Naar Jonzac (verlof Bourdenne 1)

Zondag, 29 juni 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

Om 9u brood gaan halen, Jonzac ontdekt. Wat een mooi stadje. Na het eten en het installeren van wat extra tafels in de tuin fietsen we om 11u naar Jonzac. Eerst moeten we Saint-Germain de Lusignan door.

Veerle kan het niet laten om snel een spoorweg te kieken

Daarna gaat het snel naar Jonzac. Dit mooie bankgebouw zet al onmiddellijk de toon.

We rijden door richting centrum. Enkele leuke details trekken onze aandacht.


Zij zijn de voorbode van het volgend idyllisch plekje aan de “Seugne”,

We verliezen alle tijd uit het oog en het duurt dan ook even voor we verder fietsen. Op een lichte heuvel staat het gemeentehuis “Hotel de Ville”. Dit blijkt een echt kasteel te zijn (het bestaan ervan gaat terug tot 1059).

Voor dit prachtig stadhuis heb je een mooie kijk op de omgeving, dit brugje smeekt om gekiekt te worden.

Op het langgerekt marktplein is er juist een tentoonstelling van foto’s over Quebec.

We fietsen naar een volgend plein waar Arianne ons met haar toorts verwelkomt.

Onder een brandende zon, af en toe verborgen achter hoge wolken, fietsen we terug. In Frankrijk houdt men eraan de ronde punten op te fleuren met tafereeltjes of monumenten, zo ook hier.

We moeten opnieuw Saint-Germain de Lusignan door. Nu krijgen we echter een ander zicht op het dorpskerkje en de omliggende huizen. Ook dit is zeer mooi.

Na dit kleine oponthoud zijn we “op een ik en een gij ” terug thuis of beter gezegd in onze gîte. Daar kaarten we nog wat na en maken ons gereed om naar La Rochelle te rijden, met de auto deze keer.

De boerenkrijgroute…voor outer en heerd

In 2003 kwam er in onze streek, tussen Ninove en Aalst, er een nieuwe route bij. De boerenkrijgroute. 210 jaar geleden in 1798 ontstond er in de zuidelijke nederlanden (of ongeveer het huidige België?) een volksopstand tegen de Franse overheerser. In de streek rond Liedekerke zouden de brigands ten strijde zijn getrokken vandaar… Inmiddels zijn we 5 jaar na de inhuldiging van deze route. Wij reden ze meermaals en steeds bleef zij ons boeien. Dus vandaag starten we met de bedoeling er een reportage van te maken.

Voorbij Liedekerke in Essene pikken wij in op de route(45km lang), Garmin heeft dan al 5km afstand geregistreerd.  Even volgen wij de spoorweg maar aan het station van Essene duiken we  de velden in en stoppen in het zicht van de autostrade aan de Bellemolen.

De Bellemolen was ooit een gekend restaurant, toch daar is nu niet zoveel meer van te merken. Vooral het dak is er erg aan toe. 2 pedaalslagen verder is er Mie katoen, in dit restaurant zijn we al een paar keer gaan eten. Voor schappelijke prijzen kan je er lekker eten, voor echt fijnproeven zijn er betere, duurdere adressen in de streek.

Via volgende voetgangers- fietsersbrug steken we de E40 over.

Nog voor we Essene-dorp zelf bereiken draaien we al terug de velden in op weg naar Ternat. Het centrum van Essene doen we niet aan, wat spijtig is dit heeft toch enige charme zie enkele archieffoto’s;

Het kerkplein is ook een fietsstop waard.

Als je dan toch gestopt bent, moet je zeker de papeter van Patrick Van Craenbroeck gaan bekijken.

Maar wie de route stipt volgt mist dit dus. Inmiddels zijn wij terug in de velden. We naderen Sint-Katharina-Lombeek. Gouw nog een kiekje van dit huisje verdoken in het groen. Deze woonst is  in aanbouw, zou je van hieruit niet zeggen. Ik wens de toekomstige bewoners veel geluk en hoop dat zij veel van deze prachtige ligging mogen genieten.

In Wambeek trekt deze koe de aandacht. Een paar jaar geleden stond Brussel vol met deze schepsels, was wel leuk.

Daarna zijn we snel in Ternat. Waar vooral de grote, imposante toren van de Sint-Gertrudiskerk de aandacht trekt. Toch ik geef graag enkele andere beelden.

Een groot landhuis met bijbehorend park.

Niet de toren, maar buitenzicht op de zijbeuken en monument voor de gesneuvelden van 1914-1918.

Het gemeentehuis mag ook gezien worden.

Zomaar, dit schattig huisje vandaag

en op 23 maart laatstleden, vergelijk vooral de tuin en de bomen.

Hierna houden we even rust en zoals de tienerjeugd, die juist één van hun laatste schooldagen voor de vakantie achter de rug hebben, genieten we van een lekker ijsje in de hand. Dan steken we de markt over en verlaten deze gemeente. We klimmen naar de hogergelegen velden en ontwaren lager een kasteeltje.

Dan toch nog even terugblikken op de Sint-Gertrudiskerk

Door de velden, dit is in deze tour samen met de hellingen een constante, priemt het kerkje Wambeek.

In dit landelijk dorpje treffen we nog eens een restaurant(lijkt toch ook een constante in deze rit) “De voet van Keizer Karel”.  Hier komen we geregeld, meestal naar aanleiding van een verjaardag, over de vloer. De prijzen zijn hier betaalbaar en de keuken, geen haute cuisine, levert toch lekkere schotels af. Ik kijk al uit naar de winter met zijn de wildschotels.

Van Wambeek gaat het naar Eizeringen dat juist voorbij het drukke kruispunt van de Ninoofse- en Assesteenweg ligt. In de velden ertussen wemelt het van plastieken serres waar er aardbeien geteeld worden.

Eizeringen, ook dit is een pittoresk dorpje (constante 4 pittoreske dorpjes). Met een paar opmerkelijke monumenten. Bij het binnenkomen de Sint-Ursulakerk.

Wat verder aan de rand van het dorp en vanuit de velden mooi te bewonderen kasteel Neufcour, volop in restauratie (let op geen restaurant dus geen constante)en de kasteelhoeve. Door de breedhoek van mijn panasonic krijg ik ze samen op de gevoelige plaat.

Ook hier hijsen we ons verder het dorp uit. We zigzaggen verder naar Nelleken een gehucht waar we bij het Sint-Berlindiskapelletje van onze meegenomen koeken smullen.

Daarna vervolgen we onze tocht. De Boerenkrijg loopt hier samen met de Valleitjesroute. Iedereen klaar; constante nummer 5, de deze route deelt zijn traject met andere routes. In Liedekerke de Schiptrekkersroute, in Roosdaal de Groene koepelroute en hier dus de Valleitjes. Op weg naar Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek kiekte Veerle volgende sfeerbeelden:

Het is verwonderlijk aan elk ouder fermetje liggen er bouwmaterialen, nog te gebruiken of overschot, wie zal het zeggen? Constante 6

Een fiere knotwilg met rust

Langzaam wordt het graan, hier gerst, rijp. Nog een paar zonnige weken en het is oogsten geblazen.

Deze chocoladerepen zijn zeker al een tweede plantsoen aardappelen.

Van Onze-Lieve-Vouw-Lombeek nu eens geen foto van de majestueuze kerk (constante -1)maar van de fiere herenhuizen die in het dal staan te pronken. Wie graag een foto van de kerk wil, moet na het lezen van deze reportage eens doorklikken naar het verslag van de Valleitjesroute op deze blog.

Ik hoor jullie al vragen naar het plaatselijk restaurant, mag het ook een “afspanning” zijn. Proef die naam, een mens zou nooit meer op restaurant willen gaan.

Voor de verandering is het nog maar eens, bijwijlen vrij stijl, klimmen om de dorpskom te verlaten. De holle wegen hier zijn wel heel mooi.

Boven wacht ons het plaatselijk icoon, wat het atomium voor Brussel is, de eiffeltoren voor Parijs dat is de windmolen van kapitein Zeppos voor Onze-Lieve-Vouw-Lombeek.

Vanaf hier hebben we een geweldig uitzicht op Pamel en zijn grote Sint-Gaugericuskerk.

Pamel doen we niet echt aan, via buitenwijken fietsen we door deze gemeente. De tocht loopt nu ver ten einde, we kruisen af en toe een fietser op weg naar huis.

De Dender luidt het einde in en voert ons snel naar huis.

Opnieuw heeft den Boerekrijg ons te pakken gehad. Deze tocht blijft bekoren. Hij is wel vrij zwaar en somige veldbanen zijn ronduit slecht na dagenlang regenen. Maar als ze wat droog zijn moet je de inspanning wagen, vooral het traject, van Eizeringen over Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek tot je terug de Ninoofse steenweg over moet, zal je veel voldoening geven 8.5/10

Op verplaatsing… de Leiestreekroute

Misschien is het jullie nog niet opgevallen maar nogal wat fietsroutes baseren zich op waterlopen. Zij volgen een tijdje de loop via jachtpaden en andere baantjes en verkennen ook de streek omheen de waterloop. Ook de Leiestreekroute volgt dit principe. Geregeld kruist de “golden river” het fietstraject en enkele keren wordt over een kort stukje langs haar oevers gefietst.

Het regent pijpenstelen als we met de fietsen op het dak vertrekken naar de watersportbaan in Gent, waar wij liever dan aan het Sint-Pieterstation op de route inpikken. Het is even droog als wij nog snel een hap binnenspelen en de fietsen van het dak halen.

Onmiddellijk rijden we een kort stuk langs de Leie. Na een kleine jachthaven gaat de route over enkele grote, minder aangename, invalswegen. Eens deze achter de rug doorkruisen wij verschillende villawijken.

Deze zijn veel rustiger en aangenamer om te fietsen. Ondanks het weerbericht “na de middag droog en enkele opklaringen” krijgen we nog meerdere buien te verwerken.

Het eerste deel van deze route brengt ons via lange, soms drukke, verkeerswegen naar Deinze. Op enkele leuke plekjes, boerderijtjes of bossen, na is dit traject niet meteen om wild van te worden.

Deinze zelf brengt ons ook niet in vervoering, alhoewel deze molens langs de vaart toch indruk maken.

In Deinze krijgen we nog een fikse bui te verwerken, deze keer moeten we schuilen willen we niet druipnat onze tocht voor zetten. Daarna verlaten we het stadje en vinden het volgend monument op onze weg. Een verwijzing naar de stokerijen hier in de buurt? Zal wel zeker, vele gebeurtenissen werden (worden) hier bezegend met een drupke. Van de regen in den drup.

Omstreeks 18u begint het uit te klaren en haast tegelijkertijd verandert het landschap. Mooie vergezichten van velden, bossen en pittoreske boerderijtjes (in ’t schoon vlaams fermettekes).

Ook de Leie toont zich nu langs haar mooiste kant.

Ge zou U zelf zo gaan inschrijven in de plaatselijke kunstacademie.

Dit paard heeft het voorrecht hier met ganse dagen langs deze mooie boorden te grazen.

Wat verder in de velden zien we deze grote, uitzonderlijke plant langs de kant. Toevallige voorbijgangers waarschuwen ons deze plant niet aan te raken. Een heel branderige gevoel zou het gevolg zijn.  Na wat opzoekingswerk thuis blijkt het de bereklauw te zijn. Deze naam lijkt mij, gezien de aard van het plantje, zeer toepasselijk te zijn.

Ineens duikt tussen de bossen het mooie kasteel van Ooidonk op. Hier kunnen we niet anders dan enkele foto’s te nemen.

Wat inzoomen op dit mooi toegangsbruggetje.

Ook dit bankje tussen het groen wordt dichterbij gehaald.

Deze stevige paal met ketting oogt ook mooi zo in het groen.

Van groen gesproken.

Gaat ineens de poort dicht. Zal met het uur te maken hebben, we worden echt late vogels.

Gauw een vergezicht op het plaatselijke dorpskerkje van Bachte Maria Leerne.

Als deze bomenrij geen uitnodiging is om een kiekje te maken?

Zo gaat dat in zijn werk.

Nog even de toegangspoort, die ook als uitgang dient (toen al multifunctioneel All in one)

Opnieuw kruisen we de Leie, die nogal wat pleziervaarders lokt.

Dan fietsen we Deurle binnen, hier heeft de sluiterknop van onze fototoestellen het flink te verduren.

Bokrijk aan de Leie.

Laat deze doening aan mijn lens niet voorbijgaan.

Verstoppen helpt niet.

Taverne “de oude hoeve”, hier hebben we genoten van een frisse kriek en smakelijke donkere Maredsous. Vriendelijke bediening en gezellig terras. Prijs valt gezien de locatie nog mee.

Door deze kathedraal van bomen verlaten we dit dorpje.

Nu is het hek van de dam, de villawijk die we nu doorkruisen tart alle verbeelding. Dallas, Monaco, de Arabische emiraten aan de Leie (hoor ik hier nog de invloed van den maredsous?). Ongelooflijk grote villa’s met porches, feraris, jaguars of andere sleeën voor de deur en of dit nog niet genoeg is in de tuin een aanlegsteiger voor de speedboot. “Is dit alles echt nodig” vraag ik mezelf af, ik kan het ook moeilijk rijmen met de daklozen die ik elke dag in Brussel zie bedelen.

Dit is het torenhuis waar Albert Servaes jarenlang zijn stek had.

Na al het architecturaal geweld, heeft dit ongedwongen “pink boerderijtje” iets charmant (gezien door een glas kriek?).

Wie regelmatig mijn fietsverslagen leest weet dat ik een voorliefde heb voor landelijke bedrijfjes van weleer. Dit exemplaar is wel prachtig gelegen en lijkt toch goed bewaart, mogelijks is hier nog enige activiteit.

Aan het misprijzen van dit rund kan ik ook niet voorbij zonder er een foto van te maken.

Ruim te laat, na 20u. bereiken we Afsnee. De overzet heeft zijn diensten al zo’n uur en half gestopt. Hier verlaten we noodgewongen de route en fietsen gps-gewijs naar Gent.

Aan het Sint-Pietersstation trachten we in te pikken op de Leiestreekroute. Maar in al de drukte is dit geen sinecure. We volgen dan maar de aanduiding naar de Blaarmeersen

Het aandoen van Drongen is voor een “Leieroute revisited” en hebben jullie nog te goed. Ter compensatie een kiekje van deze huizenrij. Vindt de speedboot!!!

Nu is het slechts een boogscheut tot de Blaarmeersen, waar ons A-ken trouw op ons wacht aan de watersportbaan.


De route is 55km lang. Ondanks de hevige regen van de voorbije week is het ganse traject vlot berijdbaar. Afgezien van een enkele brug is heel het parcours vlak. Op enkele plaatsen is de bewegwijzering voor verbetering vatbaar. Nogal verwarrend, we zijn eens op onze stappen… nee eerder pedaalomwentelingen of zoiets moeten terugkeren . Leuke route,spijtig is het begin tot Deinze wat saai, maar daarna is het zeker een must 7/10.

Ronquières, kanaal en hinterland

Zo’n 10 jaar geleden ontdekten we het oude, buiten gebruik geraakte, kanaal van Ronquières. Ronquières is gekend voor z’n immense scheepslift. Menig studiereis (zeg maar schoolreis) leidt tot aan de voet van het reusachtige complex. Zonder afbreuk te willen doen aan de hier geleverde prestatie, val ik toch meer voor de charmes van het oude, voor scheepvaart gesloten, kanaal. Dus als het zondag na een zware regenperiode uitklaart, staan op een wip de fietsen boven op ons A-ken en vertrekken we naar Ronquières. Daar aangekomen parkeren we in de nabijheid van een etablissement annex terras dat wat aan furore heeft ingeboet. Ooit moet het hier aanschuiven geweest zijn om het “hellend vlak” (zou vlakke helling ook kunnen?) te bewonderen. In 1968 bespaarde men met dit technisch hoogstandje hopen tijd. Op zo’n 40 minuten overbrugt het hellend ding een hoogte die daarvoor 2 dagen vergde aan sluisjes binnenvaren en zich, dank zij het principe van de communicerende vaten (is iedereen bij de les!!), omhoog laten stuwen en de sluis uit varen. Tijd besparen het groot principe toen al. Just in time.. niet meer. Ja inderdaad door het megalomaan project diende het kanaal rechtgetrokken en een groot deel afgesloten en onbruikbaar voor de schepen. Bij het afsluiten bleef de tijd er stilstaan. Laten wij nu juist de tijd nemen om langs dit mooie “vieux-canal wat in de tijd te terug te keren.

Juist voorbij het eerder genoemde etablissement draaien we rechtsaf het jaagpad op. Onmiddellijk vallen de verschillende, tot woonboot omgebouwde, rivierschepen (voor de kruiswoordraadsels aak meervoud: aken) op.

10 jaar geleden lagen er hier enkele boten maar nu is het drummen en is deze geul vol. Algauw komen we aan de eerst sluis of wat ooit een sluis was.

De sluisdeuren zijn verdwenen, dicht gemetseld en vormen nu een kleine waterval. Dit lot is elke sluis toebedeeld.

Daar er door het afsluiten van deze sluisen (in de volksmond, en dus minder bruikbaar voor kruiswoordraadsels, ook sas genoemd) er geen binnenvaart mogelijk is heeft de natuur hier zich meer kunnen ontplooien. Ook de tand des tijds heeft zich kunnen uitleven. Om jullie een idee te geven de volgende beelden.

Oude vaargeul en achterliggend “bassin” waar de boten hun beurt moesten afwachten.

Ook op het wateroppervlak grijpt de natuur zijn kans, mooi toch?

De pijlers van een onafgewerkte of verdwenen!! brug

Moeder en kroost kunnen zonder gevaar oversteken, het verkeer is hier al decennia lang stilgevallen.

een gezellige wirwar van riet (al dan niet verdroogd), drijfhout en bladgroen.

stelling van dit heerschap;”Napoleon a bien fait les choses!” Ik veronderstel dat Napoleon, buiten veel menselijk leed, ook verantwoordelijk is voor dit idyllisch kanaal.

Staat er in de titel niet hinterland? Inderdaad uit vorige ervaring leerde ik dat het jaagpad ineens door een afgesloten tunnel wordt geblokkeerd en rechtsomkeer de enige keus is. Dus heb ik dank zij onze garmin een route samengesteld die buiten het kanaal ook Seneffe en Soignies (Zinnik) aandoet alvorens terug naar Ronquières te fietsen.

In Arquennes verlaten we het oude kanaal.

Seneffe bereiken we via een (pre)ravelroute.

In Wallonië bestaan er haast geen bewegwijzerde routes. Zij hebben de ravelroutes die je nog het best kan vergelijken met de LF-routes (lange afstandsroutes) bij ons in Vlaanderen. Ravel maakt vooral gebruik van jaagpaden en oude, buiten gebruik geraakte spoorwegen. Doch qua bewegwijzering spelen ze enkele afdelingen lager. Maar in een mooi kader bereiken we via een oude spoorwegbedding

en enkele veldbanen Seneffe.

Op een vernieuwd stationsplein houden we even halt.

In een bakkerij kopen we een koffiekoek, die smullen we op en nemen daarna de tijd voor volgende kiekjes.

Modern Times (Centre de l’eau)

Kerk van Seneffe

Herenhuis vlakbij de kerk, misschien pastorij?

In Seneffe was er vroeger een kleine haven of aanlegplaats

Ideaal om tot rust te komen

Bij het verlaten van Seneffe peddelen we nog even langs het “vieux-canal”

en een mooie baai waar verschillende plezierboten aangemeerd liggen,

de nabijgelegen “port de plaisance” is hier niet vreemd aan.

Hier is de aansluiting met het huidige kanaal Brussel-Charleroi.

Na het gezellige kanaaltje dat zich wat in bochten wringt om de zwaarste obstakels te ontwijken is dit rechttoe-rechtaan kanaal wat een ontnuchtering. Al meteen duikt de eerste industrie op die, wat voor de hand liggend is, zich langs deze brede waterweg heeft gevestigd.

Eventjes switchen we van kanaal om na enige tijd de velden in te duiken en via dorpjes, als Mignault en Naast, Soignies te bereiken. Deze dorpjes zijn klassiek van opbouw. Na de velden doorkruisen we enkele villawijkjes, de villa’s zijn klein tot middelgroot.

Daarna fietsen we door arbeiderswijken.

In deze wijken zijn de rijhuisjes haast even groot maar verschillen toch steeds een beetje van gevel en dak. In het centrum treffen we de kerk en het oud gemeentehuis.

Dit gemeentehuis is nogal eens omgebouwd tot cultureel centrum of bibliotheek. In het centrum vind je ook de apotheker en kruidenier. Deze laatste kan ook een klein warenhuis zijn, als er tenminste genoeg cliënteel voorhanden is. Voor we het goed weten naderen we Soignies. Mastodonten van steenblokken verassen ons bij het binnenrijden.

Er zij hier nog carrières waar er grote blokken blauwe hardsteen gekapt worden. Wat verder passeren we volgend gebouw.

Het is veel van zijn trots kwijtgeraakt en staat nu te verkommeren. Soignies is een vrij mooi Henegouws provinciestadje, dat zeker een stop tijdens de fietstocht waard is getuige deze prenten.

Leuk plekje terwijl we centrumwaarts fietsen

Sint-Vincentiuskerk

Plaatselijke horeca (tiens waar heb ik dat al gehoord??)

Mooi gerestaureerd gebouw, de achterkant is zeer modern, grote glasramen enz…misschien een school?

Na Soignies of te Zinnik richten we de steven (kwestie van in de bootsfeer te blijven) naar Ronquières. Opnieuw zijn uitgestrekte velden ons deel.

Hier wordt de tocht echt pittig. De streek hier wordt doorkliefd door enkele valleien die voor grote hoogteverschillen zorgen. Klimmen en dalen en natuurlijk foto’s schieten van de prachtige hellingen die zich langzaam in nevels hullen.

Deze nevels voorbodes van de naderende zonsondergang maken ons opnieuw bewust van de tijd. Waren we die toch wel uit het oog verloren zeker, dan neem je eens de tijd… Een 4-tal kilometer voor het einde worden we verrast door het volgende.

Zo in het midden van de velden.

Een valleiheuvel verder duikt het plaatselijk icoon op

en dan weten we dat we snel terug aan ons A-ken komen (merk het tussenstreepje wat er een bescheiden mercedesje van maakt i.p.v. een vloot rivierboten). Inmiddels is het al 21u, we heisen snel de fietsen op het autodak en spoeden ons terug naar Erembodegem. Morgen begint er een nieuwe werkweek en moeten we vroeg op, de race tegen de klok dient zich al aan. Tijd, tijd en nog eens t…..

Een tocht van zo’n 55 km we hebben ongelooflijk genoten. Een opsteker na een zware, met regen doorweekte werkweek. Ik kan iedereen deze streek aanraden. Het jaagpad naast le vieux-canal is goed berijdbaar en bij elke sluis klimt het een beetje maar eigenlijk mag het geen naam hebben. Voor de meer geoefende fietser is de streek tussen Ronquières en Soignies een must. Prachtige landschappen, bossen, velden en boerderijtjes en dorpjes vragen om bezocht en bewonderd te worden.

Bij momenten een stevige inspanning geeft daarbij veel voldoening. Neem er eens de tijd voor…

Denderen naar… Geraardsbergen

Het is al eventjes geleden, de voorbereiding op de 20 van Brussel slorpte bijna al onze vrije tijd op, maar nu starten we op weg naar… Geraardsbergen. De mooiste weg naar Geraardsbergen is den Dender. Deze rivier is, zoals blijkt uit verschillende van mijn routebeschrijvingen, de rode draad in veel van onze plaatselijke fietstochten.

Startend in Erembodegem wordt de toon onmiddellijk gezet. Tussen Aalst en Geraardsbergen wordt de Dender omzoomd door veel groen,

meer dan de richting Dendermonde (die dan weer andere charmes heeft). Op de linkeroever (rechts als je richting Geraardsbergen rijdt) heb je de Wellemeersen, we hebben geluk er grazen “gallowayrunderen”. Deze moeten gefotografeerd worden.

In Teralfene fietsen we Rendac voorbij. Dit vilbeluik, gekend van varkenspest en dioxinecrissisen, tart soms ons reukvermogen en meestal peddelen we hier snel door. Nu stopt Veerle om enkele kiekjes te schieten van de vele hoenders(verschillende rassen) die daar in een mooi verzorgde tuin rondscharrelen.

Daarna naderen we snel Ninove, die zichzelf graag als de oudste en de stoutste stad voorstelt. Bij het binnenrijden leg ik de overblijfselen van het vroegere Fabelta op de gevoelige plaat.

De Dender doorkruist Ninove, met links het mooie stadspark en rechts het commerciële centrum. Even afspreken dat links en rechts in dit verslag bepaald worden door de rijrichting (naar Geraardsbergen) en niet door stroomop- of afwaarts. De plaatselijke plezierhaven geeft samen met fiets- voetgangersbrug volgend beeld.

Ik hoop met de nu volgende foto’s een sfeerbeeld te schetsen van de Dender tussen Ninove en Geraardsbergen.
De voetgangersbrug in Pollare.

Binnenrijden van Zandbergen

De Dender trekt buiten fietsers en wandelaars ook vissers aan.

Een eerste reiger (ook een soort visser als je het de vissen vraagt)

Meimaand grasmaand

Een veld in Zandbergen

De Gavers pret- en bungalowpark

Een kleine jachthaven ter hoogte van de Gavers

Voorbij de jachthaven kan je dit scheepswrak bewonderen, heeft hopelijk ooit betere tijden gekend.

Om deze reeks af te sluiten nog een reiger in Idegem.

Inmiddels zijn we Geraardsbergen genaderd. Links zien we deze kerk (Sint Maartenskerk Onkerzele) gebouwd op de heuvel.

Nog wat verder trekt dit verlaten, ietwat vervallen fabriekje mijn aandacht. Eventjes mijmeren over een teloorgang van kleinschalig produceren en het werken in eigen streek. Doch al snel vervagen deze mijmeringen



Rechts is er een congrescentrum gebouwd, het zijn vooral de oude gebouwen die iets hebben.

De laatste jaren heeft Geraardsbergen kosten noch moeite gespaard om de kaaien te vernieuwen. Het resultaat mag gezien worden

Nu een reeks van beelden van de markt met de omliggende gebouwen.
Sint Bartholomeuskerk

Stadhuis

Plaatdelijk horeca

Manneken pis, hier zonder japanners

Plaatselijke horeca, die het wat hogerop zoekt.

Op de markt doen we een terrasje, 2 koffies en 2 mattentaarten. Vergeet ik toch een foto te maken van de mattentaarten. Tot we Geraardsbergen aandoen en ik nog een mattentaart kan bestellen moeten jullie het met deze link naar wikipedia doen. Daarna peddelen we nog wat verder omhoog naar een kleurig parkje.

Om onze knieën te sparen(laatste weken zwaar belast) besluiten we de oudenberg en muur links te laten. Hebben jullie samen met de mattentaart nog tegoed. Nog eventjes van het panorama genieten om vervolgens opnieuw denderwaarts af te dalen.

Eerst eventjes terugkijken

Op de Denderkaai zien we links (nu rijden we terug richting Aalst) dit mooie gebouw. Lijkt een kerk of abdij, misschien de “Kleine karmelieten”?

We verlaten de Dender om een ommetje te maken langs Schendelbeke.

In Steenhuize-Wijnhuize neem ik op aangeven van Veerle dit kiekje.

Wat verder op weg naar Nederhasselt en Outer komen deze beelden voor onze lens


De hoge snelheid die we op de Brakelse steenweg richting Ninove maaken kan dit leuk kapelletje niet aan onze aandacht laten ontsnappen.

Jullie hebben het zeker al begrepen, inmiddels is het al ruim laat geworden. Al snel bereiken we Ninove vanwaar het niet lang rijden is tot Erembodegem.

Het is kwart voor tien als we onze oprit thuis opdraaien. Het is nog klaar, de langste dagen van het jaar komen eraan. Hopelijk is het ook mooi weer want de zin om te fietsen zit er weer goed in. Wat onze fietstocht betreft, de Dender trekt veel fietsers, wandelaars en vissers aan. Dit is wegens het prachtig kader goed te verstaan. Het leukst fietsen kan je tijdens een doordeweekse dag in het voor- of najaar. Hoe dan ook het is steeds genieten.

De riante polderroute (voor wie van boomgallerijen houdt)

26° in het binnenland en tot 23° aan zee. Dit lijkt een uitgelezen dag om nog eens naar de kust te rijden en er een leuke fietstocht te maken. Zogezegd… en om 15u30 verlaten we het Heldenplein in Heist voor de riante polderroute. We laveren langs mooie villaatjes

om ineens aan de dijk op te duiken

en vervolgens weer landinwaarts naar het Zoute te fietsen.

Voorbij het Zoute bevinden we ons tussen de koeien dit moeten de polders zijn.

Door deze polders stevenen we naar Nederlandse grens om dan terug Belgiëwaarts te gaan. Toch hier breien wij een kleine uitbreiding aan deze route en richten de steven naar Cadzand.

Daar smullen we, in het Noordzeehotel, van een lekkere warme appelbol die lekker contrasteert met het bijbestelde roomijs mmmm!!!

Daarna zoeken we voorbij Retranchement

de Riante polderroute opnieuw op. Deze voert ons langs beken en een verloren slik

of bomenrijen naar Sint Anna ter Muiden. Dit mooie dorpje bekoort ons dadelijk, we krijgen er haast niet genoeg van en het duurt dan ook vele foto’s voor we hier weggeraken.


De geblokte vieringtoren domineert dit dorpje en is al van ver te bewonderen.

Nu komen we snel aan het kanaal tussen Brugge en Sluis dat we een paar km volgen. Voor de eerste keer rijden we onder een galerij van majestueuze bomen,

dit zal zich nog meermaals herhalen en typeert wat deze route. Voorbij Hoeke verlaten we dit kanaal en peddelen langs schilderachtige wegen naar Oostkerke.

Na Oostkerke doen we nog eens een kanaal aan alvorens het gekende Damme te bereiken.

Inmiddels is het al om en bij 20u en door de temperatuur en het lang weekend is het er op koppen lopen. We maken enkele foto’s en reppen ons verder door de polders naar Ramskerke.


