Tijdens onze reis naar Zweden, begin juni 2025, bezochten we Bremen. Daar waren we getuigen van een mooi, mysterieus schouwspel. Het Welshe gezelschap Hijinx Theatre bracht een indrukwekkend optreden vol humor, warmte en ontroering. Een prachtig voorbeeld van hoe inclusief theater mensen verbindt — ongeacht taal of achtergrond.
Op weg naar Zweden besloten we een tussenstop te maken in Bremen, de historische Hanzestad aan de Weser. Wat oorspronkelijk bedoeld was als een korte rustpauze onderweg, bleek al snel een volwaardig reisbelevenis te worden vol charme, geschiedenis en gezellige sfeer.
Aankomst en eerste indruk
Na enkele uren rijden bereikten we Bremen in de late voormiddag. De stad verwelkomde ons met haar typisch Noord-Duitse elegantie: brede lanen, oude bakstenen gevels en een ontspannen, bijna maritieme atmosfeer. We parkeerden de wagen aan de rand van het centrum en trokken te voet richting de Altstadt, het historische hart van de stad.
De Marktplatz – het hart van Bremen
Het eerste hoogtepunt was zonder twijfel de Marktplatz, een van de mooiste pleinen van Duitsland. Midden op het plein torende het standbeeld van Roland, symbool van vrijheid en onafhankelijkheid, terwijl de imposante Dom St. Petri met zijn twee torens het geheel een bijna sprookjesachtig decor gaf. Het pronkstuk blijft echter het Rathaus (stadhuis), een meesterwerk van de Weser-renaissance dat op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. We genoten op een terrasje van een koffie met gebak, terwijl we de levendige drukte gadesloegen — toeristen, studenten, fietsers en straatmuzikanten die samen de ziel van Bremen vormden.
De Bremer Stadsmuzikanten
Geen bezoek aan Bremen is compleet zonder een blik op de Bremer Stadtmusikanten, het wereldberoemde beeld van de ezel, hond, kat en haan uit het sprookje van de gebroeders Grimm. Volgens de traditie moet je beide voorpoten van de ezel vasthouden en een wens doen — iets wat natuurlijk ook wij deden, glimlachend tussen de toeristen. Het kleine beeldje straalt iets ontwapenends uit en herinnert aan het speelse, verhalende karakter van de stad.
Het Schnoorviertel – een stap terug in de tijd
Vanuit de Marktplatz dwaalden we door de smalle steegjes van het Schnoorviertel, het oudste deel van Bremen. Hier lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Kleine vakwerkhuisjes uit de 15e en 16e eeuw, kunstwinkeltjes, antiekzaakjes en gezellige cafés wisselen elkaar af. We lunchten in een klein restaurantje waar lokale specialiteiten werden geserveerd — “Knipp” (een soort kruidige gehaktschotel) voor de avontuurlijke eter, en een lichtere vissoep voor wie het wat subtieler wilde.
Vertrek richting het noorden
Tegen de late namiddag keerden we terug naar de auto. De stad liet een warme indruk na — een geslaagde combinatie van cultuur, geschiedenis en gezelligheid. Bremen bleek niet zomaar een tussenstop, maar een bestemming op zich. Toen we de snelweg richting Hamburg en uiteindelijk Denemarken opdraaiden, hadden we het gevoel een klein hoofdstuk toegevoegd te hebben aan onze reis naar Zweden — eentje vol charme, muziek en verhalen.
In het najaar 2022 richten we onze schreden nog eens naar Nederland. Meer bepaald Deventer in de provincie Overijssel. We raken onze wagen kwijt aan het station van Deventer. Vandaar zijn we snel in het centrum van Deventer meer bepaald op de Brink.
Daar verwijlen we een beetje. We bewonderen de Waag, de Wilhelmina fontein en de vele pittoreske cafeetjes/restaurants.
Na een lichte lunch in taverne de Goesting zoeken we de kade van de IJsel op.
Eventjes wandelen we langs de IJssel om daarna het Rijsterborghrerpark (oud paviljoen) door te wandelen.
Daarna gaat het opnieuw richting centrum van Deventer. Daar staan het moderne gemeentehuis, de Sint Nikolaaskerk (bergkerk), de Lebuinuskerk en de vele knusse winkelstraatjes op het menu.
Het is al donker als we taverne de Waagschaal buiten stappen en naar het station en onze auto stappen.
De kerstverlichting maakt dat we in goede moed afscheid nemen van Deventer. Dit pittoresk stadje heeft ons hart gestolen.
