn we terug waar we startten. We zien de Sint-Niklaaskerk nu langs een andere kant dan bij het vertrek. Ook hier een beeld van Reinaart de vos.

Deze tocht zit erop.  Veerle en ik hebben gemengde gevoelens. De tocht start wat traag. Hiermee bedoel ik dat ze wat eentonig, misschien een beetje saai is, in het begin. Het Puyenbroeck maakt veel goed. Ook kan ik mij voorstellen dat, wat verder op het jaar, de bloementeelt meer kleur aan deze fietstocht geeft. Verder is ze goed berijdbaar, quasi vlak en met zijn 42 km haast door iedereen te fietsen.  7 op 10 lijkt mij een billijk verdikt.

Enkele interessante links:

de leuke fietser

Dj!no

fietsroute.org

Voor kaart en gps-track:

vlaanderen-fietsland

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