Ook dit is een pittoresk dorpje, maar werken in de dorpskern maken het wat moeilijk om er rond te fietsen. Het late uur noopt ons nu om een tandje bij te steken en met een fikse snelheid snellen we naar Heist. Daar zitten op een wip de fietsen op het dak van ons A-ken en voor we het goed en wel beseffen zitten we al op de autostrade terug naar huis. De riante polderroute is zeker de Veurne-Ambacht waart. Veel afwisseling, rustig rijden langs mooie veldbanen

of onder de hoge bomenrijen, die steevast de aangedane kanalen omzoomen. 9/10 is misschien een hoog cijfer dat echter niet alleen aan het fris witbier, dat ik tijdens dit schrijven dronk, te danken is. Nee de riante polderroute raad ik je sterk aan. Nog enkele beelden om je te verlekkeren.

Op weg naar Sint-Lievens-Houtem (of toch bijna…)

Na nachtdienst duurt het even alvorens we fietsklaar zijn. Maar door het mooie weer 25° kunnen we aan de verleiding niet weerstaan en om 15u starten we naar Sint-Lievens-Houtem.

Een route klaargestoomd met de Garmin. Eventjes zoeken in het industriepark van Erembodegem (te vermijden) en dan naderen we Haaltert.

Hier verlaten we de Geraardbergsesteenweg en draaien de mooie Herenhoutdreef in.

Nog wat verder rijden we door de velden en worden vergast op het ene mooie zicht na het andere. In Mere duiken we de Gotegemberg af,

wat ons mooie panorama’s oplevert. Via een onverharde veldbaan fietsen we naar Bambrugge.

Deze weg door het droog weer van de afgelopen dagen goed berijdbaar verrast ons met de mooie natuur waarin we rijden.

Na Bambrugge is het langs een drukke steenweg (vrachtvervoer) dat we Burst bereiken. Vandaar is het nog even over kalmere wegen tot Zonnegem.

Op een boogscheut van Sint-Lievens-Houtem trekt een ijssalon onze aandacht.

Hier kopen we twee ijsjes. Deze zijn heel lekker, de speculaassmaak is een must, en zelf gemaakt naar een oud recept. Na deze ijsjes begint, het s’nachts werken, zijn tol te eisen. Dus keren we terug via wat andere wegen en in Erpe-Mere bij het opnieuw naderen van Haaltert stoppen we bij de Kruiskoutermolen

om enkele kiekjes ervan te nemen. Vandaar is het terug naar huis en verdiende nachtrust. Tussen Haalter en Sint-Lievens-Houtem zijn er door de velden van dorp naar dorp prachtige fietstochten te maken. Wie van een klimmetje houdt vind er zijn gading.

De Faluintjesroute, door en vooral rond Aalst


Aalst, bestaat uiteraard uit Aalst zelf maar ook verschillende deelgemeenten. Deze worden de faluintjes genoemd. Het is dan ook meteen duidelijk dat de faluintjesroute deze deelgemeenten doorkruist.

Vanuit Erembodegem volgen wij den Dender om in Aalst van start te gaan. Even door het centrum met zijn mooie markt en daarna opnieuw naar de Dender.

Iets voor de Wiezebrug verlaten we het jaagpad, fietsen over de brug en peddelen naar Herdersem. Hier doorkruisen we over smalle kasjekens (éénmansbaantjes) het centrum. Een hobbelige ommetje brengt ons nog eens tot aan de oever van de Dender.  Vandaar gaat het door velden en bosjes naar Moorsel.

Hier is ook een mooie dorpskom en wat verder een park met bijbehorend, maar niet te onderscheiden, Kasteel.  Wat verder sluit de route aan op het ons zo vertrouwd Leireken.

Dit fietspad aangelegd op een oude spoorwegbedding brengt ons tot aan het “Stationneke van Baardegem”.

Dit mooi gerestaureerd stationneke is nu een etablissement waar je lekker kan eten en drinken.  Nog even langs de dorpskern,

alvorens  over veldbanen

te zigzaggen langs velden omzoomd door bomen, bossen en ander groen.

Dit zigzaggen brengt ons tot Meldert.

We dobberen langs de  Sint-Walburgakerk en fietsen verder nu richting abdij Affligem.


Deze abdij is zeker een bezoek waard. Wij richten echter de steven naar de Aalsterse dreef

en vervolgens het nieuw aangelegd fietspad

om zo terug naar Aalst te fietsen.    Meestal is deze route perfect bereikbaar, ook na enkele dagen regen. Maar op sommige momenten dienen er veldwegen met ruwe kassei bedwongen te worden, wat toch wat fietvaardigheid vergt. Verder is dit een mooie route met veel afwisseling. 8/10

Op verplaatsing: De Scheldevalleiroute.

2 mei feestdag of niet we zijn thuis en de voorspellingen vallen mee. Dus hijs ik de fietsen op ons A-ken en rijden we naar Zwijnaarde. Zwijnaarde is een goede startplaats. Leuk kader en genoeg parkeerplaats voor de auto en ruimt om de fietsen af te laden. Het is vrij laat, 13u30, als we starten. Normaal is het rond den elven als we hier vertrekken. Maar tijdens dit lang weekend hebben we tijd zat. De Scheldevalleiroute bestaat uit 3 delen. Het eerste deel gaat van Zwijnaarde tot Gavere, deel 2 gaat verder naar Oudenaarde en vandaar is er nog een pittig verlengstuk die de Vlaamse Ardennen aandoet. Wij gaan voor deel 1 en 2. We steken meteen de Schelde over. Vroeger meanderde de Schelde doorheen deze vallei. Ten behoeve van de scheepvaart werd de Schelde rechtgetrokken en vele meanders afgesloten. Deze delen bleven bestaan en de natuur kon hier ongehinderd zijn gang gaan. Deze gebieden natuurpracht kleuren onze tocht. Het eerste deel leidt langs deze afgesloten meanders afgewisseld met weilanden.
veldbaan merelbeke
In Merelbeke komen we langs de St. Elooiskapel.
elooiskapel merelbeke
Een lief ouderwets kapelletje onze eerste halte. Op de valleiheuvel torent geregeld en kerkje of molen op. Om dit beter te kunnen bekijken klimmen we een eerste maal over een slecht onderhouden kasseiweg
veerle kassei
naar boven om het kerkje van Melsen en zijn vervallen toren te bewonderen.
poort kerkplein

melsen molen
Daarna dalen we terug om langs de mooie velden Gavere te bereiken. Na enkele kiekjes van een mooie vijver laten we Gavere vlug achter ons.
gavere vijver
Wat verder, in Zwalm, komen we langs de Kaaihoeve.
kaaihoeve zwalm
Deze hoeve is mooi gerestaureerd en is nu het provincaal educatief natuurcentrum. Hier kan je leren hoe respectvol met de natuur om te gaan. Moet je zeker bezoeken. Het ligt trouwens op één van de mooiste plekjes van deze route.
veerle foto vijver
Hierna duurt het niet lang of we bereiken Oudenaarde. Dit provinciestadje is zeker een bezoek waard. Buiten de impossante Sint Walburgakerk
oudenaarde kerk
en het mooi laatgotisch Stadhuis, beiden aan de grote markt, is ook het klein begijnhof een aanrader.
begijnhof oudenaarde
Op een terrasje aan de markt nemen we de tijd om iets te drinken. Ik maak er kennis met de trippel van Ename, een streekbier. Ik kan iedereen deze trippel aanraden. Een lekker biertje met een heel specifieke smaak. In het begijnhof verdoen we nogal wat tijd met foto’s te nemen en het is dan ook vrij laat als we Oudenaarde verlaten. De zon zakt langzaam maar zeker en het wordt al wat frisser. Nu fietsen we aan de andere kant van de Schelde terug naar Gavere. Meer dan langs de heenweg rijden we lange stukken naast de brede Schelde. De avond kleurt de oevers oranjegeel en zorgt voor een aparte sfeer. Toch verlaten we af en toe het ruime jaagpad om op mooie stukjes natuur getrakteerd te worden. Toch zijn we juist op tijd terug om het Etablissement Mac Pudding aan te doen.
mac pudding eke nazareth
Deze keer wegens de tijd, gaan we niet binnen. Mac Pudding is een drankgelegenheid met mogelijkheid tot eten in een Schots kader. Voorbij Gavere is ook de Schelde die ons snel, een ommetje langs Zevergem uitgezonderd, terug naar Zwijnaarde brengt. Vooraf hebben we enkele ontmoetingen die ons de lente herrinneren.
ezels

moedereend
In Zwijnaarde
zwijnaarde
duurt het maar even of de fietsen staan op het dak. We reden al meerder keren de Scheldevalleiroute en steeds blijft zij ons bekoren. Op enkele klimmetjes na, een vlakke route. Verschillende bezienswaardigheden met Oudenaarde
mooi gebouw oudenaarde
als kroon op de route. Eén van de betere 8.5/10

Op weg naar… de Volckaerthoeve (Aaigem)

Tijdens een van onze zwerftochten stuitten we op de Volckaerthoeve in Aaigem. Komende langs de Dender steken we Ninove-centrum door kruisen de Albertlaan en gaan dan door naar Outer.
In Nederhasselt beklimmen we even een heuvel met een mooi kapelletje.

kapel Nederhasselt
Daar wordt onze inspanning beloont met enkele mooie vergezichten.
vergezicht Nederhasselt
Dan gaat het langs deN450 tot aan de watermolen naar Heldergem. Na een fikse afdaling door Heldergem draaien we rechts naar Aaigem.
aaigem
Een slingerende baan brengt ons naar de Volckaerthoeve.
Volcaerthoeve Aaigem
Hier kan je de stallen met de vele dieren bekijken.
kalfje Volckaerthoeve

geitebok Volckaerthoeve

Ook kan je er op een terrasje van een, in eigen huis gemaakt, ijskreempje smullen. Daarna keren wij naar Erembodegem terug langs Erpe-Mere. Op de Koudenberg valt er een trotse windmolen te bewonderen.

molen mere
Wie in de streek van Heldergem of Aaigem ronddwaalt dient zeker eens naar de Volckaerthoeve af te zakken. Buiten het lekkere ijs en andere zelfgemaakte kazen en boters is er ook een oprechte hartelijkheid van de bewoners te proeven.paddestoelen Outer

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