Na onze wagen op de park & ride Transferium Westraven geparkeerd te hebben nemen we de trein naar het centrum van Utrecht.
Van het Centraal station gaat het door het commercieel centrum “de Hooge Catharijne ” naar het Vredeburgplein dat we oversteken om het Zakkendragers steegje te bereiken. Een eerste van vele.
Nu krijgen we zicht op een aspect dat Utrecht uniek maakt. De “werfkelders’ . Utrecht wordt doorkruist door vele grachten. Aan deze grachten zijn er honderden werfkelders gebouwd. Waar deze vroeger dienden als losplaatsen en opslagruimtes zijn het nu eethuisjes, restaurantjes en andere tavernes voorzien van leuke terrasjes. Bij goed weer is het echt aanschuiven.
Via de Drakenburgstraat bereiken we nu “de Neude” een plein met terrasjes en het oude postgebouw. We steken ook dit plein over en in de Voorstraat bewonderen we het mooie “Huis de Coninck van Poortugael”.
De Kleine Slachtstraat brengt ons naar de knusse huisjes van het Margarethenhof.
Langs de Sintjanskerk wandelen we over het plein met aan de overkant de gebouwen van de Utrechtse Universiteit. Wat verder zit de heilige Willibrordus statig en stoer op zijn paard. Die heiligen vroeger waren geen “Theresakes” .
We kuieren verder en kijken verbaasd naar “de Krakeling”. Dit 17de eeuws gebouw is opvallend door zijn schuin geplaatste deur.
Een boogscheut verder staan we voor de Sint-Pieterskerk. Het is even opkijken als we merken dat we hier met Frans/Waalse hervormde kerk te maken hebben. De Franse teksten aan de ingang getuigen hiervan.
We wandelen verder door de Pieterstraat en daarna nog eventjes door de Kromme Nieuwgracht . Op het einde daarvan bevindt zich het statige Paushuize. Dit huis werd gebouwd op vraag van Adrianus VI de enige paus van Nederlandse afkomst.
Nu wandelen we het Lepelenburgpark door en komen zo aan het Bruntenhof met z’n mooi portaal. In de 17de eeuw werden deze kleine huisjes gebouwd voor behoeftigen.
Wij stoppen nu even om snel iets te eten op het terras van de Rechtbank.
Via smalle steegjes komen we aan het Catherijneconvent. Na dit religieus museum zigzaggen we verder om aan het Universiteitsmuseum te komen. We sluiten de rij musea af met het Centraal museum. Wil je ze allemaal bezoeken wordt het een meerdaagse wandeling. Door Corona zijn bezoeken voor ons uitgesloten.
Aan het kruistpunt bij de Beyerskameren volgen we de brede gracht.
We kuieren verder en langzaam maar zeker keren we terug naar het centrum.
Snel komen we in de schaduw van de Domkerk. Deze immense kerk is speciaal door het gegeven dat de hoge toren van het kerkschip gescheiden is. Zeer merkwaardig.
Om de tuinen achter de kerk te bereieken dienen we langs het “Huis Zoudenbalch”.
Deze tuinen zijn meteen het einde van onze wandeltocht. We rusten wat uit en geniet na van een fijne wandeltocht door het mooie Utrecht.
De universiteitsstad Leiden heeft tal van attracties om ons te verleiden tot een bezoek. Wij bezochten deze stad al meermaals (ik ben de tel kwijt). De sleutelstad (vanwege de sleutels in het stadswapen) charmeerde ons met haar pittoreske binnenstad. Zoals elke Nederlandse stad die zichzelf respecteert is Leiden doorweven met kanaaltjes. Er langs slenteren is van het leukste dat er bestaat. Leidse hofjes, de grachten (en vele bruggetjes), de vele muurgedichten, de Pieterskerk, de molen De Put en de Burcht zijn enkele van de vele bezienswaardigheden die de stad opfleuren. De universiteit voegt daar nog de geneeskundige tuinen Hortus Botanicus aan toe. Kortom ondanks de vele bezoeken hebben we ons nog geen moment verveeld in Leiden….
Damme het aantrekkelijk dorpje in de schaduw van het grote Brugge heeft zoveel te bieden. Boekendorp, historisch centrum met stadsomwalling, zijn horeca en omgeving. Ingebed in de polders en langs de Damse vaart gelegen maakt Damme een ideale startplaats voor fietsers en wandelaars. Wijzelf hielden het vorig jaar op 5 maart op een stadswandeling. Een overzicht: